Kinderpsychiatrie voldoet niet aan wet

De organisatie van de kinder- en jeugdpsychiatrie voldoet niet aan de eisen van de Kwaliteitswet Zorginstellingen die in 1996 is ingevoerd. Dit blijkt uit een onderzoek bij zeven organisaties (45 procent van het totale aanbod) voor kinder- en jeugdpsychiatrie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), dat vandaag aan minister Borst (Volksgezondheid) is aangeboden.

Volgens de IGZ houdt de jeugd- en kinderpsychiatrie ook nog steeds onvoldoende rekening met de wensen van de patiënten zelf. Het aanbod voor adolescenten, jongeren met een veelvoud aan problemen, jongeren van niet-Nederlandse afkomst en de forensische psychiatrie is te gering. En het medicatiebeleid in de onderzochte instellingen is onvoldoende uitgewerkt. De Inspectie wijst er eveneens op dat de medezeggenschap van kinderen, patiënten en ouders te wensen over laat. Slechts in twee van de zeven betrokken instellingen is een cliëntenraad actief. Dat is in strijd met de wet, die een centrale rol geeft aan patiënten/consumentenorganisaties.

De inspectie concludeert dat net als onder volwassenen ook onder jongeren de vraag naar geestelijke zorg groeit. Het aantal gedragsstoornissen neemt toe. Al op jeugdige leeftijd uiten deze problemen zich in depressieve syndromen. Maar ook de aard van de zorgvraag verandert. Volgens het rapport hoeven jongeren niet allemaal in een instelling te worden behandeld. Daarnaast neemt ook de behoefte aan klinische behandelplaatsen toe. Voor de zwaardere gevallen ziet de inspectie twee trends: een verkorting van de opnameduur en een verruiming van de vraag naar acute opnamemogelijkheden.