Is Pruisen voor altijd in de ban?

Pruisen moet terugkeren, zo vinden velen in Duitsland. Anderen gruwen van zo'n eerherstel, want stond Pruisen niet voor militarisme en agressie?

Als er genoeg tijd verstrijkt, komt alles in aanmerking voor een comeback. Zo ook Pruisen. De suggestie om een eventuele nieuwe Duitse deelstaat, te vormen uit een fusie van Brandenburg en Berlijn, de naam Pruisen mee te geven is in Duitsland met gefronste wenkbrauwen én met instemming begroet. Politici wijzen de idee doorgaans van de hand. Een aantal schrijvers, historici en vertegenwoordigers van de Duitse adel voelen wel voor een wedergeboorte in naam. Heeft Pruisen weer toekomst?

Alwin Ziel, minister van Sociale Zaken van Brandenburg, trapte met zijn voorstel een debat los over de merites van de verdwenen Europese grootmacht dat door sommigen wordt gezien als graadmeter voor het zelfbewustzijn van de Duitse republiek. Met name de Frankfurter Allgemeine Zeitung houdt de controverse met paginalange beschouwingen al dagen gaande. ,,Is Pruisen dan voor eeuwig in de ban gedaan?'' vroeg de krant zich af. Ook al is de staatsrechtelijke fusie nog lang niet zeker, tijd voor beschouwingen over `wij', over `toen' en het `waarheen' is er altijd.

Berlijn en Brandenburg behoren tot de kernlanden van het voormalige Pruisen, redeneert Ziel, en mogen daarom aanspraak maken op de naam van een imperium dat ooit van Frankrijk tot Rusland reikte. Als samenleving staat Pruisen vooral voor tolerantie, onderstreept hij. Waren het niet de Hugenoten, de Nederlanders en de Bohemers die er een veilig heenkomen vonden? Bovendien had Pruisen met Frederik de Grote een moderne leidsman die zichzelf zag als dienaar van de staat en zich bekommerde om het welbevinden van zijn bevolking. Pruisen, was dat niet ook de staat van grote denkers als Hegel en Kant, waar het verplichte onderwijs werd ingevoerd, de slavernij werd afgeschaft, de wetenschappen en de kunsten werden gestimuleerd?

Pruisen was ook een formidabele militaire macht; hiërarchie en agressie behoren ook tot Pruisisch erfgoed. Frederik de Grote bracht een leger van 188.000 goed opgeleide soldaten op de been en toverde zijn monarchie om in een grootmacht. De overwinning van Pruisen op Frankrijk onder Otto von Bismarck bracht de Duitse eenheid van 1871 onder handbereik. Keizer Wilhelm II maakte met zijn militaire aristocratie de weg vrij voor de Eerste Wereldoorlog.

In 1947 werd Pruisen door de geallieerden ontbonden. De militaire traditie van Pruisen had Hitler aan de macht geholpen, was de destijds geldende opvatting. Had de nazi-propaganda Hitler niet geportretteerd als de natuurlijke opvolger van Bismarck en Frederik de Grote? Pruisen ging in de ban, de verworvenheden waar Ziel nu op doelt, verdwenen in de schaduw van het militarisme. De journalist Sebastian Haffner heeft Pruisen al deels gerehabiliteerd, Ziel wil het eerherstel voorgoed verankeren.

,,De naam Pruisen wekt verkeerde associaties op in Duitsland en daarbuiten'', meende evenwel minister van Cultuur Julian Nida-Rumelin. Ook Eberhard Diepgen, ex-burgmeester van Berlijn, is secptisch: ,,Voor een deelstaat Berlijn-Brandenburg is Pruisen een maatje te groot.'' Het is een romantisch, maar weinig realistisch voorstel, oordeelde de essayist Wolf Jobst Siedler. ,,Twee hongerlijders [-] sluiten zich aaneen en worden iets nieuws: het glansvol-problematische Pruisen. Is dit serieus bedoeld?''

De auteur Martin Walser ziet wel wat in de idee. ,,Pruisen, dat is een mooi woord. Het zal het federalisme versterken.'' De Britse historicus Hugh Trevor-Roper heeft geen bezwaar tegen het gebruik van de term Pruisen. ,,Pruisen heeft een groots verleden. Men kan Pruisen niet de schuld geven van het nationaal-socialisme.'' De Fransman Michel Tournier vindt het rechtvaardiger Pruisen te loven dan het te verketteren. De schrijver Florian Illies, wijst er in zijn pleidooi voor Pruisen op dat voetbalclub Herta BSC met de komst van een nieuwe trainer de voorzet van Ziel al in praktijk brengt. Vanaf volgend seizoen traint de Nederlander Huub Stevens de Berlijnse ploeg.