Voor een asielzoeker rijdt de ambulance niet

Als de verhalen van asielzoekers kloppen, is het flink mis met de medische zorg in het AZC Leusden. Ambulances komen er niet. Klachten worden afgedaan als `flauwekul'. Begin deze maand overleed er een baby.

Ongeveer veertig mannen zitten aan houten tafeltjes te roken in de kantine van het asielzoekerscentrum (AZC) in Leusden. Met sombere gezichten luisteren ze naar het verhaal van R. Alrikabi (45).

De Irakees vertelt hoe zijn vijf maanden oude dochtertje Najaat op donderdag 31 januari plotseling ziek werd. ,,Ze gaf om het uur over, huilde aan één stuk door en hield haar ogen dicht'', zegt Alrikabi.

Rond één uur die middag gaan Alrikabi en zijn vrouw naar de receptie van het AZC. De receptionist belt de Medische Opvang Asielzoekers (MOA) van het centrum op, die patiënten naar de reguliere zorg moet wijzen. Omdat er geen spreekuur is, moeten de ouders een afspraak maken voor de volgende dag. Alrikabi en zijn echtgenote lopen die middag nog een paar keer naar de receptie en vragen uiteindelijk een medewerker van de Centrale Opvang Asielzoekers, die de praktische zaken in het AZC regelt, om hulp. Deze zegt, volgens Alrikabi, dat de situatie `normaal' is voor een ziek kind van die leeftijd. Als kort na vijf uur de ouders hun dochtertje zelf naar het ziekenhuis willen brengen, belt de COA-medewerker de Avond-, Nacht- en Weekenddienst in Amsterdam, een meldpunt van de Landelijke Huisartsen Vereniging, waar na kantooruren de medische opvang voor alle asielzoekerscentra wordt overgenomen van de MOA.

Ook `Amsterdam' constateert door de telefoon dat de toestand van Najaat niet alarmerend is en weigert de ouders naar het ziekenhuis te verwijzen. Alrikabi belt het alarmnummer 112 niet, zegt hij, omdat asielzoekers ervan uitgaan dat de ambulance toch niet naar een AZC zal komen. De huisarts die zijn praktijk op het AZC houdt, bekent later dat dit het geval is. L. Schaeffer: ,,De asielzoekers hebben zo vaak voor kleine medische klachten naar 112 gebeld, dat de ambulance niet meer komt opdagen.''

Om acht uur besluiten Alrikabi en zijn vrouw zonder toestemming toch naar het ziekenhuis te gaan.

Vervolg Asielzorg: pagina 2

'Artsen zeiden dat ik eigenwijs was'

Vervolg van pagina 1

In ziekenhuis Lichtenberg in Amersfoort krijgen ze te horen dat ze naar een huisarts in Leusden moeten. De dienstdoende huisarts stuurt de familie naar het St. Elizabeth ziekenhuis in Amersfoort. Hier blijkt dat Najaat drie hersenbloedingen heeft gehad. De baby moet zo snel mogelijk voor een operatie naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht, waar zij de volgende dag, na een operatie, overlijdt.

De aanwezige asielzoekers zeggen dat het verhaal van Alrikabi niet op zichzelf staat. Zo beweert W. Almahmoud uit Syrië dat hij levenslang gehandicapt is door de laksheid van de verpleegkundigen van de MOA en de twee zelfstandige huisartsen die regelmatig in het AZC praktijk houden. Hij had last van hoofdpijn en duizeligheid als gevolg van twee hersenbloedingen, die hij in het AZC in Zaandam had gekregen. In Leusden vroeg hij regelmatig tevergeefs aan de MOA om een afspraak met een huisarts. Als hij, bij hoge uitzondering, een huisarts die in het AZC dienst had, mocht spreken, weigerden die hem een verwijsbrief voor de specialist. Almahmoud: ,,Elke keer zeiden de artsen dat ik eigenwijs was en zelf maar voor dokter moest spelen.''

Na twee jaar en zeven maanden kwam hij via een Nederlandse vriendin terecht bij neuroloog P. Bouma in het ziekenhuis Hilversum. De neuroloog constateerde een afwijking in de bloedvaten in zijn hoofd. Bouma: ,,Ik belde naar het AZC en vertelde de MOA dat Almahmoud behandeld moest worden. Daar zeiden ze dat de patiënt maar wat zeurde en dat asielzoekers `altijd wel wat hebben'. Ook de huisarts op het AZC vond verdere medische hulp `flauwekul' en zei dat Almahmoud `zeurde'.

Ook Ibrahim Rostom uit Soedan klaagt over de ontoegankelijkheid van de medische hulp. In november vorig jaar meldde hij zich met hevige buikpijn bij de MOA. Daar raadden ze hem aan te stoppen met vasten; het was tijdens de Ramadan. De buikpijn hield echter aan. Naar eigen zeggen heeft hij vier keer in zeventien dagen om medische zorg gevraagd in het AZC. De laatste keer mocht hij dan naar ziekenhuis Lichtenberg. ,,De specialist vertelde me dat ik al die tijd met een acute blindedarmontsteking heb rondgelopen'', vertelt Rostom. ,,Het was een wonder dat ik nog leefde.'' Rostom moest 24 dagen in het ziekenhuis blijven. Hij kon niet geopereerd worden omdat de ontsteking te groot was. Hij slikt momenteel medicijnen die de ontsteking moeten verminderen, zodat hij alsnog geholpen kan worden.

Volgens woordvoerder R. van Schijndel van de Medische Opvang Asielzoekers zijn er ,,de afgelopen twee jaar slechts tien klachten bij onze klachtencommissie binnengekomen''. Daaruit concludeert hij dat de medische zorg voor asielzoekers juist béter is geregeld dan voor Nederlanders. Hij is dan ook ,,verbaasd'' over de klachten. ,,Waarschijnlijk ligt in veel gevallen de verantwoording niet bij de MOA, maar bij de individuele huisartsen.''

De twee betrokken huisartsen willen geen commentaar geven totdat het intern onderzoek van de MOA is afgerond. Naar verwachting is dat onderzoek eind deze maand klaar.