Artikel 23 verbiedt controle

Volgens Artikel 23 van de Grondwet mag de Onderwijsinspectie geen onderzoek doen naar godsdienstlessen op scholen. De staat, zo is de strekking van het artikel, bemoeit zich niet met de inhoud van het godsdienstonderwijs.

Minister De Vries (Binnenlandse Zaken) benadrukt in een begeleidende brief bij het rapport van de Binnenlandse veiligheidsdienst dat ,,in beginsel'' inderdaad de scheiding van kerk en staat geldt, maar dat de bevindingen van de BVD ,,systematische analyse'' van het godsdienstonderwijs rechtvaardigen. Ook de BVD zal de scholen blijven volgen, zo heeft De Vries aangekondigd. Waaruit die rol zal bestaan, is nog onduidelijk.

De Vries wijst erop dat de inspecteur zich ,,terughoudend'' zal opstellen. Zijn rol zal zich beperken tot het signaleren van mogelijk strafbare feiten, zoals opruiing, belediging of aanzetten tot haat. Mocht dat het geval zijn, dan moet hij de officier van justitie inschakelen, die mogelijk tot vervolging overgaat.

Maar de controle gaat verder, blijkt ook uit de brief van De Vries. De inspectie zal ook de leerstof, de lesboeken en andere leermiddelen ,,inventariseren en vervolgens bezien op didactische en inhoudelijke kwaliteit''. Op die manier moet er helderheid komen over ,,de doelstellingen en de inhoud van het godsdienstonderwijs''. Juist dat staat op gespannen voet met artikel 23 van de Grondwet, waarin is geregeld dat bijzondere scholen volledig vrij zijn in het inrichten van hun godsdienstonderwijs en overheidsbemoeienis niet toegestaan is.