Verdachte Putten bekende uit angst

,,Ik was zo ontzettend bang. Ik zag geen uitweg.'' Verdachte Wilco Viets, die vanmorgen in de Puttense moordzaak verhoord werd door het gerechtshof in Leeuwarden, zei dat hij de recherche ,,behulpzaam'' wilde zijn bij het oplossen van de moord op de 23-jarige stewardess Christel Ambrosius op 9 januari 1994 in het huisje van haar oma in het bos in Putten.

Daarom gaf Viets onder druk allerlei gedetailleerde informatie die hij op zijn werk – de oom van het slachtoffer werkte bij hem – gehoord had en in een artikel in Actueel had gelezen over de moord. Viets en Herman du Bois werden in 1995 door het gerechtshof in Arnhem veroordeeld tot tien jaar cel. Vorig jaar kwamen ze vrij na hun straf te hebben uitgezeten. Het Hof Leeuwarden behandelt de Puttense moordzaak inhoudelijk opnieuw. Viets en Du Bois zeggen dat hun bekentenissen onder druk zijn afgelegd. Viets zei vanmorgen dat hij die bewuste zondagmiddag van de moord niet is weggeweest. Tijdens zijn verhoren zou hij hebben gesproken in droombeelden. De voorzitter van het Hof, W.H. Vellinga, wilde weten of Viets zo bang was dat hij zo ver ging dat hij bekende. ,,Je bekent toch niet iets vrolijk wat je niet hebt gedaan?''. ,,Blijkbaar wel'', antwoordde Viets. Hij zei dit uit `pure angst' te hebben gedaan. ,,Als ik met de rechercheurs meega, wordt de druk minder, dacht ik. Ze schreeuwden tegen me en werden kwaad als ik zei dat ik die middag niet in het bos was geweest''. Op een vel papier schreven de rechercheurs allerlei teksten, aldus Viets. ,,Er stond bijvoorbeeld dat Herman had gezegd dat ik het slachtoffer had verkracht. Ik twijfelde aan mezelf en dacht: ik ben toch niet gek geworden?'' Viets noemde het `totaal onverklaarbaar' dat hij iets had bekend waarvan hij nu wist dat hij het niet had gedaan. Vanmiddag wordt de andere verdachte Du Bois gehoord. In april volgt het requisitoir van de advocaat-generaal.