De WAO-campagne

Op de valreep hebben de coalitiepartijen PvdA, VVD en D66 besloten van de WAO alsnog een politieke kwestie te maken. Nu het tweede kabinet-Kok bijna is uitgeregeerd en de verkiezingen aanstaande zijn, worden opeens allemaal grote woorden gesproken over de aanpak van het WAO-probleem. VVD en D66 verwijten de PvdA, inclusief premier Kok, een te afwachtende houding en willen dat het kabinet zelf met initiatieven komt. De PvdA daarentegen vertrouwt op de polder en verwijst naar de Sociaal-Economische Raad die nog bezig is met het fijnslijpen van het WAO-akkoord dat werkgevers en werknemers eerder sloten.

Er zijn de nodige vraagtekens te plaatsen bij de overeenstemming tussen de sociale partners over de WAO. Het akkoord lijkt vooral op een slimme uitruil van afzonderlijke verlangens van beide partijen. De werkgevers raken de in eigen kring fel bekritiseerde gedifferentieerde premieregeling kwijt, en de vakbeweging kan pronken met hogere uitkeringen voor volledig arbeidsongeschikten. Maar of een anders vormgegeven WAO nu ook werkelijk wat doet aan het buitensporige beroep dat op de regeling wordt gedaan is uitermate twijfelachtig, zo blijkt uit berekeningen van het Centraal Planbureau. En om dat laatste was het toch allemaal te doen, toen voor de zoveelste keer werd besloten de WAO te herzien.

Dat neemt niet weg dat het kabinet de SER zelf om advies heeft gevraagd over de WAO. Sterker nog, staatssecretaris Hoogervorst (VVD), die nu geen enkele fiducie meer heeft in dat advies, was in juni vorig jaar de eerste ondertekenaar van de dertien pagina's tellende adviesaanvraag die was voorzien van een groot aantal specifieke vragen. De SER werd geconsulteerd naar aanleiding van de (informeel) politiek zeer breed samengestelde commissie-Donner, die zich eveneens op verzoek van het kabinet had gebogen over de WAO. Anders gezegd, zij die nu om haast vragen hebben wel eerst heel wat kostbare tijd verloren laten door het politiek netelige WAO-probleem te parkeren bij buitenparlementaire adviescolleges.

De trieste conclusie over de WAO moet zo langzamerhand luiden dat de sociale partners en een groot deel van de politiek zich onbekwaam om te handelen hebben getoond. Al in het begin van de jaren tachtig werd geconstateerd dat de WAO volledig aan het ontsporen was. Toen al nam Nederland met het aantal arbeidsongeschikten een unieke positie in vergeleken met de rest van de industriële wereld. Dat is twintig jaar na die constatering, en vele reparaties van de wet verder, helaas nog steeds het geval.

Het is alleen de politiek die de WAO kan veranderen; in dit geval de paarse coalitie. Maar het is dezelfde paarse coalitie in zijn geheel die het probleem telkens voor zich uit heeft geschoven. Het is goed dat van de WAO nu een politiek thema wordt gemaakt. Maar door de bezorgde woorden van het afgelopen weekeinde heen klinkt de ketelmuziek die inherent is aan een verkiezingscampagne. Nog beter zou het daarom zijn als dat ad hoc politiseren ook eens tot concrete daden leidt.