Aanslag sloot deur voor `lastige' handelaar

In de eerste negen maanden van vorig jaar kregen 66.645 werknemers gedwongen ontslag, 18 procent meer dan een jaar eerder. Ook `11 september' kostte mensen hun baan. Zoals M. bij Bank Labouchere.

Er gebeurden ook andere dingen op 11 september. Het was bijvoorbeeld de dag waarop de advocaat van aandelenhandelaar M. sprak met zijn werkgever, Bank Labouchere, om te kijken of ze het nog één keer konden proberen. M. zat al vier maanden thuis, betaald en met lease-auto. De bank legde uit dat ze nog één keer een functie voor M. zou zoeken, al vond men hem een lastige man. Maar de terroristische aanslag die dag in New York maakte in één klap een einde aan M.'s kansen op terugkeer bij de bank. Het werk voor handelaren bij alle banken is sinds die datum drastisch afgenomen, zeker voor lastige handelaren.

Twee zittingen worden er begin februari gewijd aan zijn ontslag(-vergoeding). Vandaag gaat het over de vraag of Labouchere terecht van de 43-jarige M. af wil. Hij kon om allerlei praktische redenen nu pas zijn ontslag bij de rechter aanvechten. M. zit, in pak, letterlijk op het puntje van zijn stoel. Zijn gezicht vertrekt bij elke onwaarheid die zijn oude werkgever volgens hem vertelt aan de rechter. Labouchere wordt vertegenwoordigd door de personeelschef en een collega. De sfeer is grimmig, partijen betwisten elk feit en elke opmerking.

In mei 2001 is M. op non-actief gesteld, hij werkte toen al vier jaar bij Labouchere, waarvan drie jaar als handelaar in aandelen voor professionele beleggers. Hij was een goede handelaar en verdient zo'n 7.200 euro per maand, inclusief bonussen. Begin 2000 is hij gevraagd om met een team de oprichting van een nieuwe profit centre voor de bank voor te bereiden. Hij zit erbij als beleggings-deskundige, er zijn ook programmeurs bij. Tot hier zijn partijen het met elkaar eens.

Begin 2001 verneemt de leiding van Dexia – de Belgische bank die intussen Labouchere heeft overgenomen – dat het project niet van de grond komt, vertelt de raadsman van Dexia. Verschillende collega's zeggen moeite te hebben met M. die zich ,,hautain'' gedraagt en ,,opdrachten uitdeelt aan gelijken''. De succesvolle beurshandelaar blijkt niet echt de nodige sociale vaardigheden te bezitten. In de rechtszaal schudt M. tijdens deze opsomming geërgerd het hoofd.

De maat is vol voor Dexia als M. tijdens de vakantie van zijn chef een bezoek brengt aan de directeur van Dexia. M. klaagt over zijn chef en beledigt en passant de Belgische directeur. Hij zegt dat de Belg hem niet begrijpt doordat hij de Nederlandse taal niet goed zou beheersen.

In mei, zegt de advocaat van de bank, heeft de bank hem te verstaan gegeven dat het project niets wordt als M. blijft. Ze zullen bij Kempen & Co (ook overgenomen door Dexia) kijken of er een baan voor hem is als handelaar. Die blijkt er niet te zijn, omdat ook Kempen al medio vorig jaar kampte met tegenvallende handel in aandelen.

Haar cliënt heeft nooit gehoord dat hij `onmogelijk' was om mee te werken, zegt zijn raadsvrouw. Dat kreeg hij volgens haar pas op 11 september te horen en ook toen kreeg zij de indruk dat partijen ,,dit gingen oplossen''. Uit brieven, oordeelt de rechter later, blijkt dat M. wel in mei hoorde waarom de bank van hem af wilde. Dit had de bank alleen moeten zeggen voordat ze M. op non-actief stelde, vindt de rechter.

Volgens M.'s advocaat is het niet eerlijk hém aan te rekenen dat het profit centre project niet van de grond kwam. Hij was volgens haar immers nooit leidinggevende, dat was een ander. De advocaat van de bank betoogt dat hij wel degelijk verantwoordelijk was voor het project en dat ook wist.

Haaks op haar eerdere verklaring staat het latere betoog van de advocaat van M. Ze zegt dat Dexia had toegezegd dat M. op termijn directeur zou worden van deze profit centre. Die belofte rechtvaardigt volgens haar een forse ontslagvergoeding (zij eist 120.000 euro), áls hij al weg moet. Ook de bonus die M. eind 2000 nog kreeg, van 33.750 euro, duidt er volgens haar op dat Dexia tevreden was met M.'s werk. Welnee, protesteert de chef van M. ,,Zo'n bonus is standaard omdat deze commerciële mensen zich duur verkopen.'' Om die reden, zegt hij, neemt de bank van ,,zulke mensen'' ook altijd ,,op een professionele manier afscheid''. Ofwel: via de rechter.

Volgens de advocaat van Dexia heeft de bank hem geen promotie beloofd (ook al was hij volgens de bank verantwoordelijk voor het project). ,,Een bevordering zou hij misschien krijgen als het góed ging met het project. Maar het ging niet goed, dus dat hield op'', aldus de raadsman van Dexia.

Uitspraak: M.'s contract wordt per 1 april 2002 ontbonden, hij krijgt een vergoeding van 40.000 euro.