Keurige advocaat Miloševic verhoort slachtoffer

Gistermiddag en vanochtend getuigde het eerste slachtoffer in het Miloševic-proces. Een boer uit Kosovo. De Joegoslavische ex-president onderwierp hem aan een kruisverhoor.

Agim Zeqiri, een Albanese boer uit Kosovo, zit scheef op de rand van zijn stoel en leunt met één arm op de tafel voor hem. Hij heeft, zegt hij tegen de rechters van het Joegoslavië-tribunaal, nog last van verwondingen die hij opliep in de oorlog in Kosovo, in 1999. Zijn nieren functioneren niet goed meer. Twee Servische militairen hadden hem in zijn buik en tegen zijn rug geschopt. Schuin tegenover hem zit Slobodan Miloševic, ex-president, aangeklaagd voor oorlogsmisdaden in Kosovo, Kroatië, en Bosnië.

De Albanees Zeqiri is op woensdagmiddag het eerste slachtoffer dat getuigt in het proces tegen Miloševic. Een medewerkster van aanklager Nice stelt hem vragen. Zeqiri komt uit het dorp Celina in het zuiden van Kosovo. Hij zegt dat Servische militairen iedere dag in de buurt van het dorp oefeningen deden, en de politie had buiten het dorp een controlepost ingericht. Een `barricade', zegt Zeqiri. De politie kwam ook in het dorp, op zoek naar wapens. Zeqiri: ,,Ze namen mensen mee. Maar het ging ze niet om wapens, ze wilden geld.''

Er kwamen ook soldaten van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK in het dorp. ,,Ik hielp ze,'' zegt Zeqiri. ,,Ik bewees hun kleine diensten.'' Miloševic, in de beklaagdenbank, maakt een aantekening. Zeqiri vertelt wat er gebeurde op 25 maart 1999, een dag na het begin van de NAVO-luchtaanvallen op Joegoslavië. Servische militairen staken huizen in brand. Zeqiri, zijn familie en buren vluchtten. De mannen gingen de bergen in, de vrouwen en kinderen bleven achter bij een rivier. ,,Ik heb hen daarna niet meer gezien'', zegt Zeqiri. Hij vluchtte naar een ander dorp. Maar ook dat dorp werd omsingeld. De inwoners werden in bussen en vrachtwagens naar de grens met Albanië gebracht. ,,Moest u papieren laten zien?'' vraagt de aanklaagster. Nee, Zeqiri bloedde zo erg dat ze hem niet tegenhielden. ,,En de anderen?'' houdt de medewerkster vol. Ja, die moesten hun documenten laten zien. ,,Werden ze afgenomen?'' Ja. De aanklaagster is tevreden. Zo stond het in de aanklacht. Ze vraagt niet wie die documenten afpakte, en ook niet hoeveel familieleden de man kwijtraakte en hoe oud ze waren. De Britse rechter May vraagt het wel. Zestien familieleden, de oudste was 62, de jongste anderhalf.

Dan mag Miloševic beginnen aan zijn kruisverhoor. Zeqiri blijft scheef op zijn stoel zitten, zijn gezicht naar de aanklagers. Hij kijkt Miloševic niet aan. Tegen de eerste getuige in het proces, een Kosovo-Albanese politicus, was Miloševic cynisch en soms beledigend. Nu niet. Hij stelt korte vragen. ,,Hoeveel mensen van het dorp waren bij het UÇK?'' Zeqiri: ,,Dat weet ik niet. Ze kwamen alleen maar langs.'' Miloševic: ,,U zei dat u het UÇK hielp.'' Zeqiri: ,,Niks concreets. We gaven ze eten en kleren.'' Miloševic: ,,Kunt u zeggen hoeveel UÇK'ers er in de buurt van uw dorp zaten?'' Twee- of driehonderd, zegt Zeqiri. ,,U zegt: maximaal driehonderd?'' vraagt Milosevic. ,,Ja'', zegt Zeqiri, ,,minimaal driehonderd.'' Miloševic herhaalt dat antwoord. ,,U zegt dus: minimaal driehonderd.''

Dan gaat het over de politiemannen die in het dorp wapens kwamen zoeken. ,,Vonden ze wapens?'' ,,We hadden geen wapens'', zegt Zeqiri. ,,En als iemand geen wapens had, werd hij meegenomen naar het politiebureau.'' Miloševic: ,,En als iemand wèl wapens had?'' Zeqiri: ,,Soms kwam er 's ochtends politie, door een microfoon riepen ze dat alle wapens moesten worden ingeleverd. De dorpsoudsten verzamelden dan vier of vijf geweren.'' Miloševic: ,,En u zegt net dat er geen wapens waren?'' Zeqiri: ,,Als we geen wapens inleverden, werd het dorp in brand gestoken, zeiden ze.''

Miloševic wil weten hoeveel mensen uit het dorp werden meegenomen als ze geen wapens hadden. Kan Zeqiri namen noemen? Zeqiri kent er één. Miloševic: ,,Dus het overkwam alleen deze persoon?'' Ja. ,,En leeft hij nu nog?'' Ja. ,,Heel goed'', zegt Miloševic. Hij wil ook weten hoe het zit met de `barricade'. Zeqiri zegt dat de politie zandzakken op de weg had gelegd, daarom was het een barricade. Miloševic: ,,Waren die zandzakken er al in 1997?'' Nee. ,,Waren ze er pas in 1998?'' Ja. ,,Weet u waarom dat zo is?'' Miloševic wil Zeqiri laten zeggen dat het UÇK in 1998 aanslagen begon te plegen op Servische politiemannen, maar Zeqiri zegt dat hij niks weet over de acties van het UÇK. Miloševic: ,,Was er geen televisie in uw dorp?'' Jawel, maar er was vaak geen electriciteit, zegt Zeqiri. Miloševic: ,,Maar soms toch wel?'' Ja, soms wel. Miloševic: ,,Dus u weet dat het UÇK aanslagen pleegde?'' Nee, zegt Zeqiri, ,,politiek interesseert me niet.''

Vanochtend zou het kruisverhoor van Agim Zeqiri worden voortgezet. Miloševic had nog vragen. Hij begon over de vertaling van een zin die Zeqiri gisteren had gebruikt. Volgens de tolk had hij gezegd dat hij het UÇK `hielp', maar de correcte vertaling was volgens Miloševic dat hij het UÇK `gastvrijheid' had verleend. Miloševic dacht die zin met opzet niet correct was vertaald. De rechters gingen er niet op in, en Zeqiri zei dat hij te ziek was om door te gaan met het verhoor. Hij had nierdialyse nodig.

De medewerkster van aanklager Nice die de getuige vragen stelde, maakte gisteren een weinig professionele indruk. De aanklagers willen in het eerste deel van dit proces aantonen dat er een plan was, bedacht in Belgrado, om de Kosovo-Albanezen uit Kosovo te verdrijven. Volgens Miloševic waren ze bang voor de NAVO-aanvallen en ze zouden door het UÇK onder druk zijn gezet om te vertrekken. Over Zeqiri's vlucht uit het dorp vroeg de aanklaagster gisteren alleen: ,,Wilde u zelf uit uw dorp weg?'' Dat wilde Zeqiri niet.