Geleerde komt tegenslag te boven

Voormalig kinderacteur Ron Howard (Oklahoma, 1954) heeft als regisseur en producent een Hollywood-oeuvre opgebouwd dat terecht wel eens met dat van Frank Capra vergeleken wordt. Ook bij Howard zijn de hoofdpersonen veelal Amerikanen van goede wil, hoewel niet per se idealisten, die proberen boven hun eigen beperkingen uit te stijgen. In zijn films is heldendom niet alleen weggelegd voor ruimtevaarders (Apollo 13) of brandweerlieden (Backdraft), maar ook voor opvoeders (Parenthood) en bejaarden op zoek naar de eeuwige jeugd (Cocoon). Howard is minder sentimenteel dan Capra: soms zou je hem kunnen verwijten dat hij te veel met beide benen op de grond staat.

Tot nu toe kreeg van al Howards films Apollo 13 (1995) de meeste Oscarnominaties: negen, waarvan alleen die voor montage en geluid werden verzilverd. A Beautiful Mind, wederom gebaseerd op een waar gebeurd verhaal, benadert het record met acht nominaties. De grootste kans maakt dit keer Russell Crowe, op zijn tweede Oscar in successie, voor de rol van de wiskundige John Forbes Nash jr., de minste kans componist James Horner voor de muziek, die nagenoeg Philip Glass plagieert. Zo klinkt in Hollywood muziek als je aan wiskunde denkt.

Kritiek weerklonk in Amerika ook omdat scenarist Akiva Goldsman bij de bewerking van de gelijknamige biografie van de Nobelprijswinnaar door Sylvia Nasar cruciale informatie had weggelaten. Zo wordt wel uitgebreid aandacht besteed aan de paranoïde wanen van de schizofrene Nash, en aan diens door de Koude Oorlog gevoede achtervolgingsgedachten, maar niet aan zijn homoseksuele ervaringen. Een merkwaardig verwijt: sinds wanneer moeten we van een Hollywoodbiografie volledigheid verwachten? Of zouden we die biseksualiteit ook als deel van het ziektepatroon moeten duiden? Howard lost dit dilemma halfhartig op, door Nash' bijna allegorische kamergenoot Charles te laten spelen door Paul Bettany, een stralende jonge acteur, die in A Knight's Tale als de jonge Geoffrey Chaucer ook al een kuise homo speelde, zonder het beestje ooit bij de naam te noemen.

Ook in dit opzicht is A Beautiful Mind dus ouderwets Hollywoodvermaak. Een voortreffelijk acteur (Crowe) speelt een man met een visueel interessante handicap: als je zo geniaal bent dat je ingewikkeld formules op ruiten en glazen schrijft, en alles met alles in verband brengt, dan moet je wel een beetje ingedoken lopen, als een bang vogeltje. Er zijn een paar spannende scènes, met achtervolgingen in auto's en met geheimzinnige spionageverwikkelingen. En de liefde, in de vorm van echtgenote Jennifer Connelly, overwint alles.

Er zit een fraaie scenariovondst in A Beautiful Mind, die we hier niet mogen verklappen, maar die de film net over de helft redt van totale ongeloofwaardigheid. Echt onsympathiek kun je de film niet noemen, ondanks de soms verbijsterend simpele manier waarop wetenschappelijk onderzoek verbeeld wordt, of de Capra-eske overwinning van het goede bij de uitreiking van de Nobelprijs. De film is in eerste instantie gemaakt voor consumptie in Oklahoma en Nebraska, en daar zullen de Oscarnominaties zeker welkom zijn om een breed publiek te vinden voor zo'n `moeilijke' film. Ook in dat opzicht is A Beautiful Mind het prototype van een Oscarfilm: te moeilijk voor Muskogee, te plat voor grote delen van Europa.

A Beautiful Mind. Regie: Ron Howard. Met: Russell Crowe, Jennifer Connelly, Ed Harris, Christopher Plummer, Paul Bettany. In 69 bioscopen.