Exotisch in Holland

Mary Buysman, die bijna vijftig jaar lang het zingende middelpunt vormde van de Kilima Hawaiians, is zondag op 86-jarige leeftijd overleden. Samen met haar man Bill stond ze aan het hoofd van het populairste hawaiian-orkestje uit de Nederlandse amusementsgeschiedenis, maar hun grootste hit was een cowboy-nummer: Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur, dat in de jaren vijftig door heel Nederland werd meegezongen.

Aris Buysman, die zichzelf Bill noemde en van Katendrecht kwam, speelde al als zeeman mandoline en banjo in diverse amateurorkestjes. Met een paar vrienden van de marine wierp hij zich op de voor Europese oren geromantiseerde vorm van de hawaiian-muziek die begin jaren dertig in opkomst was. In 1934 maakte hij er zijn beroep van en in datzelfde jaar trouwde hij met Marietje van Zon. Ze speelde piano, en kon ook al snel overweg met de ukelele. Al snel kregen de Kilima Hawaiians een wekelijkse radio-uitzending bij de VARA, en ook vormden ze een topattractie op de propaganda-avonden die die omroep overal in het land organiseerde.

Maar een echte rage werd hun hawaiian-genre pas tijdens de bezetting, door het verlangen naar exotische oorden en de hang naar het verboden geluid van de swing-gitaar. Hoewel de Kilima's zich volgens de regels bij de Kultuurkamer hadden aangemeld voor een werkvergunning, werd er scherp op hen gelet. Zodra er door het publiek ritmisch werd meegeklapt, kregen ze een waarschuwing uit Den Haag. En de nazi-omroep berispte hen, als ,,de letter r op onnederlandsche wijze'' was gezongen. Om het verbod op Amerikaanse muziek te omzeilen, namen ze steeds meer Afrikaanse en Indische liedjes op hun repertoire.

Na de bevrijding traden de Kilima Hawaiians onder meer op voor de Nederlandse soldaten in Nederlands-Indië, naast hun wekelijkse radioprogramma's en diverse tournees door Duitsland, waar ze ook verschenen in de muziekfilm Der Kaiser und das Wäschermädel (1955). Uit die hoogtijdagen dateert voorts het grote succes van Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur. Van de Duitse vertaling werden zelfs meer dan een miljoen platen verkocht.

Maar toen de amusementsmuziek eind jaren vijftig een heel ander geluid kreeg, raakten de Kilima's met hun zoete klanken en hun bloemenslingers uit de mode. Toch bleven ze, mede door het vieren van diverse jubilea, nog tot in de jaren tachtig actief, in wisselende bezettingen. In 1986 verzorgden ze zelfs een muzikaal intermezzo op de Nacht van de Poëzie in Utrecht. Tot de Kilima's van de latere jaren behoorde ook de gitarist Luut Buysman, een jongere broer van Bill, die tot op de dag van vandaag meespeelt in de theatervoorstellingen van zijn zoon John.

Intussen brachten Bill en Mary Buysman in 1970 hun eerste bezoek aan Hawaii, war ze nog nooit waren geweest. ,,Eindelijk,'' aldus hun commentaar in het aan de Kilima Hawaiians gewijde boek Onder wuivende palmen (1986) van Kees de Bakker. ,,Na ruim 35 jaar waren we dan bij de bron van onze muziek.'' In totaal reisden ze er negen keer naar toe. Hun muziek werd er beschouwd als hapa haole: half Hawaiiaans, half buitenlands.

Na de reizen trokken ze zich terug in Berkenwoude, waar hun huis de naam Aloha droeg. Bill Buysman stierf in 1991 – en nu ook zijn Mary is overleden, zijn de Kilima Hawaiians voorgoed verleden tijd.