Van der Valk-motel aarzelt niet gemeente Vught te tarten

Naast Tiel blijkt nu ook Van der Valk-vestigingsplaats Vught laks te zijn geweest met het naleven van de voorschriften. ,,De ontstane situatie is in strijd met de wet en illegaal.''

De ironie ligt er bovenop. In het Van der Valk-bouwdossier van de gemeente Vught is een interview opgenomen met pater familias Gerrit van der Valk. Hij doet in dit artikel uit het Brabants Dagblad uit 1985 zijn beklag over gemeenteambtenaren. Slechts over één gemeente is hij te spreken: Tiel. Daar zouden de ambtenaren wél met hem meewerken, zo stelt hij.

Het was juist in Tiel, waar anderhalve week geleden een parkeerdek van een Van der Valk-motel instortte, dat de gemeente zich al die jaren heel meegaand met de horecafamilie had opgesteld.

Dat dit krantenartikel in Vughts dossier zit, lijkt geen toeval. Naar nu duidelijk wordt heeft ook Vught zich tientallen jaren lang laks opgesteld in de handhaving van de overheidsvoorschriften, zo blijkt uit de bouwaanvragen, de verleende bouwvergunningen en de correspondentie tussen de ambtenaren onderling en het horecaconcern. Hoe andere gemeenten zich hebben opgesteld, is nog onduidelijk. Vught is een van de weinige plaatsen die openheid van zaken geven voordat het eigen onderzoek is afgerond.

Het eerste document is meteen tekenend voor de verhouding tussen gemeente en onderneming. In 1954 neemt de familie het befaamde restaurant De Witte over. Vught verleent een bouwvergunning. Maar, zo staat in die eerste brief, ,,bij de uitvoering is niet de hand gehouden aan de goedkeurde tekening''. Het concern reageert ontkennend. Maandenlang wacht de gemeente op de gevraagde bouwtekeningen.

Zes jaar later botsen de ambtenaren en Van der Valk opnieuw. De onderneming trekt een scheidingsmuur op langs het perceel, de gemeente heeft hiervoor geen vergunning afgegeven, vindt de muur bovendien te hoog en maakt in april 1960 bezwaar. Binnen veertien dagen moet de muur zijn afgebroken. In juli volgt een herhaling van dit verzoek, in december nogmaals. Het eerste antwoord op de zaak, die de gemeente dan al negen maanden dwarszit, volgt in januari. Nestor Gerrit van der Valk zit in het buitenland, luidt het antwoord. Wanneer hij terug is, laat hij wel van zich horen.

In mei, meer dan een jaar later, blijkt Van der Valk de scheidingsmuur dan eindelijk te hebben afgebroken. De gemeente beloofde immers, zodra dat het geval zou zijn, een bouwvergunning te verlenen voor een muur volgens de regels. Maar de nieuwe muur die Van der Valk ook meteen heeft gebouwd, is opnieuw te hoog. In juni, ruim een jaar na het begin van het dispuut, geeft Vught een vergunning af voor die laatste muur.

Een andere discussie: begin 1977 gaat de Technische Dienst van Vught niet akkoord met de uitbreidingsplannen van het hotel-restaurant, terwijl de bouw al is begonnen. De plannen zijn in strijd met het bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders beslist echter anders; de vergunning wordt alsnog verleend. Een jaar later zijn de vereiste bouwtekeningen nog steeds niet ingeleverd, en enkele noodvoorzieningen die de brandveiligheid moeten garanderen, zijn niet getroffen.

Dit proces herhaalt zich in 1989. Het motel wil uitbreiden naar 130 hotelkamers in drie verschillende bouwdelen. Een zwembad moet erbij komen, met sauna en fitnessruimte. Plus zeven vergaderzalen. Een ambtenaar van bouw- en woningtoezicht neemt een kijkje en maakt foto's. Opnieuw was al flink gebouwd. ,,Dat het eigen bouwbedrijf van Van der Valk al zo ver was met bouwen zonder vergunning, kan je de gemeente niet aanrekenen'', zegt ambtenaar bouw- en woningtoezicht J. Hermes nu vergoelijkend. De gemeente kan niet aangekondigde verbouwingen niet zien aankomen. In augustus volgt een brief aan het concern. Binnen een maand moet een gewijzigde aanvraag worden ingediend, anders breekt de gemeente de bouwwerken weer af. ,,Wij vertrouwen er echter op dat u het niet zo ver zult laten komen'', schrijft het college van B en W. Maar dat doet de familie wel. Na drie maanden, in december, heeft Van der Valk nog geen actie ondernomen, en de gemeente voert het eigen dreigement niet uit. Hoofd bouw- en woningtoezicht J. Jansen schrijft daarop een memo aan de voor bouw verantwoordelijke wethouder. Hij heeft nog geen nieuwe aanvraag of bouwtekeningen ontvangen, terwijl die wel door architect G.Spoor namens hoteldirecteur – en aangetrouwd familielid – H. Heinrichs zijn toegezegd. Jansen stelt de wethouder voor het dreigement te herhalen, en ,,dat dit ook daadwerkelijk moet worden doorgezet, als puntje bij paaltje komt''.

Terwijl het verbouwde motel eind 1989 weer voor de gasten opengaat, verbreedt het probleem zich in februari 1990. De brandweercommandant concludeert dat het verbouwde hotel niet brandveilig is. Zo ontbreken brandwerende constructies in gangen, op plafonds, in trappenhuizen. De keuken kan bij brand niet correct worden afgesloten. Vluchtwegen zijn er niet. Noodverlichting moet nog worden aangebracht. En het ontbreekt aan voldoende brandblussers.

De gemeente wacht af en pas anderhalve maand later wordt hierover per brief gesproken. Het hotel krijgt nog eens twee maanden de tijd de veiligheid aanzienlijk te verbeteren. Wanneer die termijn begin mei verstrijkt, is er niets veranderd. De gemeente sluit het complex niet, maar dreigt daar wel mee. Eerst volgen echter nog twee weken respijt voor Van der Valk.

Op 21 mei komen de ambtenaren en de hoteldirecteur bij elkaar. ,,Geconstateerd is dat, in tegenstelling tot datgene wat eerder is afgesproken, niet alle voorzieningen getroffen zijn'', staat in het verslag van die bijeenkomst te lezen. Het gevolg? Opnieuw twee weken uitstel.

Eind juni nogmaals een boze brief. ,,De nu ontstane situatie is in strijd met de wet en als zodanig illegaal.'' Niet te tolereren, oordeelt de dienst bouw- en woningtoezicht. Nu moet Van der Valk, stelt de gemeente, écht binnen dertig dagen actie ondernemen. ,,Indien hieraan geen gehoor wordt gegeven, zullen wij de nodige werkzaamheden doen verrichten.''

Hoofd bouw- en woningtoezicht J. Jansen lijkt het hoofd – opnieuw twee maanden later – enigszins in de schoot te leggen. ,,De tekeningen van De Witte zijn mijns inziens ongeveer compleet'', schrijft hij in een intern memo. Tussen haakjes, zo staat er nog wel, de brandremmende constructies op plafonds en wanden blijven ,,een probleem''. Het openbare bouwdossier stopt in 1995, maar de gemeente stelt dat het complex nu volledig aan de brandveiligheidsvoorwaarden voldoet. Over de gebruikte bouwmaterialen bestaat nu nog wel `onduidelijkheid', aldus de gemeente.