Moskou

Ik herinner me... de douaniers die het sovjetrijk tegen schadelijke importen beschermden. Ze keken naar mijn visum, vroegen `welke sport?', ik zei trots `sjachmatist' en dan mocht ik doorlopen, terwijl alle andere reizigers hun hele koffer moesten omkeren.

De problemen om je roebels op te maken. Grammofoonplaten kostten een roebel, dus dat schoot niet op. Een glaasje wodka kostte ook een roebel, dat hielp. Tenslotte gaf je het geld maar weg aan Russische kennissen.

En de geur van de Sovjet-Unie, in feite een geurenpakket. De geur van te lang gekookte kool was niet prettig, maar de geur die nu na tientallen jaren nog in sommige van mijn Russische schaakboeken zit was dat wel.

Wat ik me vooral herinner is de gewijde sfeer als het schaaktoernooi eenmaal begonnen was, in een mooie zaal die vol zat met geestdriftig publiek.

Het was in 1978 dat ik voor het laatst in Rusland was geweest. Nu las ik in het vliegtuig als voorbereiding op het nieuwe bezoek het boek Typisch Russisch van Derk Sauer. Het zijn columns die ik al eens in Het Parool had gelezen, maar het is prettig om ze bij elkaar te hebben.

In 1999 hoorde Sauer op de Russische televisie het nieuws dat er in flatgebouwen in Moskou bommen waren ontploft. Honderden doden, de schuld werd aan de Tsjetsjenen gegeven, maar Sauers vrouw dacht meteen dat de Russische geheime dienst het had gedaan, om te zorgen dat Poetin de verkiezingen kon winnen door een populaire oorlog te voeren. In het boek komt Sauer er niet op terug, maar later is het een en ander bekend geworden dat er op wijst dat zijn vrouw gelijk had met haar verschrikkelijke verdenking. Er is veel veranderd in Moskou, maar pluis is het daar nog steeds niet, denk ik.

,,Herken je het nog'', vraagt iemand als we met de bus de stad inrijden. Als je tachtig procent van de mensen op straat en van de auto's wegdenkt, evenals alle winkels, etalages en reclames, als je er rode lappen met communistische leuzen en portretten van Lenin voor in de plaats denkt en ook bedenkt dat het toen veel donkerder was

's avonds, dan herken je het misschien.

Nee, ik herken het niet, de grote Tverskajastraat, waar ik vroeger toch een paar keer geweest ben toen hij nog Gorkistraat heette.

Ik had gerekend op veranderingen, maar toch zijn ze groter dan ik gedacht had. Overal lekker eten voor een bescheiden prijs, dat was er vroeger niet bij. En al zal die prijs voor de modaal verdienende Moskouer niet zo bescheiden zijn, de restaurants zitten vol met mensen die helemaal niet de uitstraling van nieuwe rijken hebben. Werkelijk, als je 's avonds van het Rode Plein naar de Tverskaja kijkt, dan lijkt die wel een Parijse boulevard die schreeuwt om een Pisarro om geschilderd te worden. Het is de zevende keer dat ik in Moskou ben en voor het eerst voel ik me er op mijn gemak, zolang ik tenminste niet aan die opgeblazen flatgebouwen denk.

Op de laatste avond wordt ik aangehouden door een politieman die vindt dat ik als voetganger een verkeersovertreding heb begaan. Hij bekijkt mijn paspoort en blijkt dan goed Engels te spreken. ,,Wilt U naar het politiebureau'', vraagt hij.

,,Beslist niet en u misschien liever ook niet.''

,,We kunnen uw probleem hier regelen,'' zegt hij met een glimlach.

We onderhandelen tot mijn boete honderd roebel is, iets minder dan vier euro, en zijn allebei tevreden. Als een reisbureau het zou organiseren (`Leer Moskou kennen zoals de Moskovieten') zou je het een spotprijsje vinden.