Groot-Brittannië: wijzig bestuur EU

Een bescheidener rol voor de Europese Commissie, meer macht voor de Raad van Ministers, en afschaffing van het roulerende halfjaarlijkse voorzitterschap van de Europese Unie.

Dat zijn de belangrijkste veranderingen die Groot-Brittannië wil aanbrengen in het bestuur van de Europese Unie. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, deed deze voorstellen in een toespraak vanmorgen in Den Haag. Ze zijn onderdeel van de Britse bijdrage aan de conventie over de toekomst van de Europese Unie die volgende week officieel van start gaat. De conventie van meer dan honderd politici uit de EU-landen en kandidaat-landen buigt zich het komende jaar over de bestuurlijke hervorming van de Europese Unie.

Groot-Brittannië zal tijdens deze conventie de nadruk leggen op verbetering van de besluitvorming, de democratie en het resultaat bij Europese samenwerking, aldus Straw. De huidige EU-besluitvorming acht hij ondoorzichtig en ondoelmatig.

Straw stelt voor de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, af te slanken. Nu telt dit college twintig leden: de vijf grote lidstaten leveren elk twee leden, de tien overige EU-landen elk één lid. Dit uitgangspunt valt met het oog op de uitbreiding met oost-Europese landen niet langer te handhaven, vindt Straw, want dan zou de EU onbestuurbaar worden. Om dezelfde reden moet volgens Straw het huidige systeem van het roulerende halfjaarlijkse voorzitterschap in de EU op de helling. Het doet ernstig afbreuk aan de gewenste continuïteit, meent Straw, en dat wordt bij uitbreiding van de Unie alleen maar erger.

Het democratisch gehalte van het Europese bestuur kan volgens Straw het beste worden verhoogd door de positie van de nationale regeringen in Brussel te versterken. Hij stelt voor de voorzitters van de Raden van Ministers (op de onderscheiden beleidsterreinen) onder te brengen in een nieuw gremium. Dat moet er op toezien dat de besluiten van de regeringsleiders daadwerkelijk worden uitgevoerd.

De Nederlandse minister Jozias van Aartsen (Buitenlandse Zaken) noemde het ,,interessant dat de Britten veel dichter bij het debat in Europa zitten dan jaren geleden''. ,,Er is meer convergentie van denken in Europa'', aldus Van Aartsen. Hem was verder opgevallen dat Straw ,,zoekt naar mogelijkheden om tegenwicht te bieden tegen de steeds sterkere positie van de Europese Commissie''.

toespraak straw: pagina 7