Directie betrokken bij glycerinezaak

De directie van het Alphense bedrijf Vos BV was persoonlijk betrokken bij de inkoop van de vervuilde glycerine die in 1996 aan ten minste zestig Haïtiaanse kinderen het leven kostte.

Dit blijkt uit documenten over de transactie, die NRC Handelsblad heeft ingezien. In een van de documenten wordt de toenmalige onderdirecteur J.H.O. aangeduid als `inkoper' van de bewuste partij glycerine. Het gaat om een opdrachtformulier van 16 februari 1995 van een Rotterdams opslagbedrijf, waarvan Vos BV een loods had gehuurd om de uit China afkomstige vaten glycerine op te slaan. Als `inkoper' is de naam van de toenmalige onderdirecteur van Vos BV ingevuld. Uit andere documenten blijkt dat het directielid een groot deel van de correspondentie over de transactie voerde.

Het openbaar ministerie kondigde eind vorig jaar een omstreden financiële schikking aan met Vos BV. Tegen betaling van ruim 200.000 euro zou van strafvervolging worden afgezien. Een van de redenen om te schikken was dat er volgens het OM binnen het bedrijf Vos BV geen personen konden worden aangewezen die voor een strafvervolging in aanmerking kwamen. Het college van procureurs-generaal schreef eind vorige maand aan minister Korthals (Justitie) dat ,,de verantwoordelijkheden in een bedrijf als Vos verdeeld zijn over diverse afdelingen en personen''. Hierdoor waren er ,,bepaaldelijk bewijsproblemen'' met betrekking tot het daderschap van natuurlijke personen.

Uit onderzoek van NRC Handelsblad blijkt verder dat de toenmalige onderdirecteur en toenmalig directeur E.H. ook commerciële taken hadden. Dit valt onder meer op te maken uit interne verslagen van Vos BV, die alleen bij de top van de Alphense onderneming en van het Hamburgse moederbedrijf Helm AG worden verspreid. Mensen die destijds bij Vos BV werkten, bevestigen dat de toenmalige directeur E.H. de eerstverantwoordelijke was voor de commerciële relaties met China, waaruit de vervuilde glycerine in 1995 werd geïmporteerd. De geraadpleegde medewerkers zeggen dat zij nooit door het Haagse OM zijn gehoord.

Volgens de Soester advocaat J. van der Wolf en zijn Duitse collega P. Henseler, die ouders van overleden Haïtiaanse kinderen vertegenwoordigen, werpen de onthulde documenten een ,,nieuw licht'' op de glycerinezaak.

Vorige week bleek al dat het Haagse OM Amerikaanse deskundigen die autopsie op overleden kinderen verrichtten nooit heeft geraadpleegd. Volgens deze deskundigen is er een onweerlegbare relatie tussen de dood van de kinderen en de leverantie van de met antivries vervuilde glycerine die in Haïti werd verwerkt in een koortswerende siroop. Het college van procureurs had aan minister Korthals aangegeven dat uit de VS geen ,,adequate informatie'' over de doodsoorzaak was ontvangen.

vos bv: pagina 2