Beleggers in opstand

In het kille beursklimaat likt menig belegger zijn wonden. Gedupeerden slepen hun adviseurs, veelal de grootbanken, voor het gerecht of de klachtencommissie. Maar de strijd is zwaar. `De banken houden er van hun tegenstanders uit te roken.'

Ga eens voor het hoofdkantoor van een grote bank staan. ING, Rabobank of bijvoorbeeld het 105 meter hoge gebouw van ABN Amro. Kijk langzaam naar boven en bedenk dat je van deze bank een miljoen wilt vorderen omdat jouw geld niet goed is belegd. Veel succes met de strijd.

,,In de praktijk begint de meerderheid van klagende beleggers niet eens een zaak tegen de bank. Er zijn maar weinig mensen die de strijd aandurven'', stelt advocaat H.J. Bos, die veel gedupeerde beleggers tot zijn klantenkring kan rekenen. ,,Een protesterende cliënt weet dat de bank groot is, advocaten duur zijn en de juridische procedures een heel lange adem vergen. Daar komt nog bij dat het bewijsmateriaal bij de bank ligt, terwijl de bewijslast bij de ontevreden klant ligt.''

De opstandige belegger, die zich gedupeerd voelt, is niettemin in opmars. Vooral het inklappen van de technologieaandelen heeft menig – voorheen succesvolle – belegger diep geraakt. Weg is zijn pensioen, weg zijn de spaarcenten voor de kinderen. De schuld wordt al snel bij de bank gelegd, die had immers geadviseerd om in KPN of UPC te stappen. Een slippertje werd twee jaar geleden nog wel geaccepteerd, want of het rendement nu 25 of 20 procent was, het maakte niet zo heel veel uit.

Nu de meeste seinen op rood staan, doet elk verkeerd advies pijn. Veel van die ontevreden beleggers stappen, met behulp van onder meer het Amsterdamse kantoor Bos & Blom advocaten en het Haagse Barents & Krans, naar de rechter. Maar ook vice-voorzitter W. van Schendel van de Klachtencommissie DSI (Dutch Securities Institute, zie inzet) komt veel van deze ontevreden beleggers tegen bij de zittingen van zijn commissie. Vorig jaar vonden 381 ontevreden beleggers hun weg naar deze instantie. Sinds 1998 is het aantal klachten bijna verdubbeld.

De klachten zijn uiteenlopend. Over beursorderlijnen bijvoorbeeld die overbezet zijn; snel een kooporder of verkooporder doorgeven is er dan niet bij. Dat kan uiteindelijk leiden tot kostbare vertraging. Of heeft de bank wel genoeg rekening gehouden met de achtergrond van de belegger? Zijn de beleggingen bestemd als pensioen voor later, of gaat het om een vermogende particulier die graag een gokje waagt op de beurs?

In conflicten tussen bank en belegger draait het steevast om de zorgplicht van de bank en de eigen verantwoordelijkheid van de belegger. De bank is immers geen casino en moet soms zijn cliënt weerhouden van bepaalde beleggingen. Als het mis gaat, draait het altijd om de vraag of de bank te hard heeft geduwd of de cliënt te hard heeft getrokken. Dat het als klant niet gemakkelijk is om een zaak tegen de bank te winnen bewijzen de statistieken bij DSI. In de afgelopen jaren krijgt tweederde van de ontevreden klanten niet of slechts gedeeltelijk hun zin bij de Klachtencommissie DSI.

Advocaten die particulieren bijstaan zien zich in de regel geconfronteerd met dezelfde tegenstanders: grote advocatenkantoren als Nauta Dutilh (onder meer ABN Amro) en De Brauw Blackstone (ING). ,,Grote advocatenkantoren hanteren tarieven die kleine beleggers nooit kunnen betalen. Zij willen ook niet graag te boek staan als kantoren die querulante beleggers steunen'', zegt G. Hooft Graafland van advocatenkantoor Barents & Krans. De grote kantoren nemen vrijwel nooit zaken van individuele beleggers aan. Een belangenconflict ligt zo op de loer. De financiële wereld is klein. Iedereen kent elkaar. En bij een emissie van enig omvang zijn al snel alle gerenommeerde financials der lage landen betrokken.

,,Het is geen complot, maar de grote kantoren komen elkaar voortdurend tegen bij lucratieve fusies en beursgangen. En dan is het commercieel niet zo prettig om tegenover elkaar te staan", zegt raadsman Bos. ,,Ik vind dat overigens niet erg, want dan komen ze naar mij toe.''

H. van Everdingen van Nauta Dutilh ontkent dat commerciële motieven zouden verhinderen dat hij de zaak van een individuele belegger behartigt. ,,De regel dat wij het niet voor particulieren opnemen bestaat niet, maar het is wel zo dat wij van oudsher zwaar in de bank- en effectenpraktijk zitten. Dat betekent dat we regelmatig zaken niet kunnen behandelen. Maar er zijn wel degelijk gevallen waarbij wij optraden voor een belegger tegen een bank. Dat de grote kantoren willen vermijden om tegenover elkaar te staan, dat beeld herken ik niet.''

Volgens Bos is de tactiek van banken bijna altijd dezelfde: ze rekken tijd. En dat tegen cliënten die, financieel gezien, nauwelijks tijd hebben. Sommigen beleggers zitten immers aan de grond en moeten net als in de reclame hun boot verkopen. Of erger. ,,Het is een goed recht van de bank om het niet eens te zijn met een ontevreden cliënt, maar als bank behoor je dan wel mee te werken aan een snelle rechtsgang. Tijdrekken gaat in tegen de maatschappelijke zorgplicht.'' Ook Hooft Graafland heeft die ervaring met de grootbanken. ,,Ze houden ervan hun tegenstanders uit te roken. Op een gegeven moment krijgt men last van procesmoeheid.'' Dat `ontmoedigingsbeleid' heeft bovendien nog een ander effect: wie net zijn geld verloren heeft, heeft weinig zin of mogelijkheden om een peperdure, eindeloze procedure te beginnen.

De grote banken zeggen zich in dit beeld niet te herkennen. ,,Bij ons is dat niet aan de orde. Voor de bank is het belangrijk dat er een oplossing gevonden wordt'', aldus de Rabobank.

Hooft Graafland is een van de nestors van het effectenrecht in Nederland. Hij staat al sinds de jaren tachtig gedupeerde beleggers bij. Een van zijn eerste beleggerszaken was eind jaren tachtig tegen ABN Amro (destijds nog Amro Bank), waarbij het ging om bedrijfsobligaties van het Duitse detailhandelsbedrijf Co op. Het Duitse bedrijf viel om, en beleggers raakten miljoenen kwijt. Na vijf jaar besliste de Hoge Raad in deze zaak dat de bank (naast Co op) ook verantwoordelijk was voor de inhoud van het prospectus. Een schadevergoeding volgde na een hernieuwde procedure.

De belegger die de gok toch waagt en zijn bank wil aanpakken moet zich instellen op de uitsteltactiek van de financiële instellingen en hun raadslieden. In de praktijk vragen banken veelvuldig uitstel bij het indienen van hun schriftelijke inbreng. Sinds begin dit jaar is er echter het nieuwe procesrecht, waarbij de rechter de zaak na de eis en het antwoord van de wederpartij snel inhoudelijk bekijkt. In het oude procesrecht kwam er na de eis een antwoord en vervolgens repliek en dupliek, waardoor er extra mogelijkheden waren om maanden tijd te rekken. ,,En dan te bedenken dat gedupeerde beleggers elke minuut van de dag bezig zijn met het verlies van hun geld'', aldus Bos.

Ondanks de omvang van de tegenstander gelooft klachtencommissielid Van Schendel, tevens vice-voorzitter van de Hoge Raad, niet dat de individuele belegger per definitie zwakker staat. Ook niet als het gaat om bijvoorbeeld bewijsmateriaal, zoals overzichten van transacties. Dat ligt veilig in de kluizen van de bank, terwijl de klant die nodig heeft om zijn gelijk te bewijzen. ,,Zodra je als rechter door hebt dat een bank bewijsmateriaal achterhoudt, vraag je daar natuurlijk naar en komt het beschikbaar. En stel dat een bank opgenomen gesprekken heeft gewist, dan moet zij zelf maar bewijzen dat de cliënt ongelijk heeft.''

Hooft Graafland, oud-advocaat van Barents & Krans, is daarvan minder overtuigd. ,,Alle telefoongesprekken die in het nadeel van de bank uitpakken zijn vaak gewist. En bij mondelinge afspraken is het helemaal lastig te bewijzen voor de klant dat de bank de fout is ingegaan'', zo is zijn ervaring.

Goede communicatie tussen de opponenten kan overigens een hoop problemen voorkomen. Bij een recent kort geding, aangespannen tegen ABN Amro, ging de belegger ervan uit dat hij al maanden geen geld had om zelfs maar brood te kopen. Tijdens de zitting liet de advocaat van de bank echter weten dat de betrokkene zijn effectenrekening met 50.000 euro kon aanspreken. De belegger, een gepensioneerde hoogleraar, was er vanuit gegaan dat het bedrag als dekking gold voor een tweede hypotheek. ,,Dat bedrag kunt u vanmiddag nog opnemen'', laat de advocaat van de bank tijdens het kort geding weten. Hoezo een gebrek aan communicatie?

,,Waarom loopt er niemand bij een bank rond die als taak heeft om problemen op te lossen'', vraagt Bos zich wel eens af. ,,Bijvoorbeeld een gepensioneerde rechter die intern gezag heeft. Dat scheelt een hoop rechtszaken. Natuurlijk zitten er querulanten tussen, maar die kan zo'n ombudsman er snel uitfilteren. Wanneer er nu een klacht wordt ingediend, gaat je dossier van de accountmanager naar de juridische afdeling. In negen van de tien gevallen zetten beide partijen hun hakken in het zand en is van constructief overleg geen sprake meer. Aan het oplossen van het conflict wordt nauwelijks gedacht.''

Van Schendel herkent de situatie in de praktijk. ,,Tijdens zittingen met de belegger en de bank komen we er na een goed gesprek heel vaak uit. De cliënt zit met frustraties, soms alleen al omdat de bank nooit een goede verklaring heeft gegeven voor bepaalde handelingen. We zien er nu ook als Klachtencommissie meer en meer op toe dat er gecommuniceerd wordt: waarschuwen bijvoorbeeld moet schriftelijk gebeuren. Daar zijn we de afgelopen tijd strenger in geworden.''