Weerzien

In het restaurant van de Bijenkorf stond ik voor de kassa te wachten om mijn saucijzenbroodje af te rekenen, toen ik van opzij een glimp opving van een man die mij bekend voorkwam.

Was dat nou Charles, of leek hij er alleen maar op? Ik had hem een jaar of vijf geleden voor het laatst gezien, en toen was zijn haar lang niet zo grijs geweest als dat van deze man. Hij leek me ook een stuk magerder geworden, maar voor de rest was hij every inch de Charles van vroeger: lang, stevig en kloek van tred.

Hij had zich ook over de voedselbakken gebogen, maar hij aarzelde nog tussen saucijzenbroodjes en appelflappen. Zou ik zijn voornaam zeggen? Ik keek nog even goed. Toen hoorde ik een nogal schelle vrouwenstem verderop roepen: ,,Charles! Charles!''

,,Charles!'' riep ik toen ook maar.

Hij keek verbouwereerd om zich heen en liet zijn blik peinzend op mij rusten.

,,Verrek'', zei hij en kwam met uitgestoken hand op me af. ,,Hoe is het met jou?''

Met mij was het natuurlijk, zoals altijd, uitstekend. Maar met hém? Ik durfde er nauwelijks naar te vragen, zelfs niet uit beleefdheid. Hij had roerige jaren achter de rug. Wij kenden hem eigenlijk alleen maar in combinatie met Ellen, een oude vriendin van mijn vrouw. Eerst was er die vrouwenvriendschap geweest, toen waren `de mannen', zoals zij altijd zeiden, erbij gekomen als een onvermijdelijk natuurverschijnsel.

Een kleine dertig jaar was hij met Ellen getrouwd geweest, voordat de clichés van het moderne leven hem overweldigden: een geheime verhouding, een twintig jaar jongere vrouw, een dramatische ontmaskering en ten slotte een periode van hartverscheurende twijfel: zij of zij? Hij kon er destijds zó droevig bij kijken dat Ellen hem soms nog bijna op schoot had genomen om hém te troosten.

Maar toen hij eindelijk de bijl liet vallen, verdween hij ook ogenblikkelijk uit ons leven. Schaamte? Zelfhaat? Invloed van zijn nieuwe vrouw? We wisten het niet. We hoefden het ook niet zo nodig te weten, want we waren in gedachten meer bij Ellen, die plotseling voor een gapende afgrond stond.

,,En Charles'', had ik bijna gezegd, ,,zie je de kinderen nog veel?'' Maar ik slikte het nog net op tijd in, want opeens wist ik weer dat zijn dochter Erica niets meer met hem te maken wilde hebben. In hem strafte ze alvast de mannen die háár ooit zouden kunnen bedriegen.

,,Bevalt het in Amsterdam?'' vroeg ik toen maar.

Hij knikte. ,,Ik zal je even aan mijn vrouw voorstellen'', zei hij gehaast. Hij wilde zich al naar achteren begeven, toen hij plotseling vroeg: ,,Zien jullie Erica nog wel eens?''

,,Jazeker'', zei ik.

,,Zeg haar dat ik haar vreselijk mis'', zei hij, en toen ging hij zijn tweede vrouw halen.

Al vanuit de verte zag ik dat zij zo niet op haar laatste, dan toch op haar voorlaatste dagen liep. Charles sjokte er nogal schuldbewust naast. Misschien werd het ook weer een dochter. Met een beetje geluk had hij nog genoeg tijd om revanche op zichzelf te nemen.