Allochtonen moeten zich onze cultuur eigen maken

De rede van CDA-leider Balkenende over `De Wederopbouw van Nederland' heeft het debat over de multiculturele samenleving nieuw leven ingeblazen. Hij betoogde dat ,,multiculturaliteit als zodanig ontoereikend is om te kunnen dienen als basis voor integratie''. (Opiniepagina, 25 januari) Minister Van Boxtel voor Grote Steden- en Integratiebeleid weersprak Balkenendes visie: ,,Mensen in een monocultureel keurslijf willen dwingen is een kruistocht die gedoemd is te mislukken'' (Opiniepagina, 1 februari). Hierop zijn vele reacties binnengekomen, waarvan er hier enkele worden geplaatst. Doen allochtonen onvoldoende moeite zich een plaats in de Nederlandse samenleving te verwerven, of moeten de autochtone Nederlanders het zichzelf aanrekenen dat nieuwkomers niet integreren?

Minister Van Boxtel deed in zijn betoog twee opmerkelijke uitspraken. Ten eerste: ,,Nederland was altijd al een multiculturele samenleving, is dat ook nu en zal dat blijven.'' Hij verwijst daarmee naar de hugenoten, joden en humanisten die hier in voorbije eeuwen een toevlucht vonden. Ten tweede vindt hij dat nieuwkomers niet gedwongen moeten worden in een monocultureel keurslijf. De eerste uitspraak berust op een misverstand en de tweede gaat voorbij aan de ernst van de cultuurverschillen.

Er zijn niet alleen verschillende culturen in verschillende regio's op aarde, er bestaan ook verschillen tussen ouderwetse en moderne culturen. Het probleem is dat wij vaak ongemerkt beide soorten door elkaar gooien. Het praten zonder grote handgebaren, het 's avonds openlaten van de gordijnen aan de straatkant en het eten van boerenkool met rookworst in de winter, behoren tot de Nederlandse regionale cultuur. Dat heeft niets met modern of ouderwets te maken. We deden dat lang geleden ook al. Het kritiek durven geven op mensen met gezag, het feit dat vrouwen dezelfde zeggenschap hebben als mannen en het gehecht zijn aan op tijd komen zijn culturele eigenschappen die niet samenhangen met de regio, maar met moderniteit. We delen ze met een aantal andere hoogontwikkelde landen in de wereld. Deze onderdelen van onze cultuur zijn niet bij toeval ontstaan, maar het resultaat van een lange ontwikkeling en veel strijd. Deze waarden zijn veroverd ten koste van andere, oudere waarden.

Inderdaad heeft Nederland in de loop der tijden heel wat buitenlanders opgenomen. Maar de Franse hugenoten hadden precies dezelfde cultuur als hun Nederlandse calvinistische geloofsgenoten. Hetzelfde geldt voor de Schotten en Zwitsers die dienst kwamen doen in het Nederlandse leger. Natuurlijk waren humanisten en vrijdenkers welkom in een land waar gewetensvrijheid bestond en waar nieuwe ideeën gewaardeerd werden. Ook Portugese joden integreerden vrij snel in de Nederlanden. Misschien kwam dat voor een deel door hun rijkdom. Maar ook hun internationale instelling en handelsgeest pasten goed bij de Hollandse mentaliteit. Al de voorgaande groepen waren geen echte vreemden en sloten goed aan bij de Nederlandse cultuur. Dat kan alleen niet gezegd worden van de veel grotere groep Duitse en Oost-Europese joden die naar ons land kwamen. Lange tijd waren zij de enige vreemde eend in de bijt. In zijn algemeenheid heeft Nederland door de eeuwen heen dus juist altijd een zeer homogene 'calvinistische' cultuur gekend. Ik bedoel dan een complex aan waarden waarbij onder andere `geweten', `schuld', `eigen verantwoordelijkheid' en `eigen initiatief' een belangrijke rol spelen. Ook katholieken en atheïsten in Nederland zijn sterk door die calvinistische traditie beïnvloed. Van een multiculturele samenleving is in Nederland nooit sprake geweest.

Het feit dat Nederlanders zo'n slechte neus hebben voor cultuurverschillen heeft hier waarschijnlijk wat mee te maken. Bovendien kent Nederland geen markante regionale verschillen of klasseverschillen. Ongeveer 90 procent van alle Nederlanders behoort tot de middenklasse en deelt in vergaande mate dezelfde normen en waarden. Het idee dat er elders op aarde mensen wonen die essentieel anders over goed en kwaad denken, is voor ons moeilijk te begrijpen.We zijn vooral geneigd uit te gaan van de goede bedoelingen van mensen uit andere culturen. Die goede bedoelingen zullen zij vast wel hebben, alleen verstaan ze onder `goed' misschien wat anders. Voor het oplossen van integratieproblemen zul je de essentiële cultuurverschillen onverbloemd in kaart moeten brengen. Het toedekken en relativeren daarvan leidt alleen maar tot meer conflicten.

Laten we nu eerlijk zijn: Is het raar dat, als mensen uit een gesloten conservatieve plattelandssamenleving in het Midden-Oosten in een open moderne stedelijke samenleving in Nederland terechtkomen, ze grote aanpassingsproblemen hebben? De eerste migranten, hun kinderen en kleinkinderen zijn fysiek misschien dan wel in Nederland gearriveerd, maar met hun gedachten zijn ze vaak nog ergens onderweg. Alleen de voorhoede heeft de Nederlandse samenleving geestelijk echt bereikt, vele anderen leven in gedachten nog half in dat dorp in Anatolië of in het Atlas-gebergte. Daar moet je je blindelings onderwerpen aan elk gezag, hier wordt een eigen mening van je gevraagd. Daar zijn vrouwen tweederangs wezens, hier hebben ze evenveel rechten. Daar beloof je iets en vergeet de belofte weer als dat zo uitkomt. Hier is een woord een woord. Daar speelt de familieclan een allesbepalende rol. De familie beschermt je tegen de boze buitenwereld. Binnen de familie houdt ieder zich altijd aan de afspraken en strenge sociale regels, daarbuiten kun je vrij je gang gaan. In Nederland word je daarentegen op je individuele verantwoordelijkheid en schuld aangesproken. En of het slachtoffer van je daden nu een familielid is of een vreemde, we vinden het even erg.

Dit soort cultuurverschillen leidt per definitie tot conflicten: je moet kiezen voor de ene of de andere positie, want ze zijn niet met elkaar te verenigen.

Wanneer Van Boxtel zegt dat we nieuwkomers niet in een monocultureel keurslijf moeten dwingen, suggereert hij dat de moderne waarden en normen in Nederland `ook maar een mening' zijn, en dat hem andere waarden even lief zijn. Dat is een verkeerd signaal voor een minister van Integratiebeleid. Natuurlijk hoeven nieuwkomers onze nationale folklore niet na te doen. Niemand hoeft klompen aan, sinterklaas te vieren of varkensvlees te eten. Maar die archaïsche waarden die normaal waren in dat dorp in het Midden-Oosten, zijn hier niet meer acceptabel. Die beschouwen we hier als achterhaald en achterlijk. We gaan ook de slavernij niet weer invoeren of de gelijke positie van de vrouw in het Burgerlijk Wetboek terugdraaien. Wie in Nederland wil wonen, zal zich de moderne Nederlandse pluralistische cultuur eigen moeten maken. Dat is geen keurslijf, maar een zegen. Wie die cultuur afwijst, plaatst zich buiten de maatschappij. Dat is helaas met grote groepen allochtonen bezig te gebeuren. Vroeg of laat leidt dat tot conflicten en mislukking. Een minister van Integratiebeleid zou dat soort dingen luid en duidelijk moeten zeggen.

Dr. A.H. Enklaar is fractievoorzitter van de VVD in de gemeenteraad van Enschede.