Twaalf jaar frustratie voor altijd vergeten

De man die de diepste dalen van het schaatsen heeft gezien en na de introductie van de klapschaats zijn sport anderhalf jaar lang de rug toekeerde, plantte zaterdag zijn vlag op de top van de Olympus. De nobody die Gerard van Velde eens was, de sprinter die bij internationale wedstrijden grossierde in vierde plaatsen, werd zaterdag in Salt Sake City olympisch kampioen. Op de 1.000 meter realiseerde hij een verbazingwekkend wereldrecord, 1.07,18. Jan Bos werd tweede.

Van Velde had een prestatie geleverd die grensde aan het ongelooflijke. In de Utah Olympic Oval verpletterde een Nederlandse autohandelaar de favorieten. Wereldkampioen sprint Jeremy Wotherspoon klapte het hardst tegen de muur die de schaatser uit de TVM-ploeg van coach Geert Kuiper had opgetrokken door in de zestiende rit het wereldrecord van de Canadees (1.07,72) aan flarden te rijden. Van Velde haalde er ruim een halve seconde van af. Nooit eerder reed een schaatser zo snel; zijn eerste volle ronde legde Van Velde af in 24,67 seconde, gemiddeld 58,4 kilometer per uur. Kuiper: "Na 600 meter zag ik dat er iets bijzonders ging gebeuren. Iedereen heeft zo'n moment in zijn canière, maar er zijn er slechts enkelen die dat op de Winterspelen hebben."

Twaalf jaar lang had Van Velde geen enkel groot toernooi gewonnen. De man die in 1990 in de kernploeg sprint kwam, had internationaal zelfs nooit op het podium gestaan, de weinig prestieuze wereldbekerwedstrijden uitgezonderd. Nadat hij vorige week op de 500 meter voor de zoveelste keer in zijn loopbaan als vierde was geëindigd – "de plaats die het meeste pijn doet" – dreigde zijn loopbaan als een kaars te doven. De geschiedenis herhaalde zich, want net als bij zijn olympisch debuut in 1992 viel hij naast het podium. Toen werd hij op de 1.000 meter vierde op eenhonderdste van het brons en achthonderdste van het goud. Vorige week bedroeg het verschil met de derde plaats op de 500 meter tweehonderdste. "Een bronzen medaille zou de kroon op mijn carrière zijn geweest", zei Van Velde na afloop van die race. Maar volgens coach Kuiper zou hij in dat geval geen goud op de 1.000 meter hebben gewonnen.

Het kan bijna niet anders of Van Velde moet in de uren na zijn gouden race een moment hebben gedacht aan het WK afstanden van 1998. Toen besloot hij uit teleurstelling over zijn prestaties op de klapschaats de handdoek in de ring te gooien. Hij kon de bochten niet houden en zijn toenmalige coach Peter Mueller, die in 1996 op Van Veldes verzoek door de schaatsbond (KNSB) naar Nederland was gehaald, slaagde er maar niet in Van Velde een betere techniek aan te leren.

Van Velde stortte zich weer op zijn oude beroep, autohandelaar. Pas toen Rintje Ritsma, een fervent autocoureur, hem een jaar later als zijn sparringpartner naar de Sanex-ploeg haalde, was dat het begin van een happy end. Aanvankelijk hield Van Velde de boot nog af. "Want ik geloofde niet meer in mezelf", zei Van Velde zaterdag.

In oktober 1999 reed hij in Inzeil zijn eerste trainingswedstrijdje, op de 500 meter. Toen Ab Krook als topsportcoördinator van de KSNB hem daar vroeg of hij wilde meedoen aan de Utrecht City Bokaal, het eerste sprinttoernooi van het seizoen, werd de rentree van Van Velde serieus. Daar kwalificeerde hij zich voor de wereldbekerreeks. Voor de pers en veel collega's gold Van Velde als afgeschreven. Toch plaatste hij zich voor de WK sprint in Seoel, nu twee jaar geleden. Van Velde werd 21ste. Een jaar geleden hervond hij bij de WK in Inzell de aansluiting met de wereldtop door zevende te worden, na twee fantastische 1.000 meters.

Van Velde kende sinds zijn rentree zijn plek. "Ik was een figurant, maar kreeg er steeds meer plezier in. De mensen die toen tegen me zeiden dat ik nog beter kon, zijn bijzonder voor me. Zij hebben me gemotiveerd door te gaan."

Na de voor hem teleurstellend verlopen 500 meter van vorige week, besloot Van Velde van de 1.000 meter, misschien wel zijn laatste olympische race, te gaan genieten. Hij behoorde niet tot de favorieten en leefde ontspannen naar de race toe. Voordat hij naar de ijsbaan ging, kocht hij via internet nog een motorfiets, een rode Ducati. Telefonisch liet zijn vader hem weten dat hij zijn MV Agusta had verkocht, een ander snelheidsmonster op twee wielen.

Zonder coach Kuiper te kort te doen was het vooral zijn vriendin, Paulien die hem op effectieve wijze had afgeholpen van zijn 500 meter- depressie en hem met opbeurende gesprekken naar goud leidde. Geslapen had Van Velde nauwelijks in de eerste twee nachten na de 500 meter. "Hooguit acht uur." Praten, dat hadden hij en zijn vriendin des te meer gedaan. "Vergeet niet waar je vandaan komt", zei Paulien. Na haar peptalk schreef Van Velde zijn streeftijd voor de 1.000 meter op papier, 1.07,3, met tussentijden, en plakte het op een muur in zijn kamer in het olympisch dorp. Toen wist Kuiper dat Van Velde de knop had omgezet en de teleurstelling van de 500 meter had verwerkt.

In zijn race op de 1.000 meter vaagde Van Velde in één klap alle teleurstellingen van de afgelopen twaalf jaar weg. In Sergei Klevtsjenja had hij een ideale tegenstander. In de laatste ronde leek het alsof de Rus opeens instortte, maar het was juist Van Velde die de gashandel opendraaide. Een paar uur later zag hij zijn gouden race terug. "In de laatste paar honderd meter straalt de wilskracht er van af", zei hij. De mooiste dag van Van Velde eindigde in het 'Holland House', in het bijzijn van zijn coach, de bescheiden en vakkundige Kuiper, de oud-sprinter die van Van Velde een technisch foutloze schaatser maakte, vrienden, familie en fans. Op het Olympic Medals Plaza in Salt Lake City had hij zich vlak daarvoor voor 20.000 mensen laten huldigen. "Eigenlijk moet ik nu stoppen", zei Van Velde later, "op het hoogtepunt".

Maar op de avond van zijn gouden race, leek zijn liefde voor het schaatsen nog maar net begonnen.