Rembrandts razendsnelle ontwikkeling

Op Het mysterie van de jonge Rembrandt, een samenwerkingsproject tussen het Rembrandthuis, het Rembrandt Research Project en de Staatliche Museen in Kassel, worden Rembrandts eerste jaren als schilder onder de loep genomen. Wie waren zijn leermeesters, van wie keek hij de kunst af en wat probeerde hij allemaal uit?

De kleine rondgang langs werken van Rembrandt en tijdgenoten brengt veel interessants aan het licht. De invloed van Pieter Lastman (1583-1633) bijvoorbeeld, bij wie Rembrandt na zijn opleiding bij Leidenaar Jacob van Swanenburg een half jaar in de leer ging in Amsterdam. Rembrandt wilde historieschilder worden en koos daarom voor Lastman, wiens opstellingen van groepen hij eerst nabootste, maar al gauw overtrof. Waar Lastman zich keurig aan de indertijd veel gevolgde aanwijzingen van Carel van Mander hield en zijn figuren over de hele linie uitstalde `als marktkoopwaar', beperkte Rembrandt al op zijn vroegste historiedoeken het aantal figuren, en wees hoofd- en bijrolspelers aan: bij hem wordt de toeschouwer opeens in een scène getrokken.Terug in Leiden begon Rembrandts nauwe samenwerking met leeftijdgenoot Jan Lievens (1607-1674), een `wonderkind' en al een bekende schilder, naar wie Rembrandt in het begin moet hebben opgekeken. De twee deelden een werkruimte en zelfs modellen. In 1630 tekenden ze dezelfde man met witte baard na, en ook hier wordt Rembrandts razendsnelle ontwikkeling zichtbaar. Lievens' oudje is een technisch vaardige schets in rood en zwart krijt; Rembrandt tekent slordiger, maar speelt met licht- en donkereffecten en geeft de man zo een peinzende, introverte houding. Constantijn Huygens, die de twee `nog baardloze', `arrogante' jonge talenten opzocht in hun atelier, voorspelde ze in 1630 allebei de grootste roem, maar zo is het niet gegaan: Lievens ging in het buitenland wonen en verloor al gauw de brille van zijn jeugdjaren, terwijl Rembrandts ster bleef stijgen. Zijn geluk was misschien juist wel dat hij géén wonderkind was, maar een leergierige, noeste werker, die moest vechten om zich een nieuwe techniek eigen te maken of een probleem op te lossen. Het ging allemaal niet vanzelf. Zijn eerste etsen, die hier voor het eerst bij elkaar hangen, zijn uitgesproken klungelig.

Behalve een kijk- is dit een denk-tentoonstelling, die niet alleen gaat over wat er hangt, maar vooral over wat daaraan voorafging. Dat kun je in het bestek van een paar vertrekken niet kwijt. In de 416 bladzijden dikke, slechts in het Duits en Engels uitgebrachte catalogus staat het onderzoek dat aan de basis van de tentoonstelling ligt integraal afgedrukt. Alle getoonde werken worden becommentarieerd, en Rembrandt-experts als de Duitse Dagmar Hirschfelder en de hier alomtegenwoordige Ernst van de Wetering gaan uitvoerig in op de (kunst-)historische achtergronden.

Je kunt al die weetjes tot je nemen, en glimlachen om zulke enorme discussies over zulke kleine dingen. Je kunt ook gewoon naar het Rembrandthuis gaan en genieten van het Borstbeeld van een oude man met gouden ketting (1632) uit het museum in Kassel, of het schitterende Eli onderwijst Samuel (Prins Rupert van de Palts en zijn leraar) uit 1631. Dat eerste doek wordt door de Rembrandt-vorsers tegenwoordig aan de meester zelf toegeschreven, ondanks de ruwe, `late' stijl. Over het tweede concludeerde Van de Wetering onlangs met behulp van röntgenfoto's dat de opzet wel van Rembrandt was, maar de uitvoering niet: die nam leerling Gerard Dou voor z'n rekening. Maar juist dit werk laat zo goed zien wat Rembrandt in de schilderkunst geïnitieerd heeft. Behalve een intieme, theatraal uitgelichte scène tussen een oude man en een klein jongetje is het een ode aan alle materialen die hen omringen. Het roombleke perzikhuidje van het prinsje naast het schitterende goud van zijn kettingen; het diep-paarse fluweel van z'n mantel, het glazige rood van zijn broche; de ruwe, dooraderde huid en het pluizige baardje van de meester. Het is allemaal zò goed bekeken en weergegeven dat het tastbaar wordt. Kijken verandert gaandeweg in voelen. Dat mysterie blijft gelukkig intact.

Tentoonstelling: Het mysterie van de jonge Rembrandt. In: Museum het Rembrandthuis, Jodenbreestraat 4, Amsterdam. T/m 26/5. Open ma-za 10-17 u, zo 13-17 u. Inl. 020-5200400 of www.rembrandthuis.nl. Catalogus E29,-