India eert zijn literaire grootheden

In India wordt voor het eerst een schrijversfestival gehouden. Sommigen vinden dat daar niet de Engelstalige, maar de lokale Indiase schrijvers centraal hadden moeten staan. V.S. Naipaul zorgt zoals gebruikelijk voor ophef.

India ontvangt zijn grote zonen (en een enkele dochter); zo zou men het schrijversfestival kunnen beschrijven dat gisteren in New Delhi begon en een week lang duurt. Het is, vreemd genoeg, het eerste schrijversfestival in de Indiase geschiedenis. Nooit eerder kwam iemand op het idee schrijvers uit te nodigen die met elkaar en met hun lezers van gedachten konden wisselen.

En India heeft nogal wat literaire grootheden: Arundhati Roy van De God van Kleine Dingen', goed voor een Booker Prize. Pankaj Mishra met De romantici, goed voor een voorschot van een miljoen dollar. Vikram Seths A Suitable Boy, in Nederland nota bene uitgebracht in het Engels, goed voor een miljoen Engelse pond. En uiteraard V.S. Naipaul, goed voor een Nobelprijs, die hij vorig jaar in ontvangst mocht nemen.

`Thuis in de Wereld', heet het festival, en het thema is officieel dat India het nu eens serieus wil hebben over Indiase literatuur die in het Engels, en dus voor de wereld is geschreven.

Het onderwerp heeft in de media onmiddellijk voor grote controverse gezorgd. Waarom moeten we het weer hebben over de literaire `sterren', die de Indiase cultuur eerst verpakken in exotica en dan handig verkopen aan de vroegere kolonisator? Hoe zit het met de 200 regionale talen waarin zoveel schrijvers en dichters boeken maken tegen een hongerloon? Waarom is het eerste schrijversfestival van India gewijd aan niet authentieke, want `Engelstalige' auteurs?

De organisator van het festival, de Indiase Raad voor Cultuur, zal het antwoord schuldig blijven. Men kan amper verklappen dat het eigenlijk om een groot feest gaat om V.S. Naipauls Nobelprijs in India te vieren. En `groot' wordt hier letterlijk genomen. Overal in de stad zijn grote spandoeken en posters aangebracht en de opening, gisteravond, had plaats in een van de meest imposante gebouwen van Delhi: een Oost-Europees aandoende zaal met een podium dat zó ver van het publiek afstaat dat de gasten op een scherm moeten worden uitvergroot.

De schrijver V.S. Naipaul wordt dus uitbundig in de armen gesloten, maar India was nooit gelukkig over wat hij schreef over de armoede en de morele corruptie van het land. Dat peperde premier Atal Bihari Vajpayee hem in zijn openingsrede meteen ook in: ,,We hoeven het niet eens te zijn met wat sir Naipaul over India beweert, een groot schrijver blijft hij.''

Vajpayee vervolgde met wat een onvermijdelijke Indiase reflex mag heten: in India heeft men altijd alles al gehad. Wiskunde, astronomie, literatuur, we hebben het in India al vierduizend jaar.

En daarna mocht Sir Vidhia Naipaul de premier en de zaal met 3000 genodigden toespreken. En Naipaul is, zoals men had kunnen bedenken, geen man van tactvolle beleefdheden. Hij had geen papier bij zich, hij liep naar het met overdadige bloemen versierde katheder en zei: ,,Er is hier een vergissing in het spel. Natuurlijk heeft India al vele eeuwen veel vormen van literatuur, maar voor de moderne roman was er in India tot ver in de jaren zestig geen publiek. Waarom denkt u dat dit het eerste schrijversfestival is in India?''

Naipaul vervolgde met de uitleg dat moderne literatuur erop uit is de mens een zelfbesef te geven: ,,Je hebt de geciviliseerde mens, en de gestagneerde mens. India bestaat vooral uit gestagneerde mensen, die geen boeken nodig hebben. De enkele geciviliseerden gebruiken romans om hun zelfbewustzijn te verfijnen, zich gevoelig te maken voor het leven. Literatuur is geen mythologie en geen decoratie. Het is een middel om ons een idee te geven van wie wij zijn.''

Even was er een stilte, na de spreekbeurt van Naipaul. Maar toen begon premier Vajpayee te applaudisseren, en volgde de hele zaal. Sir V.S. Naipaul heeft officiële toestemming India een week lang in rep en roer te brengen.