Agent met paardenstaart

Bezuinig op straathoekwerkers, geef meer geld aan de politie en de straathoekwerker wordt agent. Het Journaal volgde gisteren in Rotterdam een gezette wijkagent met een dikke, lange, zwartgrijze paardenstaart. Ouderwets moet kunnen. Vriendschappelijke gesprekjes met wijkbewoners. Zou hij ook stickies roken met de jongens? Hij klaagde over de bezuinigingen in het buurtwerk, zodat Antilliaanse en Marokkaanse jongens niets te doen hadden en aan het roven gingen. Zo'n paardenstaart geeft vechtersbazen houvast en boezemt weinig ontzag in op straat. Als dat mag boven een uniform, dan kan een moslimhoofddoek voor politievrouwen net zo goed worden toegestaan. Ik zie het verschil niet. Ze doen allebei af aan het gezag.

Gisteren acte twee van de moslimscholen. Opeens viel het mee met het fundamentalisme. ,,Voor grote woorden is geen aanleiding'', zei Henny Stoel naar aanleiding van het BVD-rapport. Het Journaal had het dinsdag ook al gerelativeerd in een interview met arabist Van Koningsveld. Ook minister Klaas de Vries troostte dat het meeviel, terwijl staatssecretaris Karen Adelmund maandag alarm had geslagen. Het duizelt me. Bij Nova waren tien op de 32 scholen fundamentalistisch besmet. Gisteren was het vijf op de 32. Dat sloeg op contacten met de Saoedi-stichting Al-Waqf. Maar hoe ziet het met de andere fundamentalistische stichtingen? Maandag wilden organisaties en scholen niet reageren bij Nova. In B&W, 2 Vandaag en het Journaal deden sommige het wel. De gewraakte statuten zouden niet meer van toepassing zijn of de fundamentalistische stichting zou niets meer aan die scholen betalen.

Interessanter dan de vraag of het glas halfvol of halfleeg is en of Nova goed of verkeerd heeft bericht zijn de feiten zelf en de wetten die daarop van toepassing zijn. Op papier valt dat overzichtelijker uit te leggen dan in beeld. Een BVD-rapport is geen juridisch bewijsstuk. Het staat vol anonieme bronnen en ,,van horen zeggen''. Er zijn drie categorieën van onwenselijk fundamentalisme. De grootste categorie valt onder de vrijheid van het bijzondere onderwijs, zoals een inspecteur niet moe werd te herhalen in allerlei tv-programma's. In de jaren zestig heb ik op mijn Maastrichtse katholieke lagere school over Noord-Nederlandse protestanten van alles geleerd dat op gespannen voet stond met integratie. Rome subsidieerde. Dat mocht toen. Die integratie luistert bij immigranten uit ondemocratische landen nauwer dan bij autochtonen met religieus streeksentiment, maar de wet kan dat onderscheid niet maken. Dergelijk onderwijs verdient felle kritiek.

Een tweede categorie is het schenden van de vergunningsvoorwaarden voor de school; onderwijs dat niet strafbaar is, maar niet mag van de inspectie. En een derde categorie is onderwijs dat oproept tot haat en discriminatie en dus strafbaar is. Die drie categorieën worden in de dappere commentaren van politici en de berichtgeving door elkaar gehaald.

Bange tijden. Gisteren zag ik op Arte een nooit eerder uitgezonden documentaire over de presidentiële campagne van Giscard d'Estaing in 1974. Wat ging het er onbekommerd aan toe. Op verkiezingsdag zat hij 's middags alleen in de zon op het balkon van zijn appartement in zijn ministerie van Financiën aan de Champs Elysées. Hij belde met zijn campagneleider voor de uitslagen. Toeristen fotografeerden hem. Hij zwaaide terug. 's Avonds zag hij op tv hoe een enthousiaste menigte zich verzamelde voor zijn hoofdkwartier. Geen journalist stond voor zijn deur te posten. Toen zijn overwinning definitief was, reed hij daar zelf heen met zijn oude Peugeot 504, de documentairemaker achterin. Daar raakte hij vast in de menigte. Handen schudden door het raam. Op het hoofdkwartier aanvaardde hij het presidentschap en even later reed hij weer zelf naar huis. Dat moet een mal gezicht zijn geweest, de gekozen kandidaat aan het stuur van een met filmlampen uitgelichte wagen. Ideaal doelwit voor Al-Qaeda. Thuis aangekomen wilde hij uitstappen, maar zijn portier zat klem. Lenig kroop hij over de middenconsole naar het rechterportier. Onbezorgde grandeur in de paardenstaartentijd.