Een robuuste staat tolereert contrast

De rede van CDA-leider Balkenende over `De Wederopbouw van Nederland' heeft het debat over de multiculturele samenleving nieuw leven ingeblazen. Hij betoogde dat ,,multiculturaliteit als zodanig ontoereikend is om te kunnen dienen als basis voor integratie''. (Opiniepagina, 25 januari) Minister Van Boxtel voor Grote Steden- en Integratiebeleid weersprak Balkenendes visie: ,,Mensen in een monocultureel keurslijf willen dwingen is een kruistocht die gedoemd is te mislukken'' (Opiniepagina, 1 februari). Hierop zijn vele reacties binnengekomen, waarvan er hier enkele worden geplaatst. Doen allochtonen onvoldoende moeite zich een plaats in de Nederlandse samenleving te verwerven, of moeten de autochtone Nederlanders het zichzelf aanrekenen dat nieuwkomers niet integreren?

Is Balkenendes diagnose scherp genoeg? Is het `multiculturele drama' wel het onvermijdelijke gevolg van gebrek aan aanpassing van allochtonen? Het geheim van het als religieuze minderheid succesvol functioneren in een `vreemde' samenleving is volgens mij de kunst van het schakelen, wat iets anders is dan gelijkschakelen. Een lid van een allochtone gemeenschap vindt zijn weg in de Nederlandse samenleving als hij goed raad weet met de vele verschillende rollen die worden vereist door de verbanden waarin hij functioneert, thuis, op school, op het werk. Nadere analyse van de maatschappelijke lotgevallen van verschillende groepen allochtonen (Chinezen, Indiërs, Marokkanen, Turken) zou kunnen duidelijk maken dat succesvol burgerschap niet staat of valt met assimilatie.

Met Balkenende vind ik dat van iedereen die structureel in ons land verblijft, verlangd mag worden dat hij de Nederlandse rechtsorde respecteert en dus ook voldoende kent. Ook een voldoende vaardigheid om in het Nederlands te communiceren is nodig. Niet om de eigen religieuze achtergrond te verloochenen, maar om te kunnen schakelen.

Met alle sympathie voor Balkenendes betoog kies ik toch een andere weg. Voor een goed functionerende samenleving is het zeker nodig dat de burgers veel met elkaar delen. Maar een robuuste rechtsstaat verdraagt ook verschillen.

Dat zeg ik tegen allochtone Nederlanders met bijvoorbeeld een islamitische achtergrond. En ik betrek dit ook op mijzelf en op de positie van mijn partij. Wij kiezen een politieke koers die naar onze overtuiging voortkomt uit wat God met mens en samenleving bedoelt. Ik voel er niets voor om me op voorhand te verplichten tot een positie in de mainstream van de burgerlijke samenleving. Dat deden mijn voorouders in de tijd van de schoolstrijd ook niet toen ze de toenmalige gezeten burgerij danig irriteerden met hun eigenzinnige opvattingen over opvoeding en onderwijs. Ik merk vandaag de dag wel eens dat ons pro life-standpunt ergernis oproept bij fatsoenlijke burgers. En dan prijs ik me gelukkig dat ik in onze rechtsstaat daarvoor toch mag blijven pleiten.

Een multiculturele en multireligieuze samenleving is geen na te streven doel. Maar het is wel ons gezamenlijk belang om de feitelijk bestaande culturele en religieuze verschillen te honoreren. Deze geestelijke vrijheid is volgens mij ook een christelijke waarde.

Kars Veling is lijsttrekker van de ChristenUnie.