Pruisen

Precies vijfenenvijftig jaar geleden kwam een einde aan het bestaan van wat ooit een Europese `supermacht' was. Pruisen, de trotse staat in het Duitse Rijk, werd op 25 februari 1947 door de Geallieerden officieel ontbonden verklaard. Een roemruchte geschiedenis van meer dan vierhonderd jaar eindigde met één pennenstreek. Pruisen was in de zwarte jaren van het Derde Rijk in feite al geleidelijk samengesmolten met de rest van Duitsland. Vanaf 1932 viel het onder direct gezag van de rijksregering in Berlijn. Het was Hitler zelf die `rijksstadhouder' van Pruisen was, en Göring minister-president. Mede daardoor kwam het dat na de oorlog de naam Pruisen zoveel weerzin opriep en voor menigeen synoniem was met al het slechte van het nationaal-socialisme.

Het heeft even geduurd, maar nu gaan toch weer stemmen op in Duitsland om Pruisen te doen herleven. Het zou de naam moeten worden van de nieuwe Duitse deelstaat die in de maak is door het samengaan van Berlijn en Brandenburg. Alwin Ziel, de Brandenburgse minister van Sociale Zaken, heeft met zijn naamsvoorstel een gevoelige snaar geraakt. Hij heeft een fascinerend debat ontketend, voornamelijk gevoerd in het Feuilleton-deel van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Pruisen blijkt anno 2002 nog steeds schrik, walging en enthousiasme, kortom controverse, op te roepen bij politici, schrijvers, historici en de oude landadel die het daar ooit voor het zeggen had.

De opwinding is begrijpelijk. De geschiedenis laat zich niet wegpoetsen, hoewel historisch gezien de Pruisen niet louter kwade daad te verwijten valt. Zo waren het uitgerekend Pruisische officieren die in 1944 tegen Hitler in opstand kwamen. Maar de naam, het woord Pruisen, draagt een last – tot in de hedendaagse woordenboeken toe. Het opheffen van de staat in 1947 heeft kennelijk de ideeën (en de vooroordelen) erover niet kunnen uitroeien. Pruisen was dan ook meer dan een staat. Het was een begrip, een levenshouding, een mentaliteit. Duitsland is minder goed te begrijpen zonder historische kennis van dit voormalige deel van het Duitse Rijk en het conservatief-militaire gedachtegoed dat er voor eeuwig mee verbonden is.

Nu is de vraag: moet de naam Pruisen terugkeren? In de baaierd van meningen hierover blijft één zaak wat onderbelicht. Pruisen was ooit een grote staat. Het omvatte belangrijke gebieden en steden als Pommeren, Posen, Danzig, Berlijn, Maagdenburg, Brandenburg, West- en Oost-Pruisen. Geld, macht, adel, status en een immens leger waren de eeuwenlange constanten in een rijk dat in het Europa van toen de eerste viool speelde. Het Pruisen van nu zou Berlijn en Brandenburg omvatten, een fractie van het oude; van belang slechts om de aanwezigheid van de hoofdstad. De scepsis van voormalig burgemeester Eberhard Diepgen van Berlijn, een van de tegenstanders, is terecht. Pruisen is een paar maten te groot voor de nieuwe deelstaat.

Pruisen was Pruisen – en dat moet het voorlopig maar blijven.