Waarom tv-kijken verslavend werkt

In actiefilms en Olympische sportprogramma's is elke seconde wel iets nieuws te beleven. Maar televisie is verslavend en je wordt er niet vrolijker van, signaleert Ellen de Bruin.

Hoe word je een couch potato? Ga gewoon voor de tv zitten en het gebeurt. Tot die conclusie komen de psychologen Robert Kubey en Mihaly Csikszentmihalyi (bekend van zijn boeken over `Flow') in Scientific American. Televisiekijken, naar spannende Olympische sportwedstrijden bijvoorbeeld, is heel ontspannend op het moment dat je kijkt. Maar als je stopt met kijken voel je je niet uitgeruster. En daarom stop je niet.

Het begint er al mee dat televisie onontkoombaar de aandacht trekt. Bijna iedereen kent wel de ervaring dat zelfs tijdens een interessant gesprek zijn blik wordt getrokken naar een tv die in de buurt aanstaat. Dat komt, zo ontdekten Amerikaanse psychologen in 1986, doordat televisietechnieken die bedoeld zijn om de aandacht vast te houden – plotselinge geluiden, camerabewegingen, scènewisselingen – een bepaalde reflex oproepen, de `orienting response'. Deze instinctmatige reactie werd begin vorige eeuw beschreven door de Russische psycholoog Pavlov, de man die honden leerde kwijlen bij het geluid van een bel. Als we iets nieuws zien of horen verwijden de bloedvaten naar de hersenen zich, terwijl de bloedvaten naar grote spiergroepen vernauwen en de hartslag vertraagt: het lichaam maakt zich op om rustig nieuwe informatie te verwerken.

De tv trekt dus onze aandacht en maakt ons passief. Vooral in reclamespotjes, actiefilms en videoclips is elke seconde wel iets nieuws te beleven dat de orienting response oproept. Kijkers blijven dan permanent in die rustig-afwachtende toestand, terwijl de hersenen alle nieuw binnenkomende informatie nauwelijks kunnen verwerken. Dat maakt moe. Van televisiekijken rusten we niet uit.

Dat blijkt ook uit onderzoek van Csikszentmihalyi zelf. Hij gaf mensen in zijn onderzoek een pieper mee en liet hen een week lang zes tot acht keer per dag op wisselende willekeurige tijdstippen opschrijven wat ze aan het doen waren en hoe ze zich voelden. Het bleek dat mensen zich tijdens het tv-kijken weliswaar ontspannen voelden, maar dat dat gevoel na het tv-kijken verdween. Bovendien voelde men zich na het kijken vermoeid, ongeconcentreerd en niet in een beter humeur dan vóór het kijken. Door lezen, sporten of andere hobby's raakten mensen wel in een betere stemming.

Zo maakt de televisie de mens letterlijk verslaafd: je gaat tv-kijken omdat je het associeert met ontspanning, maar je stopt er niet gemakkelijk mee, omdat je stoppen associeert met stress en een verslechterd humeur. Ontwenningsverschijnselen zijn er ook: op momenten dat de verslaafde geen tv kan kijken, weten zijn hersens niet meer wat ze met zichzelf aanmoeten. Mensen die meer dan vier uur per dag tv kijken, genieten daarvan niet alleen minder dan `lichtere' kijkers; ze voelen zich ook ongelukkiger op momenten dat ze niets doen, dagdromen of in een rij staan te wachten. Zelfs als mensen in onderzoek worden betaald om tijdelijk te stoppen met tv-kijken, hebben ze daar de grootste moeite mee. Al in een studie van veertig jaar geleden sloegen tv-gedepriveerde gezinsleden elkaar ineens de hersens in. Reken dus op een cold turkey als je het kijken wilt verminderen.

Nog een tip van de onderzoekers: neem programma's die je wilt zien op. Je kijkt er waarschijnlijk toch niet meer naar.