`Texas is net Amerika, alleen erger'

Vanuit een buitenwijk van Austin neemt een vrolijke maar gevreesde columniste voor meer dan 350 kranten George W. Bush onder vuur. Maak kennis met Molly Ivins; Zijn Loyale Oppositie.

,,Texas is net Amerika, alleen erger', is een typerende uitspraak van Molly Ivins. Zij is sinds jaar en dag de luis in de pels van Texas en zijn gouverneur-nu-president George W. Bush. Amerika kan er iedere week iets van opsteken.

In een buitenwijk van Austin, de hoofdstad van de `lone star state', geeft haar verscholen gelegen huis uitzicht op binnentuintjes en spiegels. Het lijkt of zij woont in een metafoor van de staat die zij als geen ander kent, liefheeft en week na week streelt met haar in humor gedrenkte zweepje.

Zij maakt zich echt vrolijk, het is geen gemaskeerde bitterheid. Molly Ivins werd geboren in Californië en groeide op in Houston, Texas. Zij studeerde en werkte in andere delen van het land, maar kwam steeds weer terug in Texas. Als kind van de vredesbeweging zou zij meer overtuigingsgenoten vinden in San Francisco. Zij piekert er niet over: ,,Lang niet zo veel te lachen.'

De vasthoudendheid waarmee zij Texas beschrijft als een politiek paradijs voor zakenlieden heeft haar uiteindelijk toch haar baan gekost. Vorig jaar is zij `in goed onderling overleg' vertrokken bij de Fort Worth Star-Telegram, de krant uit de Dallas-Fort Worth-regio waar zij bij uitstek een vreemde eend in de bijt was. In het herenclub-circuit werd de druk op de krant toch te groot om haar te kunnen handhaven.

Molly Ivins is niet zomaar een rebelse Texaanse-uit-vrije-wil. Zij is uitgegroeid tot een nationale figuur via haar column, die inmiddels door meer dan 350 kranten in het land wordt gekocht. Ingezonden brievenschrijvers van kust tot kust grijpen haar stukjes aan om eens flink tekeer te gaan. In The Rocky Mountain News wordt haar ,,ideologische verblindheid' verweten. Lezers van de Florida Times-Union vragen of zij niet kan worden opgenomen in het vaste columnisten-bestand.

,,Ik ben de meest gelezen progressief ['liberal'] in provinciaal Amerika', zegt Ivins met haar markante mengsel van ironie en feitelijkheid. Zij vindt het jammer dat haar stem vrijwel ontbreekt in New York en Washington, de nationale opiniecentra. De New York Post koopt haar columns om ze uit de Daily News te houden, maar plaatst ze zelf niet. In de hoofdstad is The Washington Post abonnee om haar één à twee keer per jaar als curiosum af te drukken.

Ivins werd drie keer genomineerd voor een Pulitzer prijs, maar haalde het steeds net niet. Over succes heeft zij desondanks niet te klagen. Haar boeken staan lang op de bestsellerlijsten. Molly Ivins Can't Say That, Can She? maakte haar naam. In het verkiezingsjaar 2000 publiceeerde zij (met collega Lou Dubose van het tweewekelijkse tegendraadse blad The Texas Observer - www.texasobserver.org) Shrub, the short but happy political life of George W. Bush.

Het boek over de Texaanse jeugd van de huidige president geeft een uitvoerig beeld over hoe weinig Bush jr. politiek geïnspireerd leek en hoe hij via drie mislukte oliemaatschappijtjes en de Texas Rangers een fortuintje bij elkaar sprokkelde. Ivins zegt daar nu van: ,,Het is geen kwestie van fraude. De geschiedenis van George W. Bush als Texaans zakenman gaat meer over connecties dan over grote zakenideeën. Hoe daddie hem redde. De jonge Bush is geboren op het derde honk, hij hoeft er nog maar één te lopen, maar hij denkt dat ie ze allemaal heeft gelopen.'

In een recente Enron-column haalde Ivins overigens even de handigheid op waarmee Bush in 1990 rijk werd aan de déconfiture van een zijner olie-startups. Het stukje (te vinden onder http://www.dfw.com/mld/ startelegram/news/columnists/molly_ivins/ 2596692.htm) komt er op neer dat Bush met aanzienlijke winst aandelen verkocht in een bedrijf in moeilijkheden, een maand nadat hij was benoemd in een commissie die de belangen van de algemene aandeelhouders moest behartigen.

Is zij nooit gedwongen geweest in te binden of te rectificeren? Ivins: ,,De feiten in mijn boek zijn nooit aangevochten. De gegevens over die verkoop van aandelen komen uit openbare bronnen. Ik heb één keer een column moeten rectificeren, naar ik nog steeds meen ten onrechte. Tijdens de verkiezingen heeft de Bush-campagne nooit getracht me aan te pakken, misschien ook omdat ik toen met borstkanker worstelde.'

Molly Ivins spaart ook zichzelf niet. Het is dat gebrek aan pompositeit dat haar tot een geduchte opponent heeft gemaakt van Amerikaanse machthebbers van alle gezindten. Nu dat in de eerste plaats George W. Bush is, met zijn Texaanse gevolg, komt de recente politieke geschiedenis uit die staat haar extra van pas. In haar waarneming zijn vader en zoon Bush `movement conservatives', een soort conservatieven die menen dat alles beter kan worden gedaan zonder de staat.

,,Het zijn zeloten van de vrije markt. Milton Friedman en de economie-opleiding aan de Universiteit van Chicago zijn hun inspiratiebronnen. Het is een geloof dat we eind negentiende eeuw al hebben beleefd. We kennen het, het is op een complete ramp uitgelopen. We hebben de monopolies van spoorwegen, olie en staal gezien. Karl Marx schreef onzin wat betreft zijn remedies, maar zijn beschrijvende analyse van de misstanden van die tijd was correct.'

Volgens Molly Ivins zucht Amerika nog steeds onder een uitspraak van het Supreme Court uit 1912 waarin werd gezegd dat ook bedrijven een recht op vrijheid van meningsuiting hebben. Dat heeft ertoe geleid dat zij met grote bedragen politici naar hun hand kunnen zetten. ,,Daarom functioneert onze democratie nauwelijks. En `de basis' is moe en ongeorganiseerd. De Tocqueville zei dat Amerikanen zo 'get up and go' waren, maar dat is niet meer zo. We werken erg hard en worden geabsorbeerd door de vermaaksindustrie. En er zijn veel alleenstaande, werkende moeders. Die zijn allang blij als zij de kinderen door school slepen en hebben geen tijd voor burgerschap. We komen gevaarlijk dicht bij een situatie waarin we worden geregeerd door de rijken.'

Dit is het het laatste deel van een korte serie over de verstrengeling van politiek en bedrijfsleven in Amerika. Eerdere delen verschenen op 12, 14 en 16 februari.