Andreas Scholl is hartverscheurend

De naderende dood van Admetus, de koning van Thessalië, kan alleen worden afgewend indien een ander bereid is voor hem te sterven. Zo spreekt het orakel in Händels opera Admeto uit 1726. Maar helaas blijkt die ander nu juist Alceste te zijn, de vrouw van Admetus. Geen wonder dat nachtmerries en furieën het recitatief Orride larve (Afschuwelijke furiën) en de daarop volgende aria Chiudetevi mi lumi (Sluit mijn ogen) bevolken. Admetus roept de goden aan hem uit zijn lijden te verlossen. Het is een wanhopige smeekbede om te mogen sterven, waarin leading countertenor Andreas Scholl zich zondagavond van zijn hartverscheurendste kant liet horen.

In sublieme samenspraak met de door Katharina Spreckelsen vaardig bespeelde hobo, en subtiel opgelierd door klavecinist Markus Märkl en cellist Christophe Coin, bewoog Scholl als de getergde Admetus hemel en aarde om verlossing. In frasen als het zuchtend uitgestoten `Se volete ch'io muora, io morrirò' (Als jullie willen dat ik sterf, zal ik sterven) doorbrak Scholl het verwachtingspatroon van het vocaal denkbare, met een onnavolgbare expressiviteit waarvan alleen hij het geheim schijnt te kennen.

Op andere momenten klonk de hoogbegaafde voormalige koorknaap uit Kiedrich weer bijna als de `oboe d'amore' waarmee zijn fenomenale stem wel eens wordt vergeleken: puur en flexibel, en van een bijna `onmenselijke' instrumentale schoonheid.

Evenals bella donna Cecilia Bartoli, die vorige week twee spraakmakende recitals in het Amsterdamse Concertgebouw gaf, liet Scholl zijn weergaloze Händel-interpretaties afwisselen met louter instrumentale werken. In Händels Sonate in c, op. 1 nr. 8, HWV 366 muntte hoboïste Katharina Spreckelsen uit in sierlijke fraseringen en een ronde, gedragen toonvorming, terwijl cellist Christophe Coin zijn barokcello bijna romantisch liet zingen in de Sonate in C, op. 5 nr. 3 van Geminiani. Beide instrumentalisten werden uitmuntend begeleid door klavecinist Markus Märkl, die zijn bescheiden ruisende klavier met onnadrukkelijke virtuositeit tot leven wist te wekken.

Net als Bartoli geeft ook Scholl, die behalve in de Admeto-aria schitterde in Händels Nel dolce tempo HWV 135 a/b, Vedende amor HWV 175, Mi palpita il cor HWV 132a en een recitatief en aria uit Giustino, HWV 37, twee recitals in het uitverkochte Amsterdamse Concertgebouw. Het tweede zal vanvond plaatsvinden.

Concert: Andreas Scholl (countertenor), Katharina Spreckelsen (hobo), Christophe Coin (cello), Markus Märkl (klavecimbel). Werken van Händel en Geminiani. Gehoord: 17/2 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 18/2 adaar.