Jospin wil Frankrijk `anders' gaan leiden

Met een eenvoudig faxje aan het persbureau AFP heeft de Franse premier Jospin gisteren zijn presidentskandidatuur aangekondigd.

Van de weeromstuit zagen sommigen zelfs in de gekozen datum een omen: 20.02.2002, als dat niet de goden verzoeken is. Dan wel gunstig stemmen. Hoe dat zij, ,,toch nog onverwacht'' kondigde de Franse premier Lionel Jospin gisteren aan kandidaat te zijn voor de presidentsverkiezingen, waarvan de eerste ronde over twee maanden gehouden wordt.

Van `waarschijnlijk' en later `beschikbaar' kandidaat heeft hij zichzelf eindelijk, tien dagen na de kandidaatstelling van zijn belangrijkste rivaal, president Jacques Chirac, en met nauwelijks verholen kritiek op diens functioneren, gepromoveerd tot degene die Frankrijk `anders' wil gaan leiden.

Met een eenvoudige fax aan het persbureau AFP, verstuurd vanuit zijn Parijse appartement, stelde de socialist Jospin (64) zich voor de tweede achtereenvolgende keer kandidaat voor het hoogste ambt van de Republiek. Aldus wijzigde hij te elfder ure een al veelvuldig aangepast scenario, dat in principe pas na de sluiting van de zitting van de Assemblée, vanavond, in zijn kandidaatstelling voorzag. Anders dan de `spontane', instinctmatig improviserende Jacques Chirac, hecht Jospin aan planmatige orde en aan de symboliek van de momenten die de formele agenda hem biedt. Hij, de verantwoordelijke regeringsleider, zou pas na sluiting van het parlementaire seizoen, de arena betreden, ware het niet dat Chirac zichzelf daar al sinds tien dagen aan de man staat te brengen.

In zijn door zijn partijgenoten direct als `simpel' gekwalificeerde aankondiging heeft de premier er zichtbaar voor zorg gedragen de verschillen te tussen hem en zijn rivaal te onderstrepen. Terwijl het programma van Jacques Chirac voornamelijk lijkt te bestaan uit `hartstocht' en de president in een televisie-interview althans iedere vraag pareerde met een verwijzing naar zijn hartstocht `voor Frankrijk' en `voor de Fransen', vindt Jospin dat een president van de Republiek ,,een plan (moet) presenteren, verantwoordelijkheden op zich nemen en respecteren''.

Inspelend op het gevoel dat Jacques Chirac tijdens zijn zevenjarig mandaat met zijn duimen heeft zitten draaien en slechts in actie kwam als er een spaak in het wiel van Jospins regering gestoken kon worden, stelt de premier dat `een actieve president' nodig is ,,die grote lijnen aangeeft en die werkt aan de uitvoering daarvan in samenwerking met de regering''.

Wat Jospin betreft zijn er vijf grote lijnen. In een retorische opsomming schrijft hij in zijn fax ,,een actief Frankrijk'' te willen, ,,een veilig Frankrijk'',,een rechtvaardig Frankrijk'', ,,een modern Frankrijk'' en ,,een sterk Frankrijk''. In de passage over de veiligheid volgens peilingen zorg nummer één van de kiezer zei hij `straffeloosheid' te verwerpen: ,,Ieder misdrijf moet bestraft worden''. Daarmee verwees hij weliswaar direct naar `nul-straffeloosheid' die president Chirac deze week propageerde, maar hij bakte het spek nog niet tot de laatste druppel uit. Dat hoefde ook niet. De reacties op het presidentiële consigne van l'impunité-zéro waren al niet van de lucht. De woordspelingen met l'immunité lagen voor het oprapen, het is immers dankzij de in de Grondwet verankerde justitiële onschendbaarheid van het staatshoofd, dat Jacques Chirac niet vervolgd is kunnen worden voor zijn alom vermoede betrokkenheid bij een vijftal smeergeldaffaires.

Anders dan Jacques Chirac kan Lionel Jospin bogen op een bilan, een eindresultaat. Hij heeft het, in een moeizame co-habitation met een rechtse president, een recordtijd van vijf jaar uitgehouden in het Matignon-paleis, op de post die bekend staat als de moeilijkste in het openbaar bestuur. Wellicht dank zij zijn grillige intellectuele ontwikkeling van het trotskisme naar het socialisme, van het marxisme naar hervormingsgezindheid, van het faraonische mitterrandisme naar het pragmatisme heeft hij het hoofd kunnen bieden aan de roemruchte actiebereidheid van de Fransen die menig voorganger fataal werd.

Hij heeft een recordaantal van 220 binnenlandse wetten op zijn naam staan, waaronder die op de destijds zeer omstreden PACS, het geregistreerde partnerschap voor homoseksuelen, en de evenzeer omstreden wet op de 35-urige werkweek. En hij heeft, met zijn wekelijkse vragenuurtje in de Assembée, een ongekend democratisch debat gevoerd. Zijn `bilan' biedt hem een voordeel dat Chirac niet heeft, maar het houdt ook een gevaar in. Kiezers, en zeker Franse kiezers, keren zich altijd tegen het zittende bestuur. Die neiging blijkt al uit de peilingen.