Persoonlijk

,,In hoeverre kun je iemand de waarheid zeggen?'' zei de oude man die ik af en toe opzoek. ,,Dat heb ik altijd een van de moeilijkste dingen van het leven gevonden.

,,Het lijkt zo simpel: wees eerlijk, en je kunt jezelf altijd in de ogen kijken. Maar er zijn nogal wat praktische bezwaren. Binnen je gezin kun je nog vrij ver gaan, daarbuiten wordt het al snel moeilijk.

,,Op je werk moet je voorzichtig zijn. Als je een collega zegt waar het op staat, en er volgt een felle ruzie, komt het bijna nooit meer goed. Je hebt elkaar te veel beschadigd en rancune is het hardnekkigste onkruid. Je voelt in eerste instantie opluchting, maar een jaar later is je collega iets hoogs bóven jou geworden, en daarna zul je je blijven afvragen of je bepaalde kansen zijn onthouden omdat...

,,Ik heb het ook altijd lastig gevonden om mijn kinderen hierover te adviseren. Stel, ze staan aan de rand van een conflict. Ze hebben de neiging om alles eruit te gooien, de lucht moet gezuiverd worden, nietwaar, maar schieten ze er op lange termijn iets mee op? Dat vragen ze zich niet af. Toch wil je ook geen laffe huichelaars van ze maken, terwijl je die ene brandende vraag moet beantwoorden: wat zou jij doen, pa?

,,Ook de omgang met vrienden zit vol valkuilen. Juist een vriend kun je alles zeggen, hoor je vaak. Nou, let toch maar goed op je woorden. Heeft een vriend zijn vrouw slecht behandeld of een matig boek geschreven? Wees voorzichtig, ook al heeft hij altijd gezegd dat hij zo goed tegen kritiek kan. Zeg hem dat hij toch ook veel aan zijn vrouw te dánken heeft, en dat zijn laatste boek goed is, bijna net zo goed als zijn vorige. Er zal een ongemakkelijke stilte vallen, maar als je tactvol blijft, red je je daar wel uit.

,,Ik ben één keer erg geschrokken na zo'n ruzie. Een kaartvriend van mij was fractievoorzitter in de gemeenteraad. Een machtig man, want zijn partij had toen nog een monopoliepositie. Maar er was een omwenteling gaande en de volgende burgemeester van onze stad was van een andere partij afkomstig. Daarover was mijn kaartvriend zó verbolgen dat hij weigerde om deze nieuwe burgemeester officieel welkom te heten. Het leidde tot een rel en berichten in de pers.

,,Ik vond het allemaal geweldig kinderachtig en ik zei dat ook tegen mijn kaartvriend. Later schreef ik er een ingezonden brief over in de krant. Ik deed dat in mijn hoedanigheid van lid van een andere plaatselijke partij. Ik vond dat ik dat moest kunnen doen. Het persoonlijke moest van het politieke kunnen worden gescheiden.

,,Maar mijn vriend reageerde furieus. Je ging toch niet zomaar een vriend in de krant aanvallen? Goed, we hebben het uitgepraat en toen hij afscheid nam, zei hij: sans rancune.

,,De volgende dag stierf hij. Onverwacht, ook al had hij een chronische kwaal. Ik was geschokt. Had het met onze ruzie te maken? Een arts verzekerde me dat ik me niets hoefde te verwijten. Dat doe ik ook niet, maar toch blijft het door mijn herinneringen spoken. Waarom zou ik er anders zoveel jaar later nog met jou over beginnen?''