Nepal: nog nooit zoveel doden op één dag

In Nepal kwamen afgelopen weekeinde meer dan honderd mensen om het leven bij gevechten tussen het leger en maoïstische rebellen die van het koninkrijk in de Himalaya's een republiek willen maken.

Het feest van de zesde verjaardag van de opstand in Nepal is gevierd met een bloedbad. Diep in de bergen van de Himalaya doodden rebellen gisteren meer dan 130 soldaten, politieagenten en burgers.

De aanval begon op de vroege zondagochtend op overheidsgebouwen in het stadje Mangalsen, op 600 kilometer van de hoofdstad Kathmandu. Vrijwel tegelijkertijd werd het vuur geopend op het vliegveld van het nabij gelegen plaatsje Sanphebaga, waar een dertigtal wachthoudende agenten werd omgebracht.

Sinds de maoïstische rebellen hun strijd in 1996 begonnen, vielen bijna 2.400 doden. Maar nooit eerder waren er zoveel slachtoffers op een enkele dag. De rebellen, die gewoonlijk messen en oude musketten gebruiken bij hun aanvallen, bedienden zich gisteren van automatische geweren, die ze eerder hadden buitgemaakt van het koninklijke Nepalese leger.

Dit koninklijke leger was in november vorig jaar juist ingezet om een definitief eind te maken aan de opstand van de ongeveer 3.000 à 4.000 jonge strijders die zich in de bergen schuil houden. Daartoe werd de noodtoestand uitgeroepen en kreeg het leger vergaande bevoegdheden.

Het was een drastische ommekeer in het beleid van premier Sher Bahadur Deuba, die in juni door koning Gyanendra was benoemd om vredesonderhandelingen te beginnen met de maoïsten. Inderdaad gingen de rebellen eerst akkoord met een staakt-het-vuren, maar de onderhandelingen leverden niets op. De rebellen eisen namelijk afschaffing van de monarchie en hervorming van de grondwet. De door de koning benoemde premier kan veel toezeggen, maar dat juist niet.

Het opvallende aan de `maoïstische opstand' is dat er weinig `maoïstisch' aan te bespeuren valt. Er worden nauwelijks sociale en economische hervormingen geëist, die juist in Nepal zo noodzakelijk zijn. Het land telt 25 miljoen inwoners, waarvan 90 procent op het platteland woont. Door de bergachtigheid van Nepal is de opbrengst uit landbouw en veeteelt laag, en de economie drijft vrijwel geheel op toerisme maar de toeristen zijn sinds de gebeurtenissen in juni massaal weggebleven.

Op 1 juni vond in het koninklijk paleis in Kathmandu een drama plaats, waarbij kroonprins Dipendra de koning, de koningin en zeven andere familieleden doodschoot en vervolgens de hand aan zichzelf sloeg. De onrust in de straten van Kathmandu hield aan, omdat het volk niet enthousiast kon raken over de troonopvolger Gyanendra, een broer van de vroegere koning, en vooral niet over de nieuwe kroonprins Paras, die alom wordt gehaat.

De maoïstische rebellen kunnen met hun anti-monarchisme dus rekenen op enige sympathie onder de bevolking, maar de meeste Nepalezen hebben andere problemen. Meer dan 35 procent van de bevolking kan niet lezen of schrijven en een zuinige schatting van de werkloosheid is 45 procent.

Op het platteland is er nauwelijks medische zorg, en gevoegd bij ondervoeding en slechte hygiënische omstandigheden leidt dit tot ziektes als tuberculose, lepra, chronische diarree en, op een opvallend grote schaal, ooginfecties.

Voor de rebellen is deze toestand echter niet de belangrijkste inzet. Ze laten zich meer inspireren door het Peruaanse Lichtend Pad dan door Mao Zedong, die tenminste enkele economische idealen had. Volgens sommige waarnemers zijn zowel het koninklijke leger als de rebellen het spoor bijster. Er is sprake van geweld om het geweld en de fixatie op het koningshuis, van beide kanten, brengt een eventuele vrede niet dichterbij.