Wereldbank: verdubbeling ontwikkelingshulp nodig

De Wereldbank wil dat de financiële hulp aan ontwikkelingslanden wordt verdubbeld. Daardoor zouden deze landen hun infrastructuur kunnen verbeteren en zo armoede effectiever bestrijden.

Volgens de in Washington gevestigde bank zal betere toegang van ontwikkelingslanden tot transport, elektriciteit, water en telecommunicatie bijdragen aan het doel van de Wereldbank om de armoede in 2015 te hebben gehalveerd.

Volgende maand wordt onder auspiciën van de Verenigde Naties in het Mexicaanse Monterrey een grote conferentie gehouden over het financieren van ontwikkelingswerk. Op de agenda staat onder meer het voorstel dat donorlanden hun ontwikkelingshulp verhogen tot ten minste 0,7 procent van hun bruto binnenlands product.

,,De behoeften zijn enorm, van de sloppenwijken tot het afgelegen platteland'', zei de president van de Wereldbank, James Wolfensohn, gisteren in een verklaring. ,,De rijke donorlanden moeten deze en andere behoeften ondersteunen door het verdubbelen van de officiële ontwikkelingshulp.''

Volgens gegevens van de Wereldbank hebben 1,2 miljard mensen in de hele wereld geen toegang tot schoon water, terwijl het dubbele aantal moet leven onder ontoereikende hygiënische omstandigheden en daardoor kwetsbaar is voor ziekten. In Afrika heeft minder dan 8 procent van de mensen toegang tot elektriciteit, aldus de Wereldbank. In Zuid-Amerika zijn zeventig miljoen mensen verstoken van moderne gemakken doordat ze geen adequate energievoorziening hebben.

Infrastructurele verbeteringen zouden de leefomstandigheden bevorderen en de ontwikkeling van economische activiteiten stimuleren, meent de bank. Tussen 1990 en 2000 zijn in de ontwikkelingslanden 2.300 infrastructurele projecten uitgevoerd die meer hulp hebben aangetrokken dan werd verwacht. Maar volgens de Wereldbank waren de ontwikkelingsprogramma's niet altijd even doelgericht.