KLASGENOTEN ALS COLLEGA'S

Op het laagste niveau van het vbo is het vrijwel onmogelijk stageplaatsen te krijgen. roc Eindhoven heeft een gouden idee: een fictief kantoor.

`Meneer Androwski' is eigenaar van een voetbalclub in Polen en komt bij `Sporthuis Jason' in Eindhoven voetbalshirts, -broekjes en -schoenen kopen. Met die opdracht zit Bayram (18) tegenover zijn leraar Bert Faassen, die voor de gelegenheid directeur P. Wouters speelt. Plaats van handeling van dit rollenspel is het ROC (Regionaal Opleidingen Centrum) in Eindhoven, school voor Economie en Administratie, waar in een groot lokaal de administratie van deze fictieve sportzaak is ondergebracht.

Met `Sporthuis Jason' biedt het ROC Eindhoven het hoofd aan één van de grootste problemen waar de school tegenaan loopt: het vinden van een stageplaats voor leerlingen in de lagere regionen van het beroepsonderwijs. Adjunct directeur Gerard de Lau noemt het `vrijwel onmogelijk' om een zinvolle stageplaats te vinden voor de leerlingen van niveau 1, het laagste niveau in het beroepsonderwijs waar leerlingen zonder vooropleiding kunnen instromen. De naam `Farah' of `Ahmed' is vaak al voldoende om nul op het rekest te krijgen, zo is de ervaring. De Lau: ``In het verleden gingen leerlingen wel naar stagebedrijven, maar daar kregen ze vaak erg eenvoudig werk te doen. Bedrijven zien er geen volwaardige stageplaatsen in. Het kost veel energie om zo iemand te begeleiden en het levert niets op. Dat was voor ons de aanleiding om het anders te gaan doen. Bovendien is administratief onderwijs van huis uit saai. Dus wilden we het via simulatie aantrekkelijker maken.''

De leerlingen in niveau 1 hebben uiteenlopende achtergronden. Circa 90% van hen is allochtoon, waaronder veel minderjarige asielzoekers (ama's). Taalproblemen vormen voor hen het grootste obstakel. De 10% autochtone leerlingen hebben veelal moeite met leren of zijn moeilijk te handhaven. De niveau 1 opleiding duurt een jaar, waarvan twintig procent besteed moet worden aan beroepspraktijkvorming, ofwel stage.

Ieder stagebedrijf moet door ECABO, het landelijk orgaan Economisch en Administratief Beroepsonderwijs erkend worden. Het simulatiebedrijf van het ROC Eindhoven heeft die erkenning gekregen, ondanks het feit dat de leerlingen voor `Sporthuis Jason' de muren van de school niet hoeven te verlaten. Dat is ook geen vereiste volgens de eindtermen, legt De Lau uit. ``De stage blijft op deze manier inderdaad `veilig' voor de leerlingen, op school, tussen klasgenoten, maar het zijn over het algemeen leerlingen die de sociale vaardigheden ook nog niet hebben om buiten school aan de slag te gaan.'' En eigenlijk hoeft dat volgens De Lau ook nog niet, omdat niveau 1 bedoeld is als toeleiding naar niveau 2. Het diploma `niveau 1' is geen officiële `startkwalificatie' voor de arbeidsmarkt. Daarvoor is een diploma `niveau 2' nodig. In de praktijk stroomt echter slechts ongeveer een kwart van de leerlingen door naar deze tweejarige vervolgopleiding. De rest slaagt niet voor niveau 1, gaat aan het werk of kiest een andere weg, die buiten beeld van de school blijft.

Op het kantoor van `Sporthuis Jason' rouleren de leerlingen, in groepen van vijftien, tussen de verschillende afdelingen om een compleet beeld te krijgen van de bedrijfsopzet. Het hele jaar zitten ze twee dagdelen per week `op kantoor'. De eerste zes weken van het schooljaar worden besteed aan het opkrikken van het taalniveau, zodat begrippen als `perforator' bekend zijn. Op iedere afdeling worden de leerlingen beoordeeld op bepaalde vaardigheden. Leerlingen weten tevoren op welke dag het `toetsdag' is, maar ze weten niet welke opdrachten die dag beoordeeld zullen worden. Vaardigheden die getoetst worden zijn bijvoorbeeld het voeren van een telefoongesprek, archiveren, dataverwerking en brieven schrijven.

Alle bezoekers van `Sporthuis Jason' melden zich deze week bij receptioniste Faiza (19), die de namen noteert. Opvallend is dat alle leerlingen hun rol spelen. Er wordt wel eens wat gelachen, maar toch. Als `inkoop' naar `verkoop' belt neemt Mouna (17) keurig op met `goedemorgen, afdeling verkoop, met Mouna'. Ze vindt het niet moeilijk om serieus te blijven, vertelt ze. ``Ik zie mijn klasgenoten hier als collega's. We gaan hier netjes met elkaar om, in taal bedoel ik. We gebruiken afdelingstaal.''

Iedere leerling heeft een lijstje met opdrachten die die middag uitgevoerd moeten worden. ``Het is net als bij een echt bedrijf'', vindt Saadet (17) van de afdeling inkoop. ``Je bent nooit klaar.'' Op Personeel & Organisatie is Özlem (17) bezig met een brief aan een zieke collega. ``Ik vind het heel leuk om hier te zitten'', vertelt ze. Op de vraag wat ze echt geleerd heeft op `het kantoor' moet ze even nadenken. ``Brieven schrijven'', zegt ze dan. ``Waar het adres moet en de datum enzo.''

Geen van de leerlingen komt echt moeilijke dingen tegen, vertellen ze. ``Dat is toch mooi?'' reageert docent Bert Faassen daarop. ``Het enige wat er nogal eens fout gaat is de afwerking. Post die in het verkeerde bakje wordt gelegd, en daar heeft de volgende dan weer last van. De leerlingen leren hier van elkaar, als ze iets niet weten vragen ze het aan elkaar. Het gaat goed zolang ze er zíjn. Als er veel leerlingen niet zijn loopt het hele kantoor-idee spaak.''

De leerlingen houden in feite elkaar aan het werk. Spil in het verhaal is Bayram, die als `externe' achter een halfhoog schot zit en het sporthuis steeds voedt met nieuwe telefonische opdrachten: bestellingen, klachten en verzoeken om informatie. Naast de telefoon ligt het boekwerk `handleiding telefoneren'.

De simulatie-stage werd in het schooljaar 1999-2000 ingevoerd. Het ROC Eindhoven heeft een docent een jaar lang vrij gemaakt van zijn lesgevende taken om de simulatie te ontwikkelen. Geboren uit nood blijkt het een gouden vondst, aldus De Lau. Docenten én leerlingen zijn enthousiast. ``De absentie van leerlingen was zeker minder'', zegt De Lau, ``maar de leerlingbegeleider is al enige tijd ziek en dat merk je direct. Zij belt leerlingen als ze niet komen, en dat gebeurt nu dus niet.'' Of er meer leerlingen hun diploma halen dankzij deze manier van werken kan De Lau nog niet met getallen staven. ``Maar het rendement is beslist hoger, verwacht ik. Vorig jaar slaagde 65% tot 70%. Daarvoor was dat circa 50%. Bovendien is de doorstroming verbeterd. Maar ik zie het rendement vooral ook in `sfeer' en `werkzin'. Leerlingen willen werken als ze de relevantie ervan inzien.''

Andere ROC's tonen geregeld interesse in `Sporthuis Jason', want de stage-problematiek heerst overal. Het ROC Eindhoven biedt de simulatie te koop aan. ``De docentenhandleiding, opdrachten, formulieren enzovoorts'', verduidelijkt De Lau. Vandaag komen vier collega's van andere ROC's een kijkje nemen. ``Hier hangt een werksfeer'', zegt één van hen als hij `het kantoor' binnenstapt. ``Dat voel je meteen.''