VEEL HOMOCYSTEÏNE IN HET BLOED VERGROOT KANS OP DEMENTIE

Een hoog homocysteïnegehalte in het bloed voorspelt dementie op latere leeftijd. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek onder 1092 65-plussers. Van hen werden er in acht jaar 111 dement. De kans om dat lot te treffen was tweemaal zo groot voor mensen die meer dan 14 micromol per liter van het aminozuur homocysteïne in hun bloed hadden.

Homocysteïne krijgt dit decennium ongetwijfeld dezelfde status als cholesterol aan het eind van de vorige eeuw had. Beide zijn meetbare en gedeeltelijk vermijdbare risicofactoren voor dodelijke ouderdomsziekten. De know your number rage die tien jaar geleden iedereen ertoe dwong om het cholesterolgehalte in zijn bloed te meten en daarna eventueel cholesterolverlagers te slikken om hart- en vaatziekten te voorkomen, is nu in opkomst voor homocysteïne.

De meting van het homocysteïnegehalte is eenvoudig, maar de beoordeling is ingewikkelder dan die van het cholesterolgehalte. De onderzoekers introduceren als vuistregel dat iedere toename van ongeveer 5 micromol per liter boven de norm het risico op dementie met 40% vergroot. De norm is echter sterk leeftijdsgebonden. In het onderzoekscohort was de gemiddelde waarde 11,5 micromol per liter bij 65- tot 69-jarigen. De waarde liep stapsgewijs op tot 15,3 bij de 85- tot 89-jarigen en zelfs 22,3 bij de 90-plussers. (The New England Journal of Medicine, 14 febr.).

Homocysteïne is een aminozuur waarvan het menselijk lichaam een voorraadje aanhoudt om daar de aminozuren methionine en cysteïne uit te maken. Bij de omzetting van homocysteïne naar methionine spelen foliumzuur en vitamine B een rol. Methionine heeft, als leverancier van CH3-groepen, een functie bij de genregulatie, maar ook bij tientallen andere processen in de cel. Er is al aangetoond (onder andere in onderzoek onder Rotterdamse senioren) dat een hoog homocysteïnegehalte de kans op hart- en vaatziekten verhoogt.

Normaal gesproken is de toenemende leeftijd de grootste risicofactor om dement te worden. Maar onder de 25% mensen met de hoogste homocysteïnegehalten was het risico om dement te worden ongeveer net zo groot als hun leeftijdsrisico. Na 11 jaar follow up was van die groep ongeveer 19% van de bejaarden dement. Onder de driekwart anderen was dat ongeveer 12%.

Net als bij cholesterol is er een pilletje dat het homocysteïne verlaagt. En de parallel zet zich voort naar de voeding: ook goede voeding kan het homocysteïne verlagen. Verder zijn er mensen die door een genafwijking met een hoog homocysteïnegehalte zijn opgezadeld.

Het `pilletje' tegen hoog homocysteïne bevat foliumzuur. Foliumzuur is het voedingssupplement dat wordt aangeraden aan vrouwen die zwanger willen worden of net zwanger zijn om een kindje met een open ruggetje te vermijden. Het is nog niet bewezen dat foliumzuur slikken de dementie uitstelt of de kans op hartziekten vermindert. Het effect is alleen aannemelijk te maken op grond van kennis over moleculaire processen rond homocysteïne en foliumzuur. Foliumzuur zit in groene groente (een portie spruitjes levert 80% van de dagelijkse behoefte), in graanproducten en in fruit als sinaasappelen en kiwi's. In de VS zijn muesli's, corn flakes en andere ontbijtgranen verplicht verrijkt met foliumzuur en vitamines B. In Nederland is alleen verrijking van voedingsmiddelen `speciaal voor zwangeren' toegestaan, maar nog geen fabrikant heeft dat gat in de markt gevonden. Verder is verrijking met foliumzuur hier verboden.