Balanceren op de rand van het absurde

Esther Gerritsen, een denker met humor, schrijft toneelstukken en verhalen. In haar stuk `Alles' leren buitenaardse wezens wat het is om mens te zijn. ,,Waarom kramen mensen zulke onzin uit?''

,,Toch jammer dat alles relatief is.'' Een onhandig getekend mannenhoofd kijkt berustend, maar sip, voor zich uit. Deze cartoon van Gummbah siert de muur van het Amsterdamse appartement van toneelschrijfster Esther Gerritsen. Esther Gerritsen, geboren in 1972, schreef een toneelstuk over wezens van een andere planeet, de planeet `Alles'. ,,Alles is een wereld zonder relativiteit. Er bestaat van alles maar één exemplaar, en over alles maar één mening. Een volmaakte wereld, zonder streven naar perfectie of naar wat dan ook'', zegt Gerritsen.

Op Alles bestaat ook maar één `omgevingsgeluid', afkomstig uit één apparaat met één volumeknop. De knop gaat stuk. Er bestaan ineens meerdere omgevingsgeluiden. Dat stoort. Nu komen drie wezens van Alles, vermomd als mens, op de aarde zoeken naar een nieuwe veer voor hun knop. De wezens leren wat het is om mens te zijn. Ze trachten bijvoorbeeld het gebruik van de nietszeggende uitdrukking te doorgronden. Gerritsens stuk staat vol gemeenplaatsen als `je kunt niet alles hebben' en `het kan niet alle dagen feest zijn'. Waarom kramen mensen zulke dingen eigenlijk uit? Gerritsen: ,,Ik wilde het stuk zo opbouwen dat de personages op een gegeven moment een doodnormale, alledaagse conversatie hebben die ineens totaal verknipt klinkt.'' De Amsterdamse jeugdtheatergroep Het Syndicaat trekt met Alles door het land. Samen met twee andere stukken die Gerritsen voor deze groep schreef, waaronder het hilarische campingdrama Gras, is Alles eind vorige week gebundeld.

Esther Gerritsen oogt als een monter meisje. Ze heeft een opvallend helder hoofd, met wijde open ogen en een paar sproeten. Maar ze praat over zichzelf als een tobberig type: ,,Ik verhoud mij emotioneel tot objecten. Ik had jarenlang hetzelfde koffiekopje. Het viel kapot, ik maakte er een foto van. Die zit nu in het fotoalbum. Eronder staat R.I.P.''

,,Ik ben bang voor verandering. Ik ben geobsedeerd door orde. Altijd bezig met rangschikken en opruimen. Op een dag ligt alles recht, precies op zijn plaats. Dat kan niet, maar het is wat ik wil. Als het leven eindigt, blijft er een willekeurige berg voorwerpen over, die samen opeens voor niemand meer iets betekent. Dat schrikt me af, en het intrigeert me. Net als het onderscheid tussen denken en geloven dat veel mensen maken. Ze denken iets, maar daar geloven ze eigenlijk niet in, zeggen ze. Wat betekent dat?''

Gerritsen komt uit Gendt bij Nijmegen. Op de middelbare school vatte ze het plan op een toneelstuk te bewerken. Ze schreef altijd al, verhalen en losse ideeën. Ze toog naar de bibliotheek van het dorp. ,,Eén toneelstuk hadden ze daar. Hamlet. Dus toen bewerkte ik dat maar.'' Op de toneelschool in Utrecht werd Gerritsen opgeleid tot toneelschrijfster. Inmiddels spelen diverse gezelschappen met succes haar stukken. Ook publiceerde zij een intrigerende verhalenbundel, Bevoorrecht bewustzijn (2000). Ze schrijft nu een roman. ,,Ik werk als een soort ambtenaar. Vijfhonderd woorden per dag. Meer mag, minder niet. In de weekends ben ik vrij. Soms schrijf ik op een dag 750 woorden en kan ik de dag erna 's ochtends vrij nemen.'' Haar roman zal gaan over een vrouw die haar man opsluit. Zij wil niet verhuizen, hij wel.

Proza schrijven gaat Gerritsen minder makkelijk af dan toneel. Lastig is het, dat personages in een boek een uiterlijk moeten meekrijgen, en een omgeving vol kleuren en geuren. Gerritsen is geen zintuigelijk schrijfster. Ze is een denker, met gevoel voor humor. Eind maart gaat Een vriendelijk stuk over aardige mensen, door Keesen & Co, in première: ,,Drie vrienden hebben een gezellige avond. Zij praten nergens over, daar doen ze hun uiterste best voor. Want zij willen niet veranderen. Ze willen blijven wie ze zijn.''

Esther Gerritsen laat zich niet zozeer door filosofen, als wel door (hersen-)wetenschappers inspireren. Een van haar lievelingsboeken is een verhandeling over een man die niets vergeten kan. Gerritsen: ,,Noem 800 voorwerpen en hij onthoudt ze. Zo iemand heeft misschien wel geen persoonlijkheid. Omdat er geen selectie van herinneringen is. Alles blijft hem bij.'' Een mens kiest toch zo zijn ijkpunten, of die ontstaan vanzelf. ,,In de weilanden stonden in mijn jeugd electriciteitspalen. En er waren veel kaarsrechte sloten. Voor mij is dat het natuurlijke landschap. Inmiddels zijn ze weggehaald. Voor anderen horen ze daar niet.''

Het stuk dat Gerritsen nu schrijft, heet Hoe komt het kalf bij zijn maat . Het gaat over iemand die uitsluitend in toeval wil geloven. Er overkomt hem een hoop, en in die hoop is een duidelijk patroon te zien. ,,Maar dat wil hij dus niet'', zegt Gerritsen. ,,Mijn stukken balanceren op de rand van het absurde. Dat is spannend. Als het te absurd is, denken de toeschouwers: nou, en? Als het te herkenbaar is, denken ze ook: nou, en?' ''

Esther Gerritsen, Gras/Dit is een monoloog van een jongen die er niet uitziet [...]/Alles (planeet Alles), bij International Theatre en Film Books.