Rosa

Haar vacht is donkerder dan ik me herinner, en haar lijf schonkiger, en het overvalt me een beetje dat ze alleen staat. Natuurlijk heb ik al die tijd geweten dat ze alleen stond, maar het overvalt me toch – een koe alleen is nooit een goed teken. Dus als Lenie zegt dat deze koe gelukkig is, dringt dat eerst nauwelijks tot me door.

,,Ha die Rosa'', zeg ik. ,,Wat woon jij een eind weg!'' Ik steek haar een hand toe, maar daar is Rosa niet van gediend. Ze doet waardig een stapje terug, haar ogen vol verwondering, haar oren stijf van achterdocht.

Het is welbeschouwd ook al bijna twee jaar geleden dat we elkaar voor het laatst gezien hebben. Ik denk niet dat ze me herkent, ik weet wel zeker dat ze me vandaag niet verwacht had.

Rosa, een rode blaarkop, geboren in 1988. De eerste menselijke stem in haar leven was die van Cees Molenaar, melkveehouder aan de Houtdijk bij Woerden. Cees had een ideaal. Hij wou een stal met uitsluitend zwárte blaarkoppen, maar hij was er de man niet naar om welk dier dan ook aan welk ideaal dan ook op te offeren – zeker niet zolang ze genoeg melk gaf.

Begin '99 gaf Cees te kennen dat hij zijn bedrijf ging beëindigen. Ik schrok, ik zei: dat meen je niet, en ik begon aantekeningen te maken. Op 31 maart 2000 molk hij voor het laatst.

Op zaterdag 15 april stond mijn verhaal in de krant. Klein drama, vooral voor de betrokken koeien. Voor blaarkoppen, prachtig ras, was bijna geen emplooi meer in Nederland.

Die ene rooie was als het ware voorbestemd om in dit verhaal een prominente rol te spelen. Ze was niet alleen rood, ze was ook bejaard en erg aanhalig. ,,Ze legt haar kop zwaar op je onderarm. Je voelt het enorme gebeente van haar kaak, je ziet haar droevige oog, de sierlijke wimpers.''

In de week daarna kreeg ik Lenie 't Hart aan de telefoon. Ze wou die rooie redden, ze wou 'm kopen. Ja, maar wat moest zij nou met een koe? ,,Je wilt hem leren zwemmen'', gokte ik. Maar nee, het was niet voor het zeehondencentrum, het was voor haarzelf. Ze had een huis in Termunten. Daar hield ze al kippen en varkens en schapen, en daar kon best een koe bij.

Op zaterdag de 22ste was de grote schoonmaak. Cees had z'n vee allang verkocht aan een handelaar, maar een deel ervan stond nog op stal. De veewagen kwam en toen alle zwarte weg waren, was alleen die rooie nog over. Toen kwam Lenie, opgewonden als een kind op schoolreisje.

Ze omhelsde haar koe. Ze omhelsde haar koe nog eens en gaf haar, waar we bij stonden, een naam. En na alles wat hier de afgelopen tijd voor het laatst gebeurd was, was dit het allerlaatste: Lenie en haar metgezellen in een 4WD, Rosa in een aanhangertje – ze rijden het erf af, ze verdwijnen uit het zicht, een lange reis voor de boeg.

Terug naar Groningen, dat was ook al zoiets symbolisch. Het heten niet voor niets Groninger blaarkoppen. Telkens als er geld was, we hebben het dan over vóór de oorlog, had Cees z'n vader een paar beesten origineel uit Groningen laten overkomen om zijn veestapel uit te breiden.

,,We krijgen de krant altijd een dag later'', vertelt Lenie nu, ,,dus daar is nooit haast bij. Ik zat in de trein naar Den Haag. Ik lees dat verhaal en ik weet meteen: die koe, die moet ik hebben. Ik bel naar huis en ik zeg: Karst, zoek die boer op.''

,,Ze was daar zo fanatiek in'', zegt Karst.

,,Is ze niet overal zo fanatiek in?'', vraag ik.

,,Dit was bijzonder'', zegt Karst.

Afijn, die boer konden ze niet vinden, niet in het telefoonboek, niet onder Woerden, maar mij uiteindelijk wel.

Boeren uit de buurt vroegen natuurlijk wat ze ervoor betaald had, voor die koe, en dat vonden ze natuurlijk veel te veel. Dat ze zich aardig bekocht had, zeiden ze. Op z'n Gronings. Maar toen Rosa een kalf kreeg, en nog een kalf, een gezonde tweeling, toen steeg ze weer in hun achting. Daar kwam zomaar voor duizend gulden uitrollen, zeiden ze. Op z'n Gronings.

,,In het begin'', zegt Lenie, ,,kon Rosa hier haar draai niet vinden, ze wou niet alleen in de wei. Dan zat ik bij haar op m'n stoeltje en als ik opstond, stond zij ook op, als ik wegliep, liep zij mee. Ze is hier ook een keer binnengelopen.''

Hier in huis, bedoelt ze. Ik kijk om mij heen en het is een fijn huis, ik kan me best voorstellen dat er een koe naar binnen kan, maar niet hoe je haar er dan weer uit krijgt.

Rosa heeft ook een keer het hek omver geduwd om de weg op te gaan. Een boer uit de buurt trof haar aan tussen zijn melkvee. Misschien was ze toen tochtig. Dus dat was ná die kalfjes.

Stiertjes waren het, Bertus en Jacob. Die hebben hier de hele zomer rondgelopen. Dat was voor het eerst van haar leven, dat Rosa haar kalfjes mocht houden. Ze was er maar wat groots mee. Ze gaf te veel melk, ook voor een tweeling. Zelfs de matigste koe in Nederland heeft genoeg melk voor een kalf of vier, vijf. Dus dat hebben ze ook nog meegemaakt, dat Lenie haar moest melken.

Bertus en Jacob hebben ze dat najaar aan boeren uit de buurt gegeven, en Jacob zijn ze uit het oog verloren, maar van Bertus weten ze dat hij nóg een fantastische zomer heeft gehad, en wel dank zij het mond- en klauwzeer. Die boer kon geen KI meer op zijn bedrijf krijgen. Bertus, zo jong als hij was, kwam goed van pas als dekstier. Als een pasja liep hij met zijn harem in de wei. Rosa had er geen weet van, maar Lenie wel. Ze is het haar gaan vertellen.

,,Ze is helemaal wég van Rosa'', zegt Karst.

,,Als ik op reis ga'', zegt Lenie, ,,is Rosa de laatste die ik gedag zeg en als ik weer thuiskom, is ze de eerste. Rosa, het vrouwtje is er weer!''

,,En dan springt ze blaffend tegen je op'', zeg ik.

Maar dat nog niet.

Toen met dat MKZ, toen dat oversloeg naar het Noorden, gék werden ze ervan. Zoals Lenie toen tekeerging tegen het ministerie van Landbouw. Hé hé, zeiden ze bij het zeehondencentrum, hou je er wel rekening mee dat we datzelfde ministerie nodig hebben voor onze vergunningen? Maar het idee dat er mannen konden komen om Rosa preventief dood te maken, een koe die helemaal uit het circuit van koeien was gehaald...

,,Wij leven hier een beetje buiten de wereld'', zegt Karst.

,,Maar toen begon de wereld zich zo verschrikkelijk aan ons op te dringen'', zegt Lenie.

Toen deze crisis, geheel buiten haar medeweten uiteraard, was bezworen, kreeg Rosa een dikke buik. De boeren in de buurt kennen dat. Ze zeggen dat het door noordenwind en klaver komt. Rosa had, zoals het heet, een oplopende pens. Ze zwol op als een ballon. Ze kon elk moment doodblijven. Dus een slang in haar bek, tot diep in haar ingewand, en dan maar tegen die buik duwen om de overtollige gassen af te voeren.

,,Ze zal'', zegt Lenie, ,,aan die kant altijd wel een beetje dik blijven. Maar ze heeft hartstikke mooie poep, en ze plast en ze boert...''

Zo kan Rosa nog jaren mee. Eén ding zal ze in ieder geval nooit beleven: het slachthuis. Hier zal ze oud worden, tussen de kippen en de schapen, die ze allang als gezelschap heeft geaccepteerd. Op haar eigen erf, waar haar niets ontgaat, in haar eigen schuur, waar ze droog staat, in haar eigen weiland, waar ze alle vrijheid heeft. Hier zal ze uiteindelijk sterven.

,,En nu denk jij misschien'', zegt Lenie, ,,dat jij haar gered hebt, met dat verhaal van je.''

,,Niet dan?''

,,Je weet niet half'', zegt Lenie, ,,hoe slim ze is. Volgens mij heeft ze jou gewoon gebruikt om bij mij te komen.''