Woonemoties

Snikkend liep een mevrouw door haar huiskamer. Wat is dit mooi, wat is dit mooi, prevelde zij steeds. Haar man ondersteunde haar, maar had het zelf ook te kwaad, overrompeld door zijn nieuwe interieur. De bank, de kroonluchter, soms streek de tv-camera er even langs, maar het ging duidelijk om de mensen. Om datgene wat de nieuwe aankleding van hun huiskamer (die je neo-rococo zou kunnen noemen, of een Ikea-versie van ouderwetse Jordaankitsch) hun deed.

Ik wist niet dat het bestond, emotie-tv over wonen, over interieurkunst. Het programma heet `In Holland staat een huis', en het is erg populair, dus ik hoef misschien niet te vertellen dat daarin twee bevriende echtparen met hulp van experts (`stijlisten') elkaars huiskamer nieuw inrichten. Die aanwezigheid van soortgenoten is slim bedacht: het vergroot de kans op het raken van gevoelige snaren en de bereidheid om te wenen.

Bijzonder is dat de herziene interieurs niet voldoen aan gangbare normen van goede smaak. Dat zou tot voor kort ondenkbaar zijn geweest. Er moest op dit gebied altijd worden bevoogd; gewone mensen hadden nu eenmaal geen verstand van mooi of lelijk. Letterlijk ieder tijdschriftartikel of tv-programma over wonen droeg het `verantwoorde' interieur uit, en leerde de mensen dat zo'n buisframe stoel misschien wel ongezellig lijkt, maar wel erg ruimtelijk werkt. De `stijlisten' van nu brengen geen smaak in, maar kunstgrepen, trucjes met bij elkaar passende spullen, leegheid, overdaad, wat dan ook – het zijn etaleurs. Huiskamers worden etalages, wat voor veel mensen inderdaad het hoogste ideaal is.

Nu ja, in zekere zin zijn huiskamers natuurlijk altijd etalages geweest. Wie zijn kamer inricht, ontkomt er niet aan dat anderen, die die kamer zien, er het hunne van denken. Daarom is wonen zoiets fascinerends, een wipwap-beweging tussen wat je zelf mooi vindt – of comfortabel, of juist onbelangrijk – en wat je wilt dat andere mensen zien dat je mooi vindt, comfortabel, of onbelangrijk.

Maar het geraffineerde van `In Holland staat een huis' is de omkering van het versleten cliché van het interieur als weerspiegeling van iemands karakter. Die mevrouw die zo moet huilen over haar nieuwe interieur, huilt omdat zij nu als bij toverslag iemand is geworden met zo'n interieur. Zo iemand had zij op eigen kracht nooit kunnen worden! Assepoester verandert in een prinses, en nog wel voor het oog van honderdduizenden tv-kijkers. (Stond in die nieuw-gestijleerde kamer eigenlijk wel een tv-toestel?)

Mijn vriendin B. en ik, die de uitzending toevallig allebei hadden gezien, koesterden ons in gezellig, gedeeld onbegrip over zoveel gekte. Ik vertelde haar over een ander programma, op de BBC, waarin ook een stel halfgoden bij een `gewone familie' in huis neerdaalt om orde op zaken te stellen, zodat zij daarna een nieuw, blijer leven kunnen leiden. The life laundry heet dat nogal geestig.

Wij waren het erover eens dat we er niet over zouden piekeren om van die zogenaamde experts in huis te halen en ons te laten vertellen wat we allemaal moesten veranderen, laat staan om een heel nieuw aanzien te geven aan onze kamers. Alsof je identiteit daarvan afhangt! Het was wel een zooitje (nu spreek ik voor mijzelf) maar het was ons zooitje en daar moest de wereld verdorie van afblijven.

Later vroeg ik mij af wie nu eigenlijk op een onredelijker manier aan zijn interieur hangt: iemand die dankbaar de zaak uit handen geeft aan mensen die er verstand van hebben, of iemand die even verstokt als machteloos blijft leven in een huiskamer waarvan hij wéét dat je er iets veel mooiers van zou kunnen maken.