Lijsttrekken

Boven de pissoirs in het herentoilet van het Airport Hotel in Rotterdam hingen twee kranten: De Telegraaf en het Algemeen Dagblad. Ze waren op deze eigenaardige plaats opgehangen aan een houten roe. De voorpagina van De Telegraaf schreeuwde de plassende hotelgast tegemoet: ,,Moslimscholen bron van haat''.

Ik vroeg me af of Pim Fortuyn hier straks nog wel met voldoende beheersing zou kunnen plassen. Het is een handeling die enige concentratie vereist en zich moeilijk verdraagt met triomfantelijke gebaren.

Had Fortuyn hier dan iets te zoeken? Jazeker, hij zou aantreden voor een debat met andere lijsttrekkers van de Rotterdamse gemeenteraadsverkiezingen. De pers was in groten getale uitgerukt, de organiserende ondernemers van VNO en NCW deden zich boven al te goed aan een overvloedig koud buffet.

Fortuyn liet nog op zich wachten. De eerste wilde speculaties deden al de ronde onder het journaille. Zou hij geestelijk zijn ingestort?

In mijn fantasie zag ik Fortuyn al languit in onmacht op de sofa liggen van zijn stadspaleisje, angstig besnuffeld door zijn hondjes, terwijl zijn aantrekkelijke, jonge chauffeur hem bevrijdde van het knellende korset van zijn driedelige grijs. ,,Ik ben te groot voor dit vréselijke landje'', zuchtte de lijsttrekker.

Maar opeens stond hij daar toch te midden van ons, roemloze stervelingen. Misschien nog niet helemaal stralend als vóór zijn deconfiture, maar toch nog zelfbewust genoeg om bewonderende blikken te ontlokken aan de zakenlieden van Rotterdam. Hij baadde zich even in het flitslicht en ging toen met tegenzin op een van de zeven, anderhalve meter hoge verchroomde stoeltjes zitten, een inderdaad vreemd soort marteltuig voor de lijsttrekkers. ,,Wat vréselijk'', zei Fortuyn. Hij werd ook nog ingeklemd tussen twee dames met wie hij politiek weinig gemeen heeft: Mea van Ravesteyn van D66 en Els Kuiper van de PvdA. Als dat maar goed ging.

Maar het viel achteraf reuze mee. Het leek wel of Fortuyn zich een beetje inhield, we zagen hem zelfs in een onderonsje met Van Ravesteyn. Zou hij toch wat geleerd hebben van de recente gebeurtenissen? Ronduit honend was hij alleen tegen de

naïeve Manuel Kneepkens van de Stadspartij, voor de rest beperkte hij zich tot de herhaalde schampere vermaning tegen de stadspolitici: ,,U denkt maar dat het én-én is, maar zo zit het leven niet in elkaar, het is óf-óf. Kiesen is kiesen.''

En toen mochten de jongens en meisjes van de raad weer buiten gaan spelen, voorlopig nog zonder meester Pim.

Zelf ben ik nog even doorgelopen naar Rotterdam Airport. Het was onderwerp van het debat geweest: moet die luchthaven daar blijven?

Het was er midden op de dag doodstil. Het personeel hing geeuwend achter de lege balies, in het restaurant zaten vier mensen. Op het vliegveld stonden roerloos drie kleine toestellen. ,,Tegen de zomer trekt het wel weer aan'', zei de juffrouw van de informatiebalie.

Als ik Pim Fortuyn was geweest, zou ik er vréselijk van zijn geschrokken. Op deze manier wordt Rotterdam nooit opgestoten in de luchtvaart der volkeren.