Diyanet woedend over BVD-rapport

Voorzitter Arif Soytürk van het Turkse Directoraat-Generaal van Godsdienstzaken, Diyanet, in Den Haag is verbolgen over de beweringen in het rapport van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) over de invloed van buitenlandse organisaties in islamitische scholen in Nederland. ,,Wij worden in één zin genoemd met dubieuze organisaties uit Libië en Saoedi-Arabië, terwijl wij helemaal geen banden onderhouden met onderwijsinstellingen in Nederland'', zegt hij.

Diyanet is een onderdeel van het Turkse ministerie van Godsdienszaken. Met ruim 130 moskeeën is Diyanet de grootste moskee-organisatie in Nederland. Soytürk meent dat onderwijs niet tot het takenpakket van Diyanet behoort. ,,Wij zijn een seculiere organisatie en zeker geen gevaar voor de Nederlandse samenleving'', zegt Soytürk. ,,Onze imams zijn goed opgeleide academici. Zij vertellen onze gelovigen juist hoe belangrijk het is zich aan te passen.''

Sommige islamitische scholen en organisaties juichen het onderzoek door de BVD toe. Ze vinden dat de onderwijsinstellingen continu in de gaten zouden moeten worden gehouden. ,,Dit soort scholen is een gevaar voor ons'', zegt Bilal Yeginer van basisschool El Boukhari in Leerdam.

Doordat alle islamitische basisscholen op één hoop worden gegooid, vreest Yeginer voor een slecht imago voor het islamitisch onderwijs. Hoewel wettelijk niet verboden, zouden scholen gelden uit het buitenland moeten weigeren. ,,De Nederlandse staat vergoedt alles. Donaties zijn niet nodig.'' Ook zouden scholen moeten waken voor ongewenste invloed uit het buitenland. Yeginer: ,,We leven in Nederland. Ik geloof dat islamitische scholen de integratie van jongeren juist moeten bevorderen. We moeten met behoud van eigen identiteit in harmonie leven met andere groepen in deze gemeenschap''. Ibn Ghaldoen accepteert bewust geen donaties van buitenlandse instellingen, zegt El-Zarow. ,,Dat maakt je kwetsbaar.''

Ook de federatie van Alavieten en de grootste Marokkaanse organisatie Ummon vinden dat de overheid erop moet toezien dat radicale islamitische groeperingen geen invloed krijgen op het islamitisch onderwijs.