Weerklank van `Die Blechtrommel'

Günter Grass werd met Die Blechtrommel de succesrijkste vertegenwoordiger van het Europese magisch-realisme, schrijft Pieter Steinz in zijn stoomcursus literatuur.

Toen Günter Grass in 1999 de Nobelprijs voor literatuur kreeg, leek dat de grafsteen op een dode carrière. De recente boeken van de in Danzig geboren Duitser waren slecht ontvangen – de monsterlijke pil Ein weites Feld (1994) was zelfs demonstratief aan stukken gescheurd door boekenpaus Reich-Ranicki – en zijn status als het Geweten van Links en Geselaar der Natie was aangevreten door zijn achterhaalde kritiek op onder meer de Duitse hereniging. Er restte Grass weinig anders dan te rusten op zijn lauweren, die met drie grote romans (Die Blechtrommel, Der Butt en Die Rättin) en een mooie novelle (Katz und Maus) imposant genoeg waren.

Maar zie, het is 2002, en in de aanloop naar zijn 75ste verjaardag bepaalt der Alte opnieuw de literaire en politieke agenda in Duitsland. In zijn geprezen novelle Im Krebsgang, over de Russische torpedering in 1945 van een boot met tienduizend Oost-Pruisische Vertriebenen, mengt hij zich in de discussie over het leed van de Duitse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, een thema dat zijns inziens te lang gemonopoliseerd is door (extreem-)rechts. In een televisie-interview over zijn boek opende hij bovendien een frontale aanval op de leiders van de christen-democratische partij, die de Nobelpreisträger per ommegaande wegzetten als de `miezerige bespeler van het blikken trommeltje in de cavalerie van linkse auteurs.'

Dat laatste was een verwijzing naar Grass' beroemdste boek, Die Blechtrommel (1959), waarin de geboren trommelaar Oskar Matzerath de opkomst, ondergang en naweeën van het nazisme in Danzig becommentarieert. Grass had zich zelf al vaak geïdentificeerd met Oskarchen, de kunstenaar die weigert op te groeien om zo des te beter de hypocrisie van de volwassen wereld te kunnen ontleden. Behalve schrijver en dichter (Die Vorzüge der Windhühner, 1956) is Grass ook beeldend kunstenaar hij illustreerde de kaften van zijn boeken met eigen pentekeningen terwijl zijn biografie enigszins lijkt op die van de antiheld met de rood-witte trommel.

Enigszins, want in de stijl van vroegmoderne schelmenromanciers als Rabelais (Gargantua en Pantagruel) en Grimmelshausen (Simplicissimus) laat Grass de werkelijkheid graag ontsporen. Zijn voorliefde voor groteske plotwendingen en barokke vertellers, nog dominanter in het sprookjesachtige Der Butt dan in Die Blechtrommel, maakt hem tot de Europese tegenhanger van de Zuid-Amerikaanse magisch-realisten. Het is niet moeilijk te zien waarom Salman Rushdie en John Irving hem beschouwen als hun grote voorbeeld; Irving beweert zelfs dat hij de dwergachtige en vreemdstemmige hoofdpersoon uit A Prayer for Owen Meaney bewust de initialen van Oskar Matzerath heeft gegeven.

De populariteit van Grass als verhalend schrijver werd eind jaren zeventig nog vergroot door de verfilming van Die Blechtrommel. Regisseur Volker Schlöndorff gebruikte alleen de eerste twee `Bücher' van de roman (met als gevolg dat de film geen geschikt surrogaat is voor studenten Duits in tijdnood); maar alleen al de angstaanjagend knappe hoofdrol van David Bennent moet tienduizenden mensen hebben gestimuleerd Grass' tragikomische schelmenroman in zijn geheel te lezen. De film werd dan ook terecht en zeer toepasselijk met een Oscar bekroond.

Pieter Steinz: ps@nrc.nl