Maserati Spyder Cambiocorsa

Ze hebben naar me geluisterd! Niet dat ze me de afgelopen jaren dagelijks uit Viale Ciro Menotti hebben gebeld en gebedeld om adviezen, maar toch, mijn wensen zijn dusdanig vervuld dat dit beslist geen toeval kan zijn.

Laat ik beginnen met de motor: dat was in de eerste versie al een prachtige 3,2 liter 8-cilinder. Helemaal goed, daar niet van, maar door het monteren van twee turbo's werd de wagen te nerveus, waardoor filerijden een vermoeiende aangelegenheid werd. De motor was sowieso al aan zijn uitlaatgaslimiet. Dus opboren dat blok naar een forse 4,2 liter, weg met de turbo's en ziedaar: 390 pk's die als warme smeerkaas naar de aandrijflijn vloeien. Niets geen horten of stoten ditmaal, geen fluitende haarföhngeluiden bij het accelereren, geen krakende mechaniek, maar een immer smeuïg gegrom vanonder de opbollende motorkap. Het doet me denken aan een anekdote over Tom Jones, over de wc-rol die hij voor een optreden achter zijn rits stak wanneer er veel vrouwen in de zaal waren.

Gekozen kan er worden tussen een handmatige zesbak of het nieuwste speeltje: de cambiocorsa versnellingsbak met twee handels in de vorm van golfijzers achter het stuur. Uit de Formule-1, meneer! En Schumacher rijdt er ook mee! Naar honderd gaat de auto er een seconde sneller mee, wat een belangrijk verkoopargument schijnt te zijn op de Amerikaanse markt, maar het speeltje verveelt me al na enkele minuten. De bak is ook volautomatisch te rijden en is daarmee wonderlijk soepel, acceleren in de zesde versnelling van 80 naar 120 zonder dat hij terugschakelt. De bijzondere thermische kwaliteiten van de motor zijn af te leiden uit zijn stationaire loop. Na een kwartier kan ik mijn hand nog steeds op de roodgemoffelde afdekkappen leggen en is de ventilator niet gaan draaien. Kom daar maar eens om bij uw Hioendayris familiaris.

Weg zijn de van sproeiers voorziene ruitenwissers, die bij elke veeg de wagen een zuidelijke zegen gaven maar de bestuurder ook voor enkele seconden het zicht ontnamen.

De cabriolet is aan de achterzijde met een cirkelzaag rechtstandig afgeknot en daardoor 22 centimeter korter geworden. Dat staat de wagen goed, maar verdwenen zijn daardoor de achterzitplaatsen en die wonderlijke achterlichten in de gedaante van lichtslangen. Afgelopen kerst hing een variant in bijna elke boom en versierden ze de gevels van talloze huizen. Ik vond ze prachtig maar voor onze Jan – u weet wel van die meubels en verf en gordijnen en dyslexie – waren ze een doorn in het oog: hoe kunnen ze een als klassieker bedoelde auto voorzien van zulke moderniteiten! De coupé-versie is verder ongemoeid gelaten, maar ook daar zijn de lichtslangen verdwenen.

We zijn bij het interieur aangekomen en ook hier is er naar me geluisterd. De afwerking is vooruit gegaan, geen fout gestikt naadje meer te ontdekken, alles zit stevig vastgeschroefd en elk onderdeel past onberispelijk. De klokkenwinkel is beter afleesbaar, maar nog steeds een maatje te klein. Verdubbel de diameter van snelheidsmeter en toerenteller, niets is mooier dan nerveus klimmende en dalende wijzers in forse klokken.

Het dashboard, dat is afgewerkt met rood en zwart leer, welft en golft om de bestuurder heen. Wat gelukkig gebleven is, is het zeegroen aangelichte ovalen klokje dat als een Moeder Maria-medaillon in het midden van het dashboard prijkt. Oh Sterre der Zee, neuriede mijn moeder zaliger wanneer ze op zaterdag vlijtig het koper en zilver met Brasso poetste. Drapeer een rood fluwelen kleedje met franjes over het dashboard, de nachtverlichting aan, orgelmuziek en koorzang uit de vele luidsprekers en ik waan me weer even in de nachtmis van vroeger. Dit is wis en waarachtig een katholieke auto, zoals concurrerende Porsches onvermijdelijk het lutherse geloof aanhangen.

Dit is een onvervalste Grand Tourisimo, een echte reisauto, een van de laatste in zijn soort en deze wagen wil beslist niet gezien worden bij door mij willekeurig uitgekozen evenementen. Bijvoorbeeld niet bij een optreden van Froger, Towers of Bauer in een betonkolos in Rotterdam-Zuid. Niet in de P.C. Hooftstraat. Niet op de parkeerplaatsen van een meubelboulevard of in de nabijheid van de Arena. Daarvoor kunt u uw keus maken uit de wat minder op verfijnde smaak gerichte automobielen.

Wel op een door spaarlampen, sterren en maanlicht verlichte Autobahn richting Mulhouse, Bern en vervolgens Domodossola. Om tenslotte – met een schoen op de koperen reling – in een geurende Milanese bar het allereerste kopje espresso te drinken.