Sla dood!

Gesnotter, lamento's, lange gezichten, waar blijft toch Hollands Glorie in Salt Lake City? Gerard van Velde onaanspreekbaar, Andrea Nuyt in tranen, het hele NOC*NSF weggezakt in vreugdeloos gestotter, Mart Smeets ontdaan van grapjes. Ik zie alleen maar flarden van spectaculair verdriet. Stranden op een zucht van brons, zou dát dan de hel zijn?

Ach ja, Winterspelen.

Sneeuw en ijs zijn voor de kerstdagen. Een schansspringer kan mij nog ontroeren, om zijn doodsdrift. Maar wat hebben wij, volgelingen van de zonnekoningen Melkert en Fortuyn, te zoeken in de Utah Olympic Oval? Welgeteld een halve nacht heb ik het volgehouden, de doodgevroren gezichten van Nuyt en Timmer, de biddende lippen van Catronia LeMay, de besneeuwde wenkbrauwen van meisje Sauerbreij. En dan nog hoorde ik de hele tijd de palmbomen ruisen aan de Middellandse Zee. Waar Boogerd rijdt en Cippollini alweer zijn eerste rit van het seizoen heeft gewonnen.

Schaatsen, kunstrijden, snowboarden, het zijn kijksporten voor het bejaardenhuis. IJshockey? Idem dito. Ik weet nog dat mijn dementerende vader tijdens een wedstrijd tussen Finnen en Zweden almaar zat te roepen: ,,Sla dood, sla dood! Doodslaan, die handel!'' Kijkend naar de beulen van de puck kraaide in hem nog een keer het verlangen naar de ruïnes van zijn jeugd. Het was zowat zijn laatste teken van leven.

De Spelen in Salt Lake City zijn mij ook te hoogmisachtig. Als bedienaars van een eredienst staan ze daar zij aan zij, de bobo's, de sporters, de sponsors, de tv-commentatoren, de mormonen. Sport is de ruigste der werelden, maar daar is in Utah niet veel van te zien. De zingzang van Olympia: iedereen is lied geworden. Het is mede de signatuur van de nieuwe IOC-preses Jacques Rogge. Die zalvende woorden, die balsemende blikken, die gevouwen handen, oh, wat hunker ik opeens naar het rijk der scherven.

En dan is er nog de hypocrisie. `Erica Terpstra naar huis gestuurd!' Je weet niet wat je leest. Olympische Spelen zonder Erica zijn als een televisieavond zonder seks. De VVD-politica is de string van alles wat in Nederland ooit op medaillejacht is gegaan. Zij, Erica Terpstra, is de ingegroeide teennagel van alle olympische sporters. Laatst in Sydney nog werd ze 's nachts door Leontien van Moorsel uit haar bed gebeld. Of ze zo goed wilde zijn de volgende dag in de bocht van de baan plaats te nemen voor de halve finale. Als fetisj en derwisj, opgetuigd in het oranjeplunje. Natuurlijk was het monument van zelfontploffende vreugde zo goed.

Waarom moest Erica opeens weg uit Salt Lake City? Ze had in een appartement van schaatssponsor Aegon geslapen. En dat kon niet volgens NOC*NSF-voorzitter Blankert. Als bestuurslid internationale zaken van de koepel mocht ze niet langer dan vijf dagen in het mormonenhol verblijven. Dat was de afspraak. Naar verluidt was Blankert vooral bang dat de verdenking van belangenverstrengeling zou ontstaan. Olympische kringen worden toch al bij voortduring in verband gebracht met omkoopschandalen.

De puritein Blankert.

Eerst dit: een monstre sacré als Erica Terpstra zet je niet midden in de nacht op een vliegtuig. En als ze dan toch weg moest dan had Blankert hoogst persoonlijk haar koffer en beautycase naar de luchthaven moeten slepen - je bent een heer of je bent het niet. Ergerlijker is de morele ondertoon van de door Blankert gedecreteerde expulsie. Hoezo belangenverstrengeling? Het NOC*NSF is een getto van sluikreclame. Sinds jaar en dag is de lijn tussen commercie en sport door de herauten van Papendal verduisterd tot een stippellijn. Onder het toeziend oog van de heer Blankert wordt door de Nederlandse supporterskolonie in Salt Lake City alleen maar reclame gemaakt voor niet-geaccrediteerde sponsors. Daar heeft deze heer van stand geen enkele moeite mee.

Slapen in een appartement van Aegon is inderdaad een ander verhaal. Tussen de vaste geldschieter van de schaatssport en het NOC*NSF is het koude oorlog. Het gaat zo ver dat ouders en begeleiders van de Aegon-schaatsers niet eens een kaartje krijgen voor de wedstrijden. De medaillewinnaars Uytdehaage en Groenewold mochten hun tranen van geluk vrij laten stromen, maar niet in het appartement van Aegon waar hun ouders zaten te antichambreren. Dan ben je geen puritein meer, dan ben je een slager van familiale intimiteit.

Wijlen mijn vader zou zeggen: ,,Sla dood, sla dood!''