Bloeddonaties na `11 september' bijna ongebruikt

De 213.750 liter bloed die Amerikaanse bloedbanken verzamelden voor de gewonden van de aanslagen van 11 september, is gedeeltelijk weggegooid en grotendeels ongebruikt gebleven. Slechts 116 liter was nodig om de 200 gewonden in New York en Washington te helpen. ,,Een noodoproep om bloed af te staan is noch een veilige noch een efficiënte manier om bloed te verzamelen'', concludeert de bloedtransfusie-arts Paul Schmidt in het gezaghebbende medische tijdschrift New England Journal of Medicine, dat vandaag verschijnt.

Al enkele uren na de aanslagen meldde het Amerikaanse Rode Kruis dat het 50.000 eenheden bloed (van 0,45 liter) beschikbaar had voor de slachtoffers en dat nooddonaties niet nodig waren. Desondanks besloot het Department of Health and Human Services dat er onmiddellijk moest worden begonnen met het afnemen van bloed. Tussen 11 september en 14 oktober kwamen in totaal 475.000 eenheden bloed beschikbaar, ruim 285.000 meer dan in dezelfde periode in 2000.

Een deel van het verzamelde bloed is nooit gebruikt, want het Rode Kruis kon maar 9.500 eenheden invriezen. Ruim vijf maal zoveel bloed, 17 procent van het totaal, werd na zes weken weggegooid omdat de houdbaarheidsdatum verlopen was. Normaal overschrijdt maar drie procent van het bloed de uiterste gebruiksdatum. Een deel van de bloedoverschotten is aan andere ziekenhuizen gegeven, maar wat er daar met de bloedzakken is gebeurd is onbekend.

Bij noodinzamelingen gaat volgens Paul Schmidt meer fout dan normaal. Er worden vrijwilligers ingezet bij de inzameling. Omdat die de potentiële donoren niet zorgvuldig screenen wordt veel van het verzamelde bloed afgekeurd vanwege ontbrekende gegevens. Schmidt onderzocht ook andere grote aanslagen en ongelukken. Ook toen bleek er steeds voldoende bloed in voorraad te zijn geweest.