Youp van 't Hek danst de tango

Joost Zwagerman over de raadselachtge coming out van Youp van 't Hek als tango-man. En over `het droevige gevoel waarop je danst'.

Halverwege Woody Allens Crimes and Misdemeanours klinkt het allegro moderato van Schuberts strijkkwartet nr. 15. Niet bepaald filmmuziek die je verwacht van de vaak op jazz georiënteerde Allen. Niet lang na de première van de film vertoonden diverse uitvoeringen van Schuberts vier laatste strijkkwartetten – niet uitsluitend het vijftiende maar ook het bekendere Der Tod und das Mädchen – onverwachte verkooppieken. Zouden er toen puristen zijn geweest die dat aanstootgevend vonden; een speelfilm van Allen als glijmiddel voor de populariteit van Schubert? Tegenvraag is: zegt de manier waarop je met kunst kennismaakt iets over de authenticiteit en legitimiteit waarmee je van die kunst kan gaan houden? Hou je meer of beter van Schubert als het ooit door je vader is voorgespeeld dan wanneer je er op latere leeftijd mee in aanraking komt dankzij een Amerikaanse speelfilm?

Vorige week maakte Youp van 't Hek zich in zijn column in deze krant vrolijk over de massale belangstelling voor de tango sinds Piazzolla's Adios Nonino werd gespeeld tijdens Het Huwelijk. Van 't Hek: `Moet zo lachen dat heel Nederland ineens is betoverd door de virtuoze Carel Kraayenhof en (...) Adios Nonino'. Youps lachlust bleek te stoelen op het feit dat hij de muziek van Kraayenhof al veel langer kende dan de meeste anderen: `Carel speelt al jaren de sterren van de hemel, heeft met zijn Sexteto Canyenque de mooiste cd's gemaakt en nu opeens wordt hij omarmd door de bourgeoisie. De cd's zijn niet aan te slepen en zijn zalen puilen uit. Terecht. Maar het had al veel eerder gemoeten.'

Hier lijkt van alles over Carel Kraayenhof en zijn muziek te staan, maar in werkelijkheid heeft Van 't Hek het uitsluitend over zichzelf. Om te beginnen moeten wij vooral weten dat hij op voornaambasis met Carel verkeert. De – tamelijk tongbrekende – naam van diens sextet laat hij achteloos vallen, alsof deze naam hem in de conversatie dagelijks over de lippen komt.

En dan die bourgeoisie die nu de tango omarmt. Welke bourgeoisie bedoelt Van 't Hek? Toch niet de paar honderd aanwezigen in de Nieuwe Kerk, want die zijn met veel te weinig om ineens Kraayenhofs zalen te laten uitpuilen. Vermoedelijk bedoelt Youp van 't Hek de meer dan zes miljoen tv-kijkers. Met andere woorden: de bourgeoisie, dat zijn wij allemaal, minus de al jarenlang tango-minnende familie Van 't Hek.

Van 't Hek gaat niet zover dat hij treurt nu hem de exclusiviteit van zijn liefde voor de tango is ontnomen. Terecht noemt hij het verkoopsucces van Kraayenhofs cd's terecht. Maar: het had al veel en veel eerder gemoeten.

Dit is nog wel het raadselachtigste facet van Youps coming out als tango-man. De bourgeoisie had de tango kennelijk moeten omarmen op hetzelfde moment als waarop Van 't Hek er ooit mee kennismaakte. Dat hij met dat criterium in een malle spagaat raakt, lijkt hem te ontgaan. Van 't Hek zou in dat geval immers onvermijdelijk hebben behoord tot diezelfde bourgeoisie waarom hij nu zo moet lachen.

Even over de uitvoering van Adios Nonino tijdens Het Huwelijk. Afgezien van de verrichtingen van Kraayenhof zelf op de bandoneon, gleed die uitvoering af naar kitsch. Die xylofoon. Die triangel. En vooral: dat koor. De bandoneon werd omkranst door vocalen en instrumentatie uit de zoetvloeiende wereld van Tonny Eyk. Zo heeft Piazzolla het nooit bedoeld of uitgevoerd.

Maar die overwegingen over de potsierlijkheid van koor en triangel verschralen bij de herinnering aan de tranen van Máxima. Journalisten met gevoel voor de psychologie van de koude grond beweerden daags na Het Huwelijk dat de dochter weende om de afwezigheid van haar eigen Nonino. Anderen, van het meer cultuurfilosofische slag, schreven dat ze ging huilen omdat ze wist dat de miljoenen die meekeken ernaar hunkerden dat ze zou gaan huilen. Het zal wel. Wat je óók zag was een vrouw die vier minuten lang afdaalde in de tango, in het droevige gevoel waarop je danst, zoals Cherry Duyns het zei in zijn afgelopen zondag herhaalde documentaire uit 1984, De terugkeer, over, o ironie, de beslissende betekenis van de tango in de levens van twee naar Nederland gevluchte slachtoffers van het bewind van Videla.

Máxima had tijdens Adios Nonino zo haar eigen droevige gevoel waarop ze danste – met haar kin, die ze heel even en nauwelijks zichtbaar hief, in een vooraankondiging van het crescendo van de bandoneon. Ze danste ook heel even door haar rug te rechten. Ze danste met de spieren in haar gezicht; met haar duim waarmee ze over de knokkels van haar – protocollair neutraal ogende – echtgenoot wreef. Het kan niet anders of dat droevige gevoel waarop je danst moet op dat moment zijn overgeslagen op zelfs de meest gestaalde republikein. Wij dansten met haar mee. Lachen om de hieropvolgende run op tango-cd's lijkt me vervolgens wel het laatste dat in je opkomt — maar Van 't Hek lag dus alweer dubbel.

Ergens in De ondraaglijke lichtheid van het bestaan heeft Milan Kundera het over het wezen van kitsch. Hij beweerde dat kitsch vlak achter elkaar twee tranen van ontroering wekt. Als voorbeeld noemde Kundera de aanblik van kinderen die over een grasveld rennen. De eerste traan zegt: wat ontroerend, die kinderen die over het gras rennen. De tweede traan zegt: wat geweldig van mij om samen met de mensheid ontroerd te zijn door kinderen die over het gras rennen.

Voor Van 't Hek en zijn kennelijk jaren oude appreciatie van de tango geldt in principe hetzelfde mechanisme, want ook hij is zich met zijn warme hechting aan de tango sterk bewust van zijn relatie tot de mensheid. Youp van 't Hek zet een cd van Kraayenhof op en denkt: wat ontroerend, die muziek. Maar dat is hem niet genoeg. Hij denkt: wat ontroerend, om ontroerd te raken door muziek die anderen natuurlijk veel te laat zullen ontdekken. Van 't Hek kan pas echt genieten wanneer hij zijn appreciatie afmeet aan andermans goede smaak – of het gebrek eraan. Hij ziet zichzelf genieten door de ogen van de gesmade bourgeoisie. Dat is géén vitaal snobisme of epaterend elitisme. Dat is sentimentele zelffelicitatie. Dat is kitsch.