Europa moet efficiënter en effectiever gaan besluiten

De Europese Unie moet haar besluitvormingsprocedures aanpassen aan de eisen die dit nieuwe tijdperk stelt. Dat zei de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, vanmorgen in een toespraak in de Haagse Ridderzaal. De belangrijkste passages uit zijn rede.

We moeten streven naar een Europese Unie die beter wordt begrepen, die geliefder is, en waar onze burgers zich vertrouwder en prettiger bij voelen: een EU waarvan de instellingen de benodigde structurelere stabiliteit bezitten om zich te richten op de radicale hervorming en vernieuwing die een snel veranderende wereld vergt.

Hoe zorgen we dat de EU beter wordt begrepen? We moeten zorgen voor een beter inzicht in dat wat op Europees niveau moet worden gedaan en wat zou moeten worden overgelaten aan de lidstaten op nationaal, regionaal of lokaal niveau. Het huidige gebrek aan duidelijkheid in dezen wekt de indruk dat er macht van de nationale regeringen wegvloeit naar het centrum in Brussel. We moeten beter uitleggen waarom collectieve besluitvorming soms doelmatiger is, maar deze niet als een vanzelfsprekendheid beschouwen.[...]

Dit hoeft niet te betekenen dat er een lange lijst wordt opgesteld van elke regeringsactiviteit en dat tot in detail wordt vastgelegd wie wat, en op welk niveau, moet doen. Dat zou jaren van onderhandeling vergen en er blijven toch tal van terreinen waarop de EU en haar lidstaten gezamenlijk willen optreden.

Maar er is wel iets te zeggen voor een eenvoudiger beginselverklaring, die in klare taal uiteenzet waar de EU toe dient en hoe ze een toegevoegde waarde kan hebben, en die duidelijke grenzen trekt tussen de dingen die de EU doet en waar de verantwoordelijkheden van de lidstaten dienen te liggen.

Zo gesteld zouden weinig mensen bezwaar kunnen maken. Maar noem het een grondwet en opeens is het voor sommigen niet zo'n goed idee meer. We moeten natuurlijk niet al te moeilijk doen over etiketten.

Hoe zorgen we dat de EU democratischer rekenschap aflegt?

Sommigen menen dat de voorzitter van de Europese Commissie door het Europese Parlement dient te worden gekozen. Ik zie daar niets in. Dat zou de onafhankelijkheid van de Commissie aantasten en haar tot gevangene maken van de grootste politieke groepering het moment. [...]

We moeten nog eens kijken naar het roulerende voorzitterschap. Dat is oorspronkelijk bedacht voor een gemeenschap van zes: één voorzitterschap om de drie jaar. [...]

Een manier om af te stappen van de zesmaandelijkste vervanging van de voorzitter van de Raad [...] zou zijn om in elke specialistische raad een voorzitter van een andere nationaliteit te hebben. [...].

We moeten ons realiseren dat Europa het beste functioneert als de Europese Raad en de Commissie samenwerken bij de realisering van een strategische agenda, die dan voor de verdere invulling doorgeschoven moet worden naar de afzonderlijke raden. [...]

Daarom geloof ik dat er belangrijke voordelen kleven aan regelmatig, wellicht jaarlijkse, strategische discussies in de Europese Raad op basis van voorstellen van de Europese Commissie. Dit zou de democratisch gekozen regeringsleiders de rol van `stuwende kracht' verlenen, van het uitzetten van `politieke beleidslijnen' [...].

Als grotere doorzichtigheid en verantwoordelijkheid essentieel zijn voor een betere Europese Unie, dan is betere effiency dat ook. [...]

Dat hoeft geen radicale stap te zijn. De grote meerderheid van de beslissing die de Raad neemt wordt al met een gekwalificeerder meerderheid genomen. Er zijn natuurlijk belangrijke terreinen waarop dit nooit de juiste wijze van besluitvorming kan zijn. Maar er zijn nog steeds gebieden waarop de noodzaak van unanimiteit bij de besluitvorming de zeer noodzakelijke hervormingen in de weg staat. De besluiten over de plaats van vestiging van Europese instellingen is een van die gebieden. Niemand wil een herhaling van de weinig opbouwende en onproductieve impasse die we in Laeken meemaakten. Het is absurd om over dergelijke kwesties consensus te eisen tussen met 25 of meer landen.

[...]Het asiel- en immigratiebeleid zou veel efficiënter zijn voor alle partijen als de gekwalificeerde meerderheid op dit terrein regel was. Een dergelijk stap zou overduidelijk in het Britse nationaal belang zijn.

Nog belangrijker is [...] dat we nu gaan kijken naar uitbreiding van de gekwalificeerde meerderheid naar omhoog en opzij. Heeft het zin gewalificeerder meerderheidsbeslissingen te nemen in de afzonderlijke raden als die weer ongedaan gemaakt kunnen worden door de Europese Raad? Op die manier hebben we al de verdunning beleefd van belangrijke hervormingen op het terrein van de gemeenschappelijke landbouwpolitiek. En velen hebben het gevoel dat het gebruik van de Europese Raad als laatste hof van beroep de agenda verstopt met onnodige kleinigheden, terwijl de regeringsleiders juist naar het strategische plaatje zouden moeten kijken.

Maar de hervorming kan niet tot de Raad worden beperkt. Zoals ik al eerder zei, wil ik dat alle instellingen worden versterkt. Hervorming van de Raad en een effectievere toepassing van het beginsel van subsidiariteit zou de Commissie moeten helpen haar werk te verrichten.

Op de top van Nice zijn we het erover eens geworden om de omvang van de Commissie te beperken. [...] Het laatste dat we willen is een Commissie waarvan de leden zichzelf als nationale vertegenwoordigers zien.

De Commissie moet een omvang hebben waarbij ze efficiënt en doelmatig kan zijn. De Commissie moet de veelheid van zaken aankunnen waarvoor ze verantwoordelijk is, en ook collectief opereren als het lichaam dat voorstellen doet en uitvoert en de verdragen waarborgt.

Hoe we de Commissie ook hervormen, we moeten een systeem hebben dat een onpartijdige positie tussen de lidstaten inneemt, wat hun omvang ook is.

Wat ons betreft, wij zijn bereid in overweging te nemen niet altijd een commissaris te leveren – hetzij in een systeem van toerbeurt, waarbij alle lidstaten gelijk worden behandeld, herzij op een andere manier.

De EU kan ook voordeel hebben bij een doelmatiger Europees Parlement (EP). [...] Onder Romano Prodi zijn commissarissen ermee begonnen voor het Europees Parlement te verschijnen als daarom werd gevraagd. Misschien moet dit worden geformaliseerd in een verdragsartikel. En als we de richting uitgaan van een een systeemn waarbij de Europese Raad de agenda vaststelt, moet de EP-voorzitter een betrokken worden bij de voorbereiding. We kunnen ook de status van het parlement vergroten door nauwere banden aan te knopen met onze nationale parlementen, een gebied waarop Nederland voorop loopt.

Maar het EP moet ook voor zichzelf een actievere en constructievere rol spelen. Ik zou graag zien dat het zich meer richt op het controleren hoe weteen worden uitgevoerd. Met name zouden de financiële gevolgen goed in de gaten moeten worden gehouden.

Het EP moet ook systematisch kijken naar manieren waarop het onnodige activiteiten en wetten van de EU kan beperken. [...]

Welke beslissingen we ook nemen, we moeten een dominante doelstelling in het oog houden: de noodzaak om de burgers met ons mee te nemen. Als we doorgaan met hervormingen, moeten we onze burgers overtuigen en geruststellen dat we de Europese instellingen niet zo maar veranderen of om uit te komen bij een van tevoren bepaalde structuur, maar om nieuwe methoden te vinden die de burger beter dienen.

Ons doel moet zijn een Europa te bouwen dat beter wordt begrepen, democratisch verantwoordelijk is en beter functioneert. Onze focus in de Conventie moet daarom zijn: betere besluitvorming, meer democratie en beter resultaat.