Li Peng ontkent afluisteren

De voormalige premier van China, Li Peng, heeft gisteren ontkend dat hij het brein zou zijn achter het inbouwen van afluisterapparatuur in een Amerikaanse Boeing, die bedoeld was om als staatsvliegtuig voor de Chinese president Jiang Zemin te dienen. ,,Ik weet er helemaal niets van'', zo verklaarde hij.

De Amerikaanse krant de Washington Times schreef vrijdag dat Jiang Zemin zijn tweede man Li Peng ervan zou verdenken dat hij 27 microfoontjes in het staatstoestel had laten inbouwen. Li zou dat gedaan hebben om zo op de hoogte te blijven van wat Jiang en de zijnen te zeggen hebben over verschillende corruptieschandalen waarbij Li's vrouw en zoons betrokken zouden zijn. De krant baseert zich daarbij op geheime Amerikaanse rapporten.

In januari maakten de Amerikaanse Washington Post en de Britse Financial Times vrijwel gelijktijdig bekend dat er al in september Amerikaanse microfoontjes in het vliegtuig zouden zijn gevonden, onder meer ingebouwd in het hoofdeinde van het presidentiële bed en in zijn badkamer. De afluisterapparatuur werd ontdekt tijdens routinecontroles door de Chinese veiligheidsdienst. Beide kranten baseerden zich vooral op Chinese bronnen.

China reageerde in januari opvallend mild op de berichten over mogelijke Amerikaanse spionage. Een woordvoerder van Buitenlandse Zaken liet toen weten dat een en ander geen enkele invloed hoefde te hebben op de Amerikaans-Chinese betrekkingen en op het bezoek van de Amerikaanse president Bush, dat voor 21 en 22 februari staat gepland. Die reactie gaf aanleiding tot speculatie dat de spionage een puur interne gelegenheid geweest zou zijn. Li werd in 1998 benoemd tot voorzitter van het Nationale Volkscongres en is tweede in de partijhiërarchie.