Column

SUPPORTER

De volgende Olympische Winterspelen. 2006 In Turijn. Mooie stad met mooie pleinen. Op een bankje. Daar zit ze. Slonzig, vermoeid en tranen in haar ogen. Ze staart voor zich uit. Om haar heen drie overvolle plastic Albert Heijn-tassen. Ze puilen uit. Kranten, vooral kranten. De vrouw murmelt iets tegen voorbijgangers. Ze vraagt om tickets. Ze vraagt om een slaapplaats. Een matje op de grond is genoeg. Ze wil mensen de krantenknipsels laten zien, maar men loopt door. Dat heet angsthaast.

Opeens was ze er. Er gaan geruchten zoals dat vaker bij zwervers het geval is. Bij mij in de buurt loopt een hele bekakte dakloze te bedelen en men zegt dat hij ooit een geniaal advocaat was. Of het waar is weet niemand. Je kan het wel vragen, maar hij antwoordt niet. Deze vrouw ook niet. Ze babbelt tegen de duiven, maar die luisteren niet echt. Soms balt ze haar vuist tegen de olympische vlam en dan schreeuwt ze iets onverstaanbaars. Totaal verslonsd kijkt ze rond. Ze verhuist af en toe een paar bankjes verderop en dat is het dan. Welke geruchten over haar de ronde doen, Leonardo, de man van de Tabacchi op de hoek bij het park, heeft gehoord dat ze zelf ooit heeft meegedaan aan de Olympische Spelen en de parkwachter Marcello zegt dat ze zelfs ooit een tijdje sportminister of zoiets is geweest. Ze heeft met prinsen staan hossen, kanjer was een door haar veelgebruikt woord. Vier jaar geleden in Salt Lake City is het misgegaan. Toen heeft zij moeten bedelen om een bedje en is ze uiteindelijk door een paar jaloerse types het olympisch dorp uitgelazerd. Nog net niet met zwaailichten op het vliegtuig gezet, maar het scheelde niet veel. Daarna is het misgegaan. De olympische problemen van een dwergstaatje. Maar Marcello heeft het ook van horen zeggen en het lijkt hem een behoorlijk onwaarschijnlijk verhaal.