Schikking bodemsanering geweigerd

Het provinciaal afvalbedrijf Zuid-Holland (Proav) in Dordrecht heeft geweigerd een schikking van 4.545 euro (10.000 gulden) te betalen in de affaire rond het Service Centrum Grond (SCG). Proav stond gisteren samen met het SCG en enkele (ex-)medewerkers van SCG terecht voor de rechtbank Rotterdam.

Het ging om een zogenoemde regiezitting waarbij de rechtbank niet toekwam aan een inhoudelijke behandeling. Het SCG, een semi-publieke organisatie die namens het ministerie van VROM betrokken is bij bodemsaneringen, wordt vervolgd wegens het opstellen van twintig valse verklaringen. Met de verklaringen kon, volgens justitie, tussen 1995 en 1998 afval als dakgrind en slibresidu gestort worden als `niet-reinigbare grond'. Het storten van grond met zo'n verklaring is vrijgesteld van milieuheffing. Afvalverwijderaars zouden zo 3,4 miljoen euro (7,5 miljoen gulden) verdiend hebben. Een van de stortplaatsen was van Proav. Dat bedrijf wordt verdacht van valse aangiften afvalheffing.

Andere stortplaatsen en afvalverwijderaars gingen in op een schikkingsvoorstel van justitie. Advocaat J. Loevendie van Proav zegt dat zijn cliënt weigert te schikken omdat Proav niets verkeerd heeft gedaan. Loevendie: ,,Proav baseerde zich bij de belastingaangiften op de verklaringen van het SCG. Als die onjuist zijn, dan treft Proav daarvoor geen schuld. Overigens zijn wij ervan overtuigd dat de verklaringen niet vals zijn. Het SCG kreeg immers van de rijksoverheid de ruimte om zelf te bepalen wat grond was en wat niet.''

De rechtszaak is gisteren voor onbepaalde tijd aangehouden. Komende maanden hoort de rechter-commissaris, op verzoek van de verdediging, nog getuigen. Onder de getuigen zijn ambtenaren van het ministerie van VROM die ermee akkoord zouden zijn gegaan dat SCG afval als dakgrind en slibresidu als `grond' bestempelde. Bestuurskundige prof. A. Ringeling van de Erasmus Universiteit Rotterdam wordt als deskundige gehoord. Hij concludeerde in een onderzoek dat VROM en de Belastingdienst schuld treffen omdat zij tekortschoten in het opzetten en uitvoeren van de controle op de verwerking van vuile grond.