Super-Amerika in de Zuiderzee

Lelystad en Almere moeten het niet hebben van hun centra. Over rijtjeshuizen, `nieuwe truttigheid' en een nepkasteel.

Flevoland is het Amerika van Nederland. De twee polders de Noordoostpolder uit de jaren veertig, de Flevopolder uit de jaren zestig begonnen als een leeg land dat moest worden ontgonnen door pioniers. Flevoland is zelfs een soort super-Amerika, want de nieuwe polders in het IJsselmeer waren echt leeg en kenden geen oorspronkelijke bevolking die moest worden verjaagd of gedecimeerd.

Toch leek Flevoland aanvankelijk niet op Amerika. De eerste stad die al tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Noordoostpolder werd gebouwd, Emmeloord, werd ontworpen door architecten als P. Verhagen en C. Pouderoyen van de conservatieve Delftse school. De Nederlandse traditie, zoals die op het vasteland in de voorgaande eeuwen was ontstaan, was hun uitgangspunt. Pas in de jaren vijftig kregen modernistische architecten een kans in Flevoland, toen het ontwerp van het dorp Nagele werd toevertrouwd aan de Amsterdamse architectengroep De 8.

Je zou denken dat een nieuw dorp in een kaal land op het lijf was geschreven van modernisten als Gerrit Rietveld, Mart Stam, Van den Broek en Bakema, Cornelis van Eesteren en de toen nog jonge Aldo van Eyck. De Noordoostpolder was immers een echte tabula rasa, waar de Nieuwe Wereld zonder lastige historische context gestalte kon krijgen. Maar doordat De 8 een collectief ontwerp wilden maken maar de leden van de groep tegelijkertijd over grote ego's beschikten, werd het tekenen van Nagele een moeizame geschiedenis. Uiteindelijk werd het dorp Nagele opgebouwd uit rijtjeshuizen, die in stroken staan opgesteld. Alle huizen hebben, geheel volgens het dogma van het modernisme, platte daken: traditionele zadeldaken waren verboden in Nagele.

Het opmerkelijkst aan Nagele is zonder twijfel het centrum. Dit bestaat uit een grote open ruimte waar, zo dachten de ontwerpers van Nagele, de plaatselijke dorpsbewoners elkaar zouden kunnen ontmoeten. Maar deze open ruimte is in verhouding met de kleine omringende huizenrijen zo groot, dat deze vooral wordt ervaren als een leegte. De enige reden om deze leegte te betreden is de mooie voormalige gereformeerde kerk van Van den Broek en Bakema, die nu dienst doet als museum.

Een soortgelijke gedachte als die van De 8 over het centrum van Nagele ligt ten grondslag aan een van de beroemdste gebouwen van Flevoland, de Meerpaal in Dronten uit 1967. Architect Van Klingeren ontwierp dit gebouw als een agora waar van alles mogelijk was: sport, spel, markt, theater en niet te vergeten tv-opnamen. Voor elke Nederlander van boven de veertig is De Meerpaal verbonden met Stuif es in. Veel meer dan een groot dak met glazen wanden is het gebouw eigenlijk niet. Dat dit tot gevolg had dat bijvoorbeeld een theatervoorstelling werd gestoord door een volleybalwedstrijd vond Van Klingeren niet erg. Integendeel, hij ging ervan uit dat de overlast de gebruikers nader tot elkaar zou brengen.

Dit bleek een utopie: al in de jaren zeventig werd de Meerpaal grondig verbouwd en werd het een vrij gewoon gebouw met afzonderlijke, afgescheiden binnenruimtes. Een paar jaar geleden wilde de gemeente Dronten De Meerpaal zelfs slopen, maar kwam hier na protesten van vooral architecten en architectuurhistorici van terug. Nu wordt De Meerpaal opnieuw grondig verbouwd en gerenoveerd.

De enige stedenbouwkundige die bij het ontwerp van Nagele was betrokken, Cornelis van Eesteren, had in de jaren zestig ook bemoeienis met het begin van Lelystad. En net als Nagele is Lelystad een oord dat nu worstelt met zijn centrum. Weliswaar is dit niet een grote grasvlakte zoals in Nagele, maar ook Lelystad heeft niet een centrum waar men voor de gezelligheid naar toe gaat. Daar heeft de komst van het stadhuis in 1984, naar een ontwerp van Jan Hoogstad, niets aan veranderd.

Toch trok Lelystad het afgelopen half jaar ruim anderhalf miljoen bezoekers. Maar die gingen niet naar het centrum. Het vorig jaar geopende outletcenter Batavia Stad aan de rand van Lelystad was hun doel. Dit winkelparadijs naar een ontwerp van Rop van Loenhout heeft de vorm gekregen van een oud-Hollands vestingstadje. Als extra attractie bevinden zich bij dit vestingstadje de beste gebouwen van Lelystad: het sportmuseum van Victor Mani (1993) en het Poldermuseum van Benthem en Crouwel (1995).

Ook Almere, de nieuwste en snelst groeiende stad van Flevoland, heeft nog geen centrum. Daar hebben de Almeerse stedenbouwkundigen bewust mee gewacht. Lange tijd lieten ze de vlakte bij het stadhuis van Cees Dam open. Maar nu wordt de leegte gevuld door een ontwerp van Rem Koolhaas, Nederlandse beroemdste architect. Koolhaas' plan voorziet in een complex van nauwe straatjes bovenop een parkeergarage en een busbaan, waar onder meer winkels, appartementen, een theater en een bioscoop moeten komen. Bij het spoorwegstation moet Almere zelfs een skyline van kantoortorens krijgen.

Maar zover is het nog niet. Nu is Almere nog steeds in de eerste plaats een reactie op het laat-modernistische, desolate Lelystad. Het eerste deel van Almere dat in de tweede helft van de jaren zeventig gereed kwam, was Almere-Haven: knusse grachten met bakstenen huizen met puntdaken. Toen dit deel van Almere wasarc voltooid, werd het door critici al gauw bestempeld als een toonbeeld van `nieuwe truttigheid'.

De stad is nooit meer van dit imago afgekomen, hoezeer Almere ook zijn best doet om architectonische experimenten te bevorderen. Talloze bekende Nederlandse architecten, onder wie Herman Hertzberger, Aldo van Eyck, Sjoerd Soeters, Rem Koolhaas en Jo Coenen, hebben er inmiddels gebouwen staan, maar voor veel niet-Almeerders staat de stad nog steeds bekend als de hoofdstad van burgerlijkheid in Nederland.

Dit komt doordat in Almere, anders dan in Nagele of Lelystad geen heroïsche poging is gedaan om een nieuwe, modernistische stad te bouwen. Almere heeft zijn bewoners gegeven wat ze al lang kennen en blijkbaar buitengwoon waarderen: rijtjeshuizen. De als knalrode graansilo's vermomde woontorens van Liesbeth van der Pol zijn een uitzondering temidden van de zee van rijtjeshuizen, die van Almere de Nederlandse versie van Los Angeles, de Amerikaanste stad van Amerika, maken.

Almere werkt er nu zelfs hard aan om nóg Amerikaanser te worden. Aan de rand van de stad is nu een immens kasteel in aanbouw, een bijna-kopie van een echt oud kasteel in het Belgische Jemeppe. Er staat nu nog alleen een betonnen karkas en de bouw wordt geteisterd door financiële problemen. Maar als de hotelreus met zijn 350 kamers afkomt, is het Amerikaanse karakter van Almere meer dan compleet.

Dan is Almere zoals Flevoland begon: een super-Amerika, Los Angeles én Las Vegas in één.