Sprokkelen met heffingskortingen

Op 1 april aanstaande moet uw aangifte inkomstenbelasting over 2001 de deur uit zijn. Het is de eerste aangifte nieuwe stijl. In een korte serie aandacht voor de belangrijkste wijzigingen. Deel 1: de vragen 31 en 32 van het P-Biljet. Ofwel: de heffingskortingen.

Voor belastingbetalers met een goedgevulde beurs (vanaf ongeveer 50.000 euro) was de oude belastingsituatie zo gek nog niet. De vroegere belastingvrije som zorgde er voor dat de hoge inkomens voordelig uitkwamen. Maar met de heffingskortingen - die in de plaats zijn gekomen van de belastingvrije som - valt er voor deze groep minder binnen te halen.

De heffingskorting is een bedrag dat de belastingbetaler mag aftrekken van de totaal te betalen belasting. Iedereen heeft recht op een algemene heffingskorting van € 1.576 per jaar. Voor 65 plussers is dit € 705. In tegenstelling tot de vroegere belastingvrije som speelt het belastingtarief bij de heffingskorting geen rol. Of u nu 32,35% of 52% belasting betaalt, u heeft altijd recht op de algemene heffingskorting van € 1.576. Zelfs als iemand niets verdient, zoals mensen die thuis de kinderen verzorgen. Stel dat een huisvader gehuwd is met een partner die een inkomen heeft van € 60.000 per jaar. Hierover betaalt die partner (na aftrek van de algemene heffingskorting) € 23.022 belasting. Hoewel de huisvader geen inkomen heeft, krijgt hij toch een netto bedrag van € 1.576 bijgeschreven op de bankrekening. Dit voordeel is te danken aan de regel dat de verdienende partner - na aftrek van de eigen heffingskorting - meer dan € 1.576 aan belasting betaalt. Er zit wel een beperking vast aan dit fiscale douceurtje. Als het inkomen van de partner bijvoorbeeld € 7.000 bedraagt, is de belasting na aftrek van de eigen heffingskorting slechts € 688. De heffingskorting voor de inkomensloze helft van het paar blijft dan beperkt tot dit bedrag. Bovendien krijgt iemand deze heffingskorting pas uitbetaald van de Belastingdienst als hij of zij zelf een aangiftebiljet of een verzoek voorlopige teruggaaf indient. Dat laatste heeft als voordeel dat gedurende het jaar alvast elke maand een deel van het bedrag op de rekening wordt bijgeschreven.

De grote groep van mensen die inkomen hebben uit werk en onderneming kunnen daarnaast nog eens profiteren van de arbeidskorting. Deze korting is in de plaats gekomen van de tot 2001 geldende regeling waarin werknemers beroepskosten van hun salaris mochten aftrekken. De arbeidskorting is afhankelijk van de arbeidsinkomsten, maar is maximaal € 920 (voor 65 plussers: € 412). Werkgevers houden bij de inhouding van loonbelasting al rekening met de arbeidskorting, het nettosalaris wordt hierdoor hoger. Op de papieren aangifte zult u overigens tevergeefs zoeken naar de arbeidskorting; die berekent de Belastingdienst namelijk zelf. Op de diskette komt u hem wel tegen.

Voor 65-plussers zitten overigens nog twee extra kortingen in het fiscale pakket. Zij komen altijd in aanmerking voor de ouderenkorting. De aanvullende ouderenkorting is bedoeld voor 65-plussers met een inkomen lager dan € 27.704, mits zij recht hebben op een AOW-uitkering en alleenstaande of alleenstaande ouder zijn.

Ook ouders, samen of alleenstaand, worden getrakteerd op een gevarieerd kortingspakket. Bij een kind jonger dan 16 jaar dat bij de ouders woont en door hen wordt onderhouden, is er de kinderkorting van € 38 per jaar (65 plusser: € 18). Hieraan verbindt de Belastingdienst wel een voorwaarde: het gezamenlijk inkomen van beide partners mag niet meer bedragen dan € 54.501. Een gezamenlijk inkomen van maximaal € 27.251 levert ook nog eens de aanvullende kinderkorting op van € 192 (65 plusser: € 87). Deze bedragen gelden ongeacht het aantal kinderen. Als het kind jonger is dan 12 jaar en u meer dan € 3.938 verdient, bestaat er bovendien recht op de combinatiekorting van € 138 (65 plusser: € 62): een beloning voor het combineren van werk met het verzorgen van een jong kind. Partners kunnen elk de combinatiekorting krijgen. Voor alleenstaande ouders komt daar nog eens de alleenstaande ouderkorting en de aanvullende ouderkorting bovenop. Let op, (alleenstaande) ouders kunnen alleen van deze fiscale regeling gebruikmaken als zij het aangiftebiljet inkomstenbelasting invullen. Als u zelf geen aangiftebiljet heeft ontvangen, is er altijd nog de mogelijkheid om een T-biljet aan te vragen. Er bestaat tegenwoordig zelfs een speciaal Th-formulier voor heffingskortingen. Ook bij de kortingen voor ouders is het mogelijk om voorlopige teruggaaf aan te vragen. Als u alleen voor de heffingskortingen een voorlopige teruggaaf ontvangt, hoeft u in het algemeen geen aangifte inkomstenbelasting in te vullen. Als na afloop van het jaar echter blijkt dat de voorlopige teruggaaf € 196 te hoog is, bent u verplicht zelf aangifte te doen.

Deze rubriek wordt verzorgd door Kluwer Fiscale en Financiële Uitgevers

Gerectificeerd

Ouderenkorting

Het artikel Sprokkelen met heffingskortingen (16/17 februari, pagina 16) meldt dat 65-plussers altijd in aanmerking komen voor de ouderenkorting. Dat geldt alleen als hun inkomen lager is dan E27.704.