Muren bouwen tegen boze ex-werknemers

Het van oorsprong Israëlische Check Point, fabrikant van beveiligingssoftware, werd onlangs uitgeroepen tot beste internetbedrijf ter wereld. Topman Jerry Ungerman legt uit waarom.

Bescheidenheid is Jerry Ungerman volkomen vreemd. En niet zonder reden. Check Point Software Technologies, het bedrijf waarvan hij zich president mag noemen, is onlangs uitgeroepen tot allerbeste dotcombedrijf ter wereld.

Het zakenblad Forbes selecteerde in 1998 46 prominente internetbedrijven voor een onderzoekje. In elk bedrijf werd `hypothetisch' 1.000 dollar geïnvesteerd. Afgelopen december werd de balans opgemaakt. De totale investering (46.000 dollar) was 1 procent in waarde gedaald. Slechts van twaalf bedrijven was de beurskoers hoger dan in 1998. De investering in Check Point was zelfs met 655 procent gegroeid tot 7.552 dollar. Daarmee eindigde het bedrijf op eenzame hoogte.

Check Point is geen typische dotcommer, erkent Ungerman, gisteren in Nederland voor een werkbezoek. Het bedrijf werd vroeg opgericht, in 1993 – ,,toen `www' niet eens bestond''. Op het hoogtepunt van de dotcomhype, begin 2000, bezat het al een écht product en heel veel klanten. Het was een volwassen bedrijf, terwijl de meeste dotcommers net uit de startblokken kwamen.

Het bedrijf zat ook precies in de juiste markt: beveiligingssoftware. Check Point maakt firewalls, virtuele muren waarmee bedrijven hun `terrein' op internet beschermen, en virtual private networks, beveiligde `corridoren' om informatie van het ene naar het andere terrein te versturen. Volgens analisten zijn dit al jaren de twee meest lucratieve softwareproducten. Dit bleek ook uit het Forbes-onderzoekje: van de tien op de beurs best presterende bedrijven houdt ruim de helft zich bezig met beveiliging.

Ungerman, die hiervoor 26 jaar werkte voor Hitachi Data Systems (data-opslag), onderhoudt als president de wereldwijde contacten met klanten en media. Maar het brein achter Check Point is Gil Shwed, een Israëlier die jarenlang diende in Mamram, het computerpeleton van het Israëlische leger. Shwed houdt kantoor in Tel Aviv. Ungerman – Amerikaan – heeft Redwood, Californië, als uitvalsbasis.

Mamram staat bekend als kweekvijver voor softwareondernemers. Wie de keiharde selectieprocedure doorkomt, verbindt zich voor een periode van zes jaar aan het elitekorps. ,,Gil Shwed zag veel eerder dan wie dan ook welke kant de beveiliging van netwerken zou opgaan'', zegt Ungerman. In 1994 kwam Shwed met zijn eerste versie van een firewall. Zijn bedrijf werd op slag marktleider.

De markt voor beveiligingssoftware is nauwelijks gevoelig voor de huidige vertraging van de economische groei. Volgens Ungerman is de vraag naar bescherming tegen boze ex-werknemers, concurrenten die uit zijn op geheime bedrijfsgegevens of computerkrakers altijd groot, ook in moeilijke tijden. Automatiseerders die te maken krijgen met een krimpend budget zullen beveiliging als allerlaatste van hun lijstje schrappen.

We hebben een slim businessmodel, zegt Ungerman. Daardoor raken eventuele klappen de onderneming niet meteen in het hart. Het bedrijf zelf heeft maar twaalfhonderd werknemers in loondienst en verkoopt zijn producten via meer dan tweeduizend partners in 86 landen. Deze gedecentraliseerde structuur maakt het ook mogelijk om als `Israelisch' bedrijf probleemloos producten te slijten in Arabische landen.

Check Point verwacht komend jaar in het beste geval een omzet van 604 miljoen dollar (met een winst per aandeel van 1,45 dollar), vergeleken met 528 miljoen dollar in 2001. In het slechtste geval blijft de omzet gelijk met vorig jaar.

Het lijkt erop dat de strijd tegen het terrorisme de verkoop van firewalls een extra impuls kan gaan geven. Vorige week sprak de Amerikaanse regering opnieuw haar bezorgheid uit over de mogelijke kwetsbaarheid van computernetwerken. De vrees bestaat dat kwaadwillenden overheidsinstellingen op internet kunnen platleggen. Dat die vrees niet ongegrond is, bleek vorig jaar toen het `Nimda-virus' een miljard dollar schade veroorzaakte, onder meer aan websites van Capitol Hill. Check Point maakt zelf overigens geen software tegen virussen.

Ungerman denkt wel een graantje te kunnen meepikken nu in politieke kringen de bezorgdheid over beveiliging toeneemt. Maar hele hoge verwachtingen heeft hij daar niet van. ,,Er wordt vaker gezegd dat er meer aan beveiliging moet worden gedaan, maar dat wordt niet altijd in daden omgezet.'' Regeringen zijn door de bureaucratie trage beslissers.

De belangrijkste klanten van Check Point zijn – van oudsher – multinationals en financiële instellingen. Pas sinds kort maakt het bedrijf ook producten voor middelgrote en kleine bedrijven. Het bedrijf maakt vandaag bekend dat het zich ook in de markt voor mobiele netwerken wil storten, nu het erop lijkt dat mobiele verbindingen steeds betrouwbaarder worden voor datatransport.

Na de aanslagen van 11 september vorig jaar draaide Check Point twee weken lang nauwelijks omzet. Maar de aanslagen hadden ook een `positief' bijeffect, zegt Ungerman. Terwijl tijdens en vlak na de aanslagen het telefoonnetwerk tijdelijk uitviel, bleef het wereldwijde web overeind. ,,Vermiste werknemers namen via internet contact op met bezorgde werkgevers en familieleden. Internet heeft bewezen dat het op dit moment de meest betrouwbare vorm van datatransport is.''