Sanering vuile waterbodems vergt meer geld

Voor sanering en onderhoud van vervuilde waterbodems is 8 miljard euro nodig tot 2025. Dat betekent meer dan een verdubbeling van het huidige budget.

Dit blijkt uit een onderzoek, waarvan de resultaten vanmorgen zijn aangeboden aan staatssecretaris De Vries (Verkeer en Waterstaat). Zij wil van het kabinet nog voor de verkiezingen van mei aanstaande een besluit over de gewenste aanpak. Volgens de staatssecretaris is de achterstand in baggerwerk ,,een ernstig onderschat probleem'.

Een commissie onder leiding van de Brabantse gedeputeerde L.Verheijen heeft het probleem met hulp van provinciale werkgroepen in kaart gebracht. In het rapport getiteld: `Worden we bagger de baas?' geeft de commissie aan hoe groot de achterstand is bij het reinigen van vervuilde waterbodems.

Het betreft kanalen, rivieren en meren, die soms in open verbinding staan met de zee. ,,De baggeropgave is fors groter dan tot dusver werd aagenomen. Ik ben begonnen in de verwachting dat het karwei in tien jaar kon worden geklaard, maar zelfs een inhaalslag van veertig jaar zou een flinke extra inspanning van alle partijen vergen', aldus Verheijen. Volgens zijn commissie kan het probleem in zo'n 25 jaar in ieder geval beheersbaar worden gemaakt.

De achterstand bij het schoonmaken van de waterbodems heeft direct gevolgen voor het goederenverkeer over water. Uit berekeningen blijkt dat de vaarwegen minder diep zijn geworden door het slib, waardoor de vervoerscapaciteit van de binnenschepen met zo'n dertig procent vermindert. In de komende tien jaar zal een hoeveelheid van 400 kubieke meter baggerspecie moeten worden geschraapt.

De helft hiervan is afkomstig uit zoet water, de andere helft uit zout. Van de zoute specie kan zeker 90 procent zonder problemen in zee worden verspreid. Bij het zoetwater-slib ligt dat anders. Hiervan zal 70 procent ergens moeten worden opgeslagen. Bijvoorbeeld omdat er op land geen ruimte meer voor is of omdat het te sterk is vervuild. Het vinden van geschikte opslagplaatsen is volgens de commissie echter een groot probleem. Bij verspreiding zal rekening moeten worden gehouden met ,,de risico's voor diergezondheid, voedselveiligheid en ecosystemen'.

In de provincies Overijssel, Flevoland, Zuid-Holland en Limburg zal het aandeel van vervuild slib volgens de commissie-Verheijen oplopen naar 70 procent. In het rapport wordt vastgesteld dat de noordelijke provincies, Utrecht en Noord-Holland een tekort aan stortcapaciteit hebben. De commissie pleit er voor om meer opslag toe te laten in de al bestaande depots.

Gerectificeerd

Baggerspecie

In het bericht Sanering vuile waterbodems vergt meer geld (20 februari, pagina 6) staat dat 400 kubieke meter baggerspecie moet worden geschraapt. Dat moet zijn: 400 miljoen kubieke meter.